H8.2 Toonhoogte en frequentie

H8.2 Toonhoogte en frequentie
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H8.2 Toonhoogte en frequentie

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Snaarinstrumenten
Veel muziekinstrumenten hebben snaren. Bijvoorbeeld; gitaren, basgitaren en violen.
Als je op deze instrumenten speelt, maar je verschillende tonen. 

De toonhoogte hangt af van;
- de dikte van de snaar
- de lengte van de snaar
- spanning van de snaar


lage toon
hoge toon
dik
dun 
lang
kort
slap
strak
knoppen om de snaren te spannen
dikke snaar; lage tonen
dunne snaar; hoge tonen

Slide 3 - Tekstslide

De stemvork          

Slide 4 - Tekstslide

Stemvork

Slide 5 - Tekstslide

Microfoon
Als je in de microfoon praat, laat je het trilplaatje trillen.
Die laat vervolgens de spoel over de magneet schuiven en zo ontstaat er een elektrisch signaal.

Slide 6 - Tekstslide

Hoe kun je geluid zien?
Een DJ kan zien hoe hard 
alle verschillende tonen staan.


Met een oscilloscoop + microfoon 
kun je trillingen laten zien. 


Slide 7 - Tekstslide

De oscilloscoop

Slide 8 - Tekstslide

De oscilloscoop
  • zet geluid om in een plaatje
  • kan alleen als je een microfoon gebruikt

Slide 9 - Tekstslide

oscilloscoop
  •  Frequentie bepalen

  • Trillingstijd bepalen van 1 trilling 

  • Hoge toon / lage toon bepalen.
  •  
  • Hoe hard of zacht is het geluid

Slide 10 - Tekstslide

Met een oscilloscoop kun je de trillingstijd van geluiden meten die meet je dan met de microfoon en op het schermpje zie vervolgens de trillingstijd.

Slide 11 - Tekstslide

  • Frequentie zegt iets over de hoogte van een toon.
  • Eenheid van de frequentie = hertz (Hz)
  • 1 hertz = 1 trilling per seconde





  • Je kunt dit onderzoeken met een oscilloscoop (volgende les)

Slide 12 - Tekstslide

Rekenen met frequentie
Frequentie is aantal trillingen in 1 seconde
Voorbeeld: een stemvork maakt een frequentie van 480 Hz. Bereken het aantal trillingen in 4 seconden. 

Slide 13 - Tekstslide

De oscilloscoop is zo afgesteld, dat je steeds het aantal trillingen in 0,1 s te zien krijgt.
Bepaal de frequentie van trilling B
Bedenk: Het aantal trillingen per seconde wordt de frequentie van de trilling genoemd

Slide 14 - Tekstslide

Frequentiebereik
Laagste en hoogste tonen die je kunt horen
Mens: 20 - 20.000 Hz     (20.000 Hz = 20 kHz)
Bovengrens verandert als je ouder wordt

Wil je weten hoe het met jouw gehoor zit?
Kijk dan het volgende filmpje

Slide 15 - Tekstslide

Het frequentiebereik van het menselijk gehoor
ligt tussen de 20 en 20.000 Hz

Slide 16 - Tekstslide

Frequentiebereik van dieren

Slide 17 - Tekstslide

Frequentiebereik mens & dier
Frequentiebereik mens: 20 - 20.000 Hz

 Ultrasoon geluid => frequentiebereik boven de 20.000 Hz
Dit HOREN wij NIET !!!

vb. hondenfluitjes, echo's, reinigen van juwelen, lenzen, horloges ...

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video


Welke van deze 2 afbeeldingen heeft de grootste toonhoogte/frequentie?
A
links
B
rechts

Slide 20 - Quizvraag

frequentie is hetzelfde als
A
amplitude
B
trilling
C
toonhoogte
D
trillingstijd

Slide 21 - Quizvraag

Hoe krijg je een hoge toon bij een snaarinstrument?
A
Korte, dunne en strakke snaren
B
Korte, dunne en losse snaren
C
Lange, dikke en strakke snaren.
D
Lange, dikke en losse snaren.

Slide 22 - Quizvraag

Welk snaarinstrument maakt de hoogste tonen?

A
viool
B
altviool
C
cello
D
contrabas

Slide 23 - Quizvraag

Welk snaarinstrument maakt de laagste tonen?

A
viool
B
altviool
C
cello
D
contrabas

Slide 24 - Quizvraag

Een snaarinstrument stem je door de snaren langer of korter te maken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quizvraag


Als de toonhoogte hoger wordt...
A
wordt de frequentie groter
B
wordt de frequentie kleiner
C
wort de amplitude groter
D
wordt de amplitude kleiner

Slide 26 - Quizvraag

Hoe verandert de toonhoogte als de snaren van een gitaar slapper worden gemaakt?
A
De toonhoogte wordt hoger
B
De toonhoogte wordt lager
C
De toonhoogte wordt vervormd
D
De toonhoogte blijft hetzelfde

Slide 27 - Quizvraag

Als de frequentie omlaag gaat gaat de toonhoogte...
A
Omhoog
B
Omlaag
C
Verandert niet

Slide 28 - Quizvraag

Frequentie van geluid =
A
Toonhoogte van geluid
B
Hardheid van geluid

Slide 29 - Quizvraag