Straattaal: Wat is het en waarom wordt het gebruikt?

Straattaal
Sinds de jaren '90 is straattaal een belangrijk onderwerp binnen de taalkunde en ook in het maatschappelijk debat. Maar wat ís straattaal eigenlijk? Is straattaal wel de juiste term voor dit fenomeen? En wat weten je leerlingen over oude en nieuwe straattaal-woorden?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Straattaal
Sinds de jaren '90 is straattaal een belangrijk onderwerp binnen de taalkunde en ook in het maatschappelijk debat. Maar wat ís straattaal eigenlijk? Is straattaal wel de juiste term voor dit fenomeen? En wat weten je leerlingen over oude en nieuwe straattaal-woorden?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Na het lezen en bespreken van het artikel kan de leerling in eigen woorden uitleggen wat straattaal is, hoe het zich verspreidt, en een eigen mening formuleren over de invloed ervan op de Nederlandse taal.

Slide 2 - Tekstslide

Begin de les door de leerdoelen te benoemen. Geef aan dat deze doelen aan het einde van de les behaald moeten worden.
Welke straattaal woorden ken je al?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Quizz
https://www.mentimeter.com/app/presentation/aljiydv65d7zw2fbqd59fxqvgb4zc99b/edit?question=i8sfsjx7o1ab 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LEZEN: 
https://onzetaal.nl/tijdschrift/01-2026/artikel/hoe-straattaal-heel-nederland-veroverde 
timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is straattaal?
Straattaal is een informele manier van communiceren die vooral onder jongeren op straat wordt gebruikt. 

Het is een taal die voortkomt uit verschillende culturen en dialecten.

Slide 6 - Tekstslide

Leg uit wat straattaal is en wat het kenmerkt. Bespreek eventueel ook hoe straattaal zich verhoudt tot standaardtaal.
Vragen? 
Aan het eind van het artikel gaat het over het mogelijk stigmatiserende effect van het woord straattaal. Zijn jullie het hiermee eens? Welke andere term zou volgens jullie misschien beter passen?
- Straattaal-woorden komen soms in het woordenboek terecht, zoals fittie en doekoe. Is het dan nog straattaal? Waarom wel/niet?
- Zijn ze het eens met de zorgen van veel docenten dat straattaal een slechte invloed heeft op je taalvaardigheid? Waarom?
- Is straattaal alleen het gebruik van typische straattaal-woorden wanneer je met iemand spreekt, of zijn er meer talige aspecten die straattaal karakteriseren? Zo ja, welke?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom gebruiken jongeren straattaal?
Jongeren gebruiken straattaal om zich te identificeren met een bepaalde groep of subcultuur. 

Daarnaast kan het ook dienen als geheimtaal, om bijvoorbeeld niet begrepen te worden door ouders of leraren.

Slide 9 - Tekstslide

Beschrijf waarom jongeren straattaal gebruiken en geef hier voorbeelden van. Vraag de studenten ook waarom zij denken dat jongeren straattaal gebruiken.
Voorbeelden van straattaal
Enkele voorbeelden van straattaal zijn: 'yo mattie', 'chillen', 'swag' en 'fissa'.

Slide 10 - Tekstslide

Laat enkele voorbeelden van straattaal zien en vraag de studenten of zij weten wat deze woorden betekenen.
Verschillen tussen straattaal en standaardtaal
Straattaal verschilt op verschillende punten van standaardtaal, zoals uitspraak, woordenschat en grammatica.

Slide 11 - Tekstslide

Maak een vergelijking tussen straattaal en standaardtaal en bespreek de verschillen.
Hoe ontstaat straattaal?
Straattaal ontstaat vaak spontaan en wordt door jongeren zelf bedacht. 

Het kan ook voortkomen uit andere talen en dialecten.

Slide 12 - Tekstslide

Geef aan hoe straattaal ontstaat en bespreek eventueel enkele voorbeelden.
Is straattaal slecht?
Straattaal is niet per se goed of slecht. Het is een manier van communiceren die past binnen bepaalde subculturen. 

Wel is het belangrijk om te weten wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.

Slide 13 - Tekstslide

Bespreek of straattaal goed of slecht is en waarom. Ga ook in op wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.
Hoe herken je straattaal?
Straattaal herken je aan bepaalde kenmerken, zoals verkorte woorden en afkortingen. 

Daarnaast worden vaak ook Engelse woorden gebruikt.

Slide 14 - Tekstslide

Beschrijf hoe je straattaal kunt herkennen en geef enkele voorbeelden.

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kun je straattaal vermijden?
Je kunt straattaal vermijden door te kiezen voor standaardtaal. Dit is vooral belangrijk in formele situaties, zoals op school of op het werk.

Slide 17 - Tekstslide

Bespreek hoe je straattaal kunt vermijden en waarom dit belangrijk is in bepaalde situaties.
Voordelen van het kennen van straattaal
Het kennen van straattaal kan voordelen hebben, zoals het kunnen begrijpen van bepaalde groepen jongeren en het beter kunnen communiceren met deze groepen.

Slide 18 - Tekstslide

Geef aan wat de voordelen kunnen zijn van het kennen van straattaal en waarom dit belangrijk kan zijn.
Conclusie
In deze les hebben we geleerd wat straattaal is, waarom het gebruikt wordt en hoe het herkend kan worden. We hebben ook besproken wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.

Slide 19 - Tekstslide

Besluit de les door de leerdoelen nogmaals te benoemen en te controleren of deze zijn behaald.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 20 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 21 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 22 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.