unit 1 grammar revision/test prep

Welcome
timer
5:00
You will need:

Laptop 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
ANT2+Middelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welcome
timer
5:00
You will need:

Laptop 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

New Interface

Unit 1
Grammar Revision
practice test


 At the end of this lesson you will have done a recap of all grammar unit 1

Slide 2 - Tekstslide

1. Persoonlijke EN  Bezittelijke voornaamwoorden 

2. Werkwoord “to be”

3. Present simple

4. Lidwoord A/AN

5. Aanwijzendevoornaamwoorden (this-that-these-those)

6. Hulpwerkwoord CAN

7. Getallen


Unit 1 Grammar
personal pronouns
to be 
 numbers
a/an

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Numbers

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

27

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

46

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

158

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

95

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Can + hele werkwoord
I can dance.
He can read.
She can speak English.
It can work.
We can sing.
You can go.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Can you swim?
+
A
Yes, I can swim.
B
Yes.
C
Sure.
D
Yes, I swim

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak deze zin ontkennend:
We can go to the movies.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak deze zin vragend:
Sarah can sing beautifully.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Can Harry play the piano?
-
A
No
B
No, he can't play the piano.
C
No, he cannot play the piano.
D
No, he don't play the piano.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

What can you do?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

When to use the demonstrative pronouns

To decide which demonstrative pronoun you should use, think of these two things:
1. Is the thing nearby or further away?
2. Is the thing singular or plural?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Those
This
This
Those
That
These

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal pronouns
Wat weet je nog?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Possessive pronouns
Wat weet je nog?

Slide 21 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Personal Pronouns
timer
1:00
I
You (ev)
She
We
You (mv)
They
He
It
Jij/je
Wij/we
Zij (mv)
Ik
Jullie
Hij
Zij (ev)
Het

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf bij de volgende slides het juiste voornaamwoord op.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

My brother

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

My sisters

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

My parents and I

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

The dog

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Paul and I are best friends. ______ tell each other everything.
A
You
B
They
C
We
D
I

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hi! How are you? _________ am fine, thanks.
A
I
B
She
C
We
D
They

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

My brother can be so rude. I keep telling ______ he should knock first.
A
her
B
he
C
them
D
him

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Randy and Dana live in a village near London. ________ house is really big.
A
Their
B
Our
C
My
D
It

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Any questions about pronouns?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een Engelse zin met 'am':

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een Engelse zin met 'are':

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een Engelse zin met 'is':

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je een zin met to be ontkennend?
A
to be not
B
to be vooraan zetten
C
ontkennend?
D
zet 'not' na de vorm van to be

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Positive 
Negative 
He is
You aren't 
She isn't 
We are 
I am 
I'm not 
You are
They aren't 
He isn't 
She is 
They are
It isn't 

Slide 38 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je een zin met to be vragend?
A
zet de vorm van 'to be' vooraan de zin
B
met do / does
C
door een vraagteken achter de zin te zetten
D
vragend?

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A or AN?

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Questions?

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Do you still need help with grammar?
A
yes
B
no
C
You will tell me after class

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies