w1d - Spaans: Así soy yo - clase 4

ASí SOY YO - CLASE 3

STARTKLAAR IN DE LES

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

ASí SOY YO - CLASE 3

STARTKLAAR IN DE LES

De andere genoemde doelen uit de input komen terug als ondersteuning van dit hoofddoel: cijfers herkennen en vragen naar leeftijd begrijpen.

Objetivos 🚫💻

  • Ik kan zeggen waar ik woon en met wie. 

  • Ik kan zeggen welke talen ik spreek. 

  • Ik kan zeggen wat mijn lievelingskleur is.  

  • Ik kan zeggen wanneer ik jarig ben.  

  • Ik kan deze informatie gebruiken in mijn script - Project Talen.

De andere genoemde doelen uit de input komen terug als ondersteuning van dit hoofddoel: cijfers herkennen en vragen naar leeftijd begrijpen.

Programa 🚫💻

  • Repaso - 5 minutos

  • Notas + hablamos - 20 minutos

  • ¡Manos a la obra! - 40 minutos

  • Cerramos la clase - 10 minutos

Deze slide activeert voorkennis zonder de interactieve werkvormen uit de input over te nemen. Leg de link naar een echt kennismakingsgesprek.

Topografie: Países hispanoblantes 💻

  • Ga naar Magister Learn.

  • Spaans leerjaar 1

  • Clase 3 > Países latinoamericanos

  • Open de link. Oefen de topografie.

  • Wie is het snelste?

Deze slide activeert voorkennis zonder de interactieve werkvormen uit de input over te nemen. Leg de link naar een echt kennismakingsgesprek.

¿Qué palabras has recordado?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen, zoals hola, adiós, bien, soy en vivo. Laat leerlingen kort zeggen wanneer je zo'n woord gebruikt.

Corregir los deberes 💻

  • Ga naar Magister Learn.

  • Spaans leerjaar 1

  • Clase 3 > Nakijkmodel

  • Kijk je opdrachten na.

  • Vragen?

Deze slide activeert voorkennis zonder de interactieve werkvormen uit de input over te nemen. Leg de link naar een echt kennismakingsgesprek.

Een kort gesprek opbouwen


  • Hola / Buenos días

  • ¿Cómo estás?

  • ¿De dónde eres?

  • ¿Dónde vives?

  • ¿Cuántos años tienes?

  • ¿Cuál es tu número de teléfono?

  • Adiós / Hasta luego



Benadruk dat leerlingen al bouwstenen hebben; vandaag komt daar leeftijd bij als nieuwe stap in hetzelfde soort gesprek.

Sleepvraag

¿Cómo estás?

¿De dónde eres?

¿Cómo te llamas?

¿Dónde vives?

¿Cuántos años tienes?

¿Cuál es tu número de teléfono?

Mi número de teléfono es ......

Tengo doce años

Estoy bien

Me llamo

Soy de Holanda

Vivo en Ámsterdam

Deze slide heeft geen instructies

Idiomas y recidencia

Talen

  • ¿Qué idiomas hablas? = Welke talen spreek je?

  • Yo hablo (un poco de) = ik spreek (een beetje)

    • neerlandés/español/inglés/árabe/turco = Nederlands/Spaans/Engels/arabisch/Turks


Woonplaats

  • Vivo en Ámsterdam = ik woon in Amsterdam

  • Vivo con mis padres = ik woon met mijn ouders

    • hermano(s)/hermana(s) = broers(/zus(sen)

    • hermanito(s)/hermanita(s) = broertje(s)/zusjes(s)





Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

¡Hablamos! - 1 minutos

Voer een gesprekje met diegene die naast je zit:


Persoon 1 stelt vragen, persoon 2 reageert. Wissel daarna om.


  1. ¿Cómo te llamas?

  2. ¿Cómo estás?

  3. ¿De dónde eres?

  4. ¿Dónde vives?


Tip: weet je niet meer hoe je moet reageren? Kijk in je aantekeningen!


Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

Korte herhaling: nationaliteit

Je kunt naast woonplaats ook nationaliteit noemen.


Voorbeelden:

  • Soy neerlandés.

  • Soy neerlandesa.

  • Soy español.

  • Soy española.

Houd het kort; dit is alleen een opfrisser uit de input. Je kunt eventueel wijzen op mannelijke en vrouwelijke vorm zonder het verder uit te bouwen.

Cumpleaños y meses del año

Cumpleaños

  • ¿Cuándo es tu cumpleaños? = wanneer is jouw verjaardag?

  • Mi cumpleaños es el ... de ... = mijn verjaardag is de ... van ...

    • el 26 de julio

    • el 12 de abril


Los meses del año

__________________________________>


Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

Colores

¿Cuál es tu color favorito? = Wat is jouw lievelingskleur?


Mi color favorito es... = Mijn lievelingskleur is....

Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

Notas clase 4: Edad y números

Números:

  1. cero

  1. uno

  2. dos

  3. tres

  4. cuatro

  5. cinco

  6. seis

  7. siete

  8. ocho

  9. nueve

  10. diez





  1. once

  2. doce

  3. trece

  4. catorce

  5. quince

  6. dieciséis

  7. diecisiete

  8. dieciocho

  9. diecinueve

  10. veinte



Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

Los números de 1 a 20

Benadruk dat Spaans hier niet letterlijk 'ik ben' gebruikt, maar 'ik heb ... jaar'. Dat voorkomt transfer vanuit het Nederlands.

¡Hablamos! - 1 minuto

Zo ziet een mini-gesprek eruit:


  • ¿Cuántos años tienes?

  • ¿Cuál es tu número de teléfono?


Laat eventueel ook horen hoe een leerling de vraag begrijpt zonder alles los te vertalen: herken cuántos años en tengo ... años als gesprekspaar.

Edad y números

Edad:

¿Cuántos años tienes? = Hoe oud ben je?

Yo tengo ... años = Ik ben ... jaar oud


Voorbeeld:

Yo tengo doce años = ik ben twaalf jaar.

--> Letterlijk vertaald zeg je: ik heb twaalf jaar.

--> Yo tengo = ik heb - Yo soy = ik ben.


Número de teléfono:

¿Cuál es tu número de teléfono? = Wat is jouw telefoonnummer?

Mi número de teléfono es ... = mijn telefoonnumer is


Spreek de vraag langzaam voor en laat leerlingen het vaste patroon herkennen. Niet woord voor woord ontleden als dat afleidt.

Cultura: la diferencia entre Holanda y España

Landnummer:

Holanda: +31

España: +34


Mobielnummer:

Holanda: 06

España: 67



Maak het praktisch: leeftijd vraagt vaak 11-15, telefoonnummer vooral 0-9. Zo zien leerlingen waarom beide nodig zijn.

Project Talen

Wat moet je doen?

Vragen?

Onduidelijkheden?


Wat hebben we tot nu al van het script?

Lees het gesprek hardop voor met juiste intonatie. Dit model brengt alle onderdelen uit de les samen zonder nieuwe taal toe te voegen.

Welke vragen heb je nu over Project Talen?

Bespreek kort wat leerlingen meenemen uit de les, bijvoorbeeld de vraag naar leeftijd, het antwoord met Tengo ... años, of cijfers die ze nu herkennen.

¡Manos a la obra! - 25 minutos

Optie 1: Project Talen

  • Schrijf je script met wat we tot nu toe hebben.

    • Naam, woonplaats, met wie, geboortedatum, leeftijd, telefoonnummer.


  • Optie 2: Opdrachten werkboek

    • Maak de opdrachten uit je werkboek.

Klaar? Script uit hoofd leren, nakijken, woordjes leren...

25

minute

00

second

Lees het gesprek hardop voor met juiste intonatie. Dit model brengt alle onderdelen uit de les samen zonder nieuwe taal toe te voegen.

Wat heb je vandaag het best geleerd?

Bespreek kort wat leerlingen meenemen uit de les, bijvoorbeeld de vraag naar leeftijd, het antwoord met Tengo ... años, of cijfers die ze nu herkennen.

Wat vond je vandaag nog lastig?

Gebruik dit als metacognitieve afsluiting. Mogelijke punten: cijfers 11-15, uitspraak, volgorde in een telefoonnummer, of vraag en antwoord uit elkaar houden.