verbranding herhaling

1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
Management en organisatieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startopdracht 
Formuleer samen een onderzoeksvraag:


“Welke stoffen zijn nodig voor verbranding en wat ontstaat er bij een volledige en onvolledige verbranding?”

timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Overzicht Periode #
  • Thema:
  • Benodigde lesmaterialen:
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Type hier in Schulbuch
...



...
...
...
...
...

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.
Terugblik opdracht

Slide 8 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
  • Je kunt het verband uitleggen tussen verbranding in cellen en lichamelijke activiteit
  • Je weet dat bij verbranding zuurstof wordt verbruikt en koolstofdioxide ontstaat
  • Je kunt het verschil in verbranding bij warm- en koudbloedige dieren beschrijven


Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese
  • In de groene delen (afb.2) energie van de zon opgeslagen als glucose
  • Wat is glucose?
  • Waarom maakt de plant glucose?
water + koolstofdioxide + licht -> glucose + zuurstof 
Glucose is een soort suiker
De plant maakt allerlei andere stoffen uit glucose, zo ook de stoffen waar de plant uit bestaat. 
door afbraak van glucose komt de opgeslagen energie vrij, de energie en de resten van de glucose kan de cel gebruiken om bijvoorbeeld andere stoffen te maken.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese
Zonlicht
Koolstofdioxide
Glucose
Zuurstof
Water

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

+
+
+
Fotosynthese
Koolstofdioxide
Glucose
Water
Zuurstof
Licht

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stofwisseling 
In ALLE organismen vindt stofwisseling plaats
beweging, warm blijven, groei en herstel
Wat zou er gebeuren als je stofwisseling stopte?
Stofwisseling is nodig om in leven te blijven. zonder stofwisseling ga je dood. Het kan zijn dat een deel van je stofwisseling niet werkt, dan heb je een stofwisselingsziekte. Dit komt vooral voor bij kinderen omdat je er niet oud mee wordt. 
voorbeelden zijn diabetes en taaislijmziekte

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding
Glucose wordt afgebroken om energie vrij te maken
Dit noem je; verbranding

Verbranding vindt plaats  in mitochondriën
plantaardige en dierlijke cellen


Mitochondriën zijn celorganellen die voorkomen in zowel plantaardige als dierlijke cellen.
mitochondriën = energiefabriekjes in de cel

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mitochondriën 
cellen die veel energie nodig hebben, hebben meer mitochondriën.
De afbraak van glucose vindt plaats in mitochondriën

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van een mitochondrium?
A
Hier vindt fotosynthese plaats
B
Cellen van energie voorzien
C
Geven kleur aan bloemen en vruchten
D
Zorgt voor stevigheid binnen de cel

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese




Plant heeft (zon)licht nodig voor fotosynthese
Fotosynthese kan alleen in de bladgroenkorrels
Foto= licht   synthese= maken

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ezelsbruggetje
Relatie tussen een mitochondrium en een bladgroenkorrel --->

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding
voor verbranding heb je nodig:
- zuurstof
- brandstof (in je lichaam is dat glucose)

Verbranding vindt plaatst in ELKE cel van je lichaam

Hierbij ontstaan (afval)stoffen:
- water en koolstofdioxide 
en komt er ENERGIE vrij

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 23 - Tekstslide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Hoe komen spieren aan energie?
Energie uit glucose komt 
vrij door verbranding

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding in ons lichaam
Een soort gelijk proces gebeurd in ons lichaam. 

Wij gebruiken glucose als brandstof, om de energie die erin zit vrij te laten doen wij ook aan verbranding maar dan in onze cellen.

Glucose krijgen wij binnen door ons eten, de zuurstof door te ademen.



O2
Brandstof

verbranding
energie
CO2
H2O
verbranding vindt plaats in al onze cellen -> mitochondria

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding bij een kaars
  1. Verbranding bij een kaars. Wat ontstaat er?
  2. Wat is er nodig?
  3. Hoe zou je deze stoffen kunnen aantonen?


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding bij een kaars
  1. Verbranding bij een kaars. Wat ontstaat er?
    Warmte, licht, water
  2. Verbranding bij een kaars. Wat is er nodig?
    Zuurstof, kaarsvet
  3. Hoe zou je deze stoffen kunnen aantonen?
    Warmte: voelen / thermometer
    Licht: zien / lichtmeter (fotometer/luxmeter)
    Water: je kan de waterdamp op het glas zien


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese vindt plaats in het...
A
donker
B
licht
C
donker en licht
D
nooit

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

verbranding vindt plaats in het..
A
donker
B
licht
C
donker en licht
D
nooit

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke soort cellen zullen de meeste mitochondriën zitten?
A
Huidcellen
B
Oogcellen
C
Spiercellen
D
In iedere soort zitten evenveel mitochondriën

