In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
examenvragen 25-02
Slide 1 - Tekstslide
Wat is de nettokracht?
A
25N
B
225N
C
1,25N
D
12500N
Slide 2 - Quizvraag
De reactie afstand is 22 meter. De remweg is 33 meter. Wat is de stopafstand?
A
55 [m]
B
11 [m]
C
1,5 [m]
D
0,67 [m]
Slide 3 - Quizvraag
Loes rent 60 meter in 12 seconden. Wat is haar gemiddelde snelheid in m/s?
A
2 m/s
B
3 m/s
C
4 m/s
D
5 m/s
Slide 4 - Quizvraag
Is dit een serie- of parallelschakeling?
A
serie
B
parallel
Slide 5 - Quizvraag
Voor snelheid metingen is het soms nodig om tijden om te rekenen
Reken om naar seconden: 5 minuten =
A
60 seconden
B
300 seconden
C
600 seconden
D
3000 seconden
Slide 6 - Quizvraag
Bij een vertraagde beweging wordt de snelheid
A
kleiner
B
groter
Slide 7 - Quizvraag
Van km/h naar m/s =
A
delen door 3,6
B
keer 3,6
Slide 8 - Quizvraag
Vraag 9: Hoe hoog is de netspanning in huis?
A
230 V gelijkspanning
B
12 V wisselspanning
C
115 V gelijkspanning
D
230 V wisselspanning
Slide 9 - Quizvraag
Het duurt steeds langer tot de sonar het teruggekaatste geluid opvangt.
Welke uitspraak is juist
A
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds dieper
B
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds ondieper
C
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds verandert niet
Slide 10 - Quizvraag
De formule van afstand =
A
tijd x afstand
B
snelheid x tijd
C
snelheid : tijd
D
tijd : snelheid
Slide 11 - Quizvraag
Het stolpunt is de temperatuur waarbij een vloeistof verandert in een vaste stof
A
Waar
B
Niet waar
Slide 12 - Quizvraag
Het geluid hiernaast wordt zachter. Wat verandert?
A
Minder golfjes
B
Meer golfjes
C
Uitwijking kleiner
D
Uitwijking groter
Slide 13 - Quizvraag
Bij welke beweging hoort deze grafiek?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging
Slide 14 - Quizvraag
Dit is een
A
maatcilinder
B
maatglas
C
reageerbuisje
D
bekerglas
Slide 15 - Quizvraag
Je staat met een heliumballon in een metro. de metro gaat rijden, de ballon....
A
Beweegt naar achteren
B
Beweegt naar voren
Slide 16 - Quizvraag
Wat is bij het TEKENEN van krachten het allerbelangrijkst?
A
Grootte
B
Richting
C
Aangrijpingspunt
D
Allemaal even belangrijk.
Slide 17 - Quizvraag
Als je op een roltrap staat die draait, is de beweging versneld.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 18 - Quizvraag
De massa van een stof is een stof-eigenschap.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 19 - Quizvraag
Is dit een zuivere stof?
A
Ja
B
Nee
Slide 20 - Quizvraag
Wat gebeurt er als je bij een frontale botsing geen gordel om hebt?
A
Je schiet naar voren
B
Je schiet naar achteren
C
Je schuift opzij
Slide 21 - Quizvraag
Wat is de eenheid voor elektrische energie?
A
Ampère
B
Kilowattuur
C
Volt
D
Watt
Slide 22 - Quizvraag
In de afbeelding zie je de beweging van een fietser. Wat voor een beweging hoort bij nummer 2?
A
vertraagd
B
constant
C
versneld
Slide 23 - Quizvraag
De eenheid van geluidssterkte is?
A
dB
B
Hz
Slide 24 - Quizvraag
80.000 m = ..... km
A
8000 km
B
800 km
C
80 km
D
8 km
Slide 25 - Quizvraag
Wat is een voorbeeld van een onvolledige verbranding
A
B
C
D
Slide 26 - Quizvraag
Een stofzuiger van 1400 watt, twee lampen van 40 watt en een magnetron van 700 watt worden aangesloten op dezelfde groep. Hoe groot is de totale vermogen in kW?
A
P = 2180 kW
B
P = 2,140 kW
C
P = 2,180 kW
D
P = 2140 kW
Slide 27 - Quizvraag
Reken om!
180 km/h = .. m/s
A
55,5 km/h
B
49,9 m/s
C
50 m/s
D
50 km/h
Slide 28 - Quizvraag
Hoeveel kW is 3600 Watt?
A
3.6 kW
B
36 kW
C
3600000 kW
D
360 kW
Slide 29 - Quizvraag
Welke eenheden horen bij afstand?
A
seconden en meter
B
kilometer en meter
C
uren en kilometer
D
seconden en uren
Slide 30 - Quizvraag
Jasper heeft een serieus probleem, zijn auto wilt niet starten. Er zit niets anders op dan de auto aan te duwen, Jasper duwt de auto aan met een kracht van 750N.
Krijgt hij de auto van zijn plek? Kies het beste antwoord.
A
Nee, de wrijvingskracht is groter dan de duwkracht.
B
Nee, de netto kracht is 150 N naar links. De auto zal dus stil blijven staan.
C
Ja, de netto kracht is 150 N naar rechts. De auto zal dus naar voren bewegen.
D
Ja, de wrijvingskracht is groter dan de duwkracht.
Slide 31 - Quizvraag
De temperatuur zegt iets over de snelheid waarmee de deeltjes bewegen
A
waar
B
niet waar
Slide 32 - Quizvraag
De schakelaar in de afbeelding is...
A
open
B
dicht
Slide 33 - Quizvraag
Van wat voor soort beweging is de grafiek hiernaast?