4.5 Methodiek en gedragsbevordering module 2 paragraaf 1.3.3

Methodiek MZ
Rapporteren 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Methodiek MZ
Rapporteren 

Slide 1 - Tekstslide

Rapporteren
Rapporteren is een manier om informatie van het team met elkaar te delen. Dit kan zowel schriftelijk of mondeling met elkaar gebeuren.

Een rapportage kan zowel intern als extern gebruikt worden. Cliënten en bijvoorbeeld ouders moeten deze rapportages kunnen lezen.

Slide 2 - Tekstslide

Doel van rapporteren
  • informeren
  • evalueren
  • informele informatie uit te wisselen
  • advies te geven
  • dingen te verantwoorden
  • continuïteit in zorg en begeleiding te kunnen bieden
  • signaleren
  • afspraken vast te leggen 

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht
Je werkt in drietallen


Twee gaan 2 minuten lang in gesprek,  onderwerp naar eigen keuze
De derde persoon mag zich niet bemoeien met het gesprek.

Een persoon noteert alles wat je ziet op een objectieve manier.

Klassikale terugkoppeling

Slide 4 - Tekstslide

Waarom rapporteren?
Rapporteren is nuttig omdat het aangeeft wat je hebt gedaan en ook of je vervolgacties van je collega’s verwacht.

Het is daarom belangrijk om consequent, duidelijk en feitelijk te rapporteren. Waar je verschil maakt in objectieve en subjectieve rapportages 

Slide 5 - Tekstslide

Tips bij rapporteren 
• Schrijf respectvol over de cliënt en zijn/haar naaste(n);
• Vermeld wat je hebt afgesproken met de cliënt en/of naaste(n);
• Beschrijf alleen feiten en geef niet je eigen mening. Wil je toch je mening geven, geef dan
   duidelijk aan dat het om jouw mening gaat;
• Heeft een situatie je aangegrepen of ben je nog emotioneel over een situatie, wacht dan
   even  met rapporteren of spreek een collega, zodat je wat later objectief kunt rapporteren;

• Schrijf kort, krachtig en volledig zodat navraag niet nodig is;

Slide 6 - Tekstslide

Tips bij rapporteren (vervolg)
• Trek geen conclusie/stel geen diagnose als je daartoe niet bevoegd bent;
• Reageer op eerdere rapportages of op Tussentijdse Wijzigingen;
• Gebruik geen afkortingen die niet gangbaar zijn in de Nederlandse taal en vermijd vaktaal.       
   Schrijf zodat iedereen het kan begrijpen;
• Let op taal-, schrijf en typefouten. De automatische correctie kan onbedoeld voor vreemde
   zinnen zorgen. 

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht Objectief en subjectief 
Het verschil tussen objectief en subjectief is erg belangrijk, maar nog veel belangrijker is om te weten wanneer iemand objectieve of subjectieve argumenten geeft. 

Het is ook belangrijk om bij jezelf na te gaan of je in sommige situaties wel objectief bent.

Slide 8 - Tekstslide

Om 12 uur is er een inbraak gepleegd
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 9 - Quizvraag

Er is ingebroken in een huis aan de Aalsterweg
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 10 - Quizvraag

Het is het mooiste huis van de straat.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 11 - Quizvraag

De bewoners waren niet thuis op het moment van de inbraak.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 12 - Quizvraag

Op de achterdeur zijn inbraaksporen zichtbaar.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 13 - Quizvraag

De jongens van de buurt hebben de inbraak waarschijnlijk gepleegd, want zij zijn altijd uit op rottigheid.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 14 - Quizvraag

Aan de slag
Lees uit je boek "Methodiek en gedragsbevordering" Module 2 paragraaf 1.3.3 Rapporteren 

Maak de opdracht


Slide 15 - Tekstslide