Start schooljaar - week 1

Start schooljaar - week 1


1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3Leeftijd 16

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Start schooljaar - week 1


Visie Joseph Willaert School

Leefregels Joseph Willaert School


GASV


Geïntegreerde algemene sociale vorming


Bij GASV leer je dingen die je nodig hebt in het dagelijks leven, op het werk en in de maatschappij. Het gaat niet om één apart vak, maar om verschillende belangrijke vaardigheden die samen worden aangeleerd.

Verwachtingen

Wat leer je tijdens GASV?

Algemene kennis

  • Lezen en schrijven

  • Rekenen

  • Omgaan met informatie

Sociale vaardigheden

  • Respectvol omgaan met anderen

  • Samenwerken

  • Luisteren en communiceren


Wat leer je tijdens GASV?

Maatschappelijke vorming

  • Je weg vinden in de samenleving

  • Verkeersregels kennen en toepassen

  • Rechten en plichten begrijpen


Zelfstandigheid

  • Problemen oplossen

  • Verantwoordelijkheid nemen

  • Zelf keuzes maken

Doelen selecteren - samen beslissen

Rekening houden met

  • Wettelijk kader

  • Noden en interesses leerling


In samenspraak met

  • Leerling

  • Ouders

  • Leerkrachten

  • Externen

OD 45 De leerling formuleert op zijn niveau doelstellingen en streeft realistische tussen- en einddoelen na.

Klasafspraken

Afspraken lessen GASV

  • Hoofddeksels en jassen uit in het lokaal.

  • Handtassen, tassen, zakjes, prulletjes,... staan naast de bank. Tafel wordt ordelijk gehouden.

  • Iedereen gebruikt de chromebook die hij toegekend kreeg.

  • Agenda: Elk lesuur schoolagenda mee in het GASV lokaal.

  • Map: Materiaal correct opbergen, mappen blijven in het lokaal.

  • Balpen: Iedereen brengt elke les 1 blauwe balpen mee.


Noteer op een post-it 3 onderwerpen waarover jij wil leren tijdens de lessen GASV dit schooljaar.

Schoolkalender en verjaardagskalender overlopen en invullen

Stel jezelf voor

Kwaliteit: Waar ben ik goed in? (duim)


Doel: Wat wil ik bereiken? Wat is mijn doel? (wijsvinger)


Hekel: Waar heb ik een hekel aan? (middelvinger)


Waarde: Waar ben ik trouw aan? Waar hecht ik waarde aan? (ringvinger)


Groei: Waar wil ik nog in groeien? Waarin voel je je klein? (pink)