Slide 30 - Quizvraag

cellen die veel energie nodig hebben bevatten veel mitochondriën
Wat is de functie van mitochondriën?
A
Hier wordt glucose afgebroken zodat zuurstof vrijkomt
B
Hier wordt glucose afgebroken zodat energie vrijkomt
C
Hier wordt zuurstof afgebroken zodat energie vrijkomt
D
Hier wordt energie afgebroken zodat glucose vrij komt

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie doen er aan verbranding?
A
Alleen planten
B
Alleen dieren
C
Planten en dieren
D
Alle levende organismen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding is?
A
De afbraak van CO2 in cellen
B
De productie van glucose in cellen
C
De toename van water in de cel
D
De afbraak van glucose in cellen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding is ...
A
glucose + zuurstof -> koolstofdioxide + water + energie
B
koolstofdioxide + water =-> glucose + zuurstof + energie
C
koolstofdioxide + glucose + energie -> zuurstof + water
D
glucose + water + energie -> koolstofdioxide + zuurstof

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding bij een kaars
Tekst
kaarsvet verdwijnt
de kaars gaat uit

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alle organismen hebben energie nodig !

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verbranding in je lichaam

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke reactievergelijking is juist?
A
C6H12O6 + O2 --> H2O + CO2 + energie
B
C6H12O6 + 3O2 --> 3H2O + 3CO2 + energie
C
C6H12O6 + 6O2 --> 6H2O + 6CO2 + energie
D
C6H12O6 + 6O2 --> 3H2O + 3CO2 + energie

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

C6H12O6 + 6O2       6H2O + 6CO2
Energie 
Dit moet je kennen!!!

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we water en koolstofdioxide bij de celverbranding?
A
Verbrandingsproducten
B
Beide zijn een brandstof
C
CO2 is brandstof en H2O is een verbrandingsproduct
D
Beide zijn een katalysator

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer vindt in plantaardige cellen vebranding plaats?
A
Alleen overdag
B
Alleen 's nachts
C
overdag en 's nachts
D
nooit

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese
Verbranding
In welk organisme vindt het proces plaats
planten
alle organismen
In welk celorganel vindt het proces plaats?
bladgroenkorrels
mitochondriën
Vindt het proces plaats in het licht, donker, of in beide gevallen?
licht
beide
Wordt glucose gemaakt of verbruikt?
gemaakt
verbruikt
Wordt koolstofdioxide gemaakt of verbruikt?
verbruikt
gemaakt
Wordt zuurstof gemaakt of verbruikt?
gemaakt
verbruikt
Vraag 3

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling van lucht
Ingeademde lucht
Uitgeademde lucht
Stikstof
78%
78%
Zuurstof
21%
17%
Edelgassen
1%
1%
Koolstofdioxide
0,04%
4%
Waterdamp
Weinig
Veel
Temperatuur
Lager dan 32 °C
32 °C

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er met stikstof in je longen als je stikstof inademt?
A
Niks, want stikstof komt niet in je longen.
B
Niks, want de longblaasjes vervoeren het stikstof niet naar het bloed.
C
Stikstof komt in het bloed maar wordt verder niet opgenomen door je cellen. Je ademt het weer uit.
D
Stikstof komt in het bloed en ook in de cellen. De cellen gebruiken stikstof voor hun energie.

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Koudbloedige dieren nemen de temperatuur van hun omgeving aan.

Lichaam opwarmen: in de zon liggen
Lichaam afkoelen: in de schaduw/in het water
Te koud: verbranding langzamer, minder energieproductie dus bewegen trager.
Koudbloedig dier
  • vissen
  • amfibieën
  • ongewervelde dieren

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vogels en zoogdieren zijn warmbloedige dieren. 
Bij warmbloedige dieren blijft de lichaamstemperatuur steeds tussen een bepaalde waarde en is dus constant. 
Warmbloedige dieren hebben aanpassingen in hun lichaamsbouw of gedrag om niet te veel op te warmen of af te koelen.
                                                                                                                                 
Warmbloedig dier

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpassingen warmbloedige dieren 
Isoleren
- wintervacht
- vetlaag

Afkoelen
- grote oren

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom koelen grotere oren (zoals bij de fennek- woestijnvos) beter af
dan kleinere oren?
A
Met grotere oren kan er meer regenwater worden opgevangen wat voor afkoeling zorgt.
B
Grotere oren kunnen beter 'wapperen' en dat geeft verkoeling.
C
De binnenkant van de oren bevat nauwelijks vacht dus weinig isolatie.
D
Er lopen meer bloedvaatjes aan de oppervlakte die hun warmte kunnen afstaan (door de wind).

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kan het verband uitleggen tussen verbranding in cellen en lichamelijke activiteit

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je kan uitleggen welke stoffen nodig zijn bij verbranding en welke stoffen ontstaan

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Begrippen
           uit deze les
  • fotosynthese 
  • verbranding 
  • reactievergelijking 

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies