3V Par 5.1 en 5.5

3V Par. 5.1 & 5.5
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3V Par. 5.1 & 5.5

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bruto- en nettowinst
Hoe zat het ook alweer?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Berekening van de winst
Omzet (exclusief btw)
Inkoopwaarde van de omzet  –
Brutowinst 
Bedrijfskosten -
Nettowinst / bedrijfsresultaat 


Bij de berekeningen wordt btw buiten beschouwing gelaten. Deze moeten we afdragen/terugkrijgen van de overheid en heeft dus geen invloed op de hoogte van de winst.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel bedraagt de brutowinst?

Gegeven:
Inkoopwaarde van de goederen €6.000
Bedrijfskosten €1.500
Afzet 500 stuks
Verkoopprijs €20

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel bedraagt de nettowinst?

Gegeven:
Inkoopwaarde van de goederen €8.000
Bedrijfskosten €2.500
Afzet 400 stuks
Verkoopprijs €50

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Twee soorten kosten
Variabele kosten = kosten die afhankelijk zijn van de afzet. Als de afzet toeneemt nemen de totale variabele kosten ook toe en andersom. Bijv. de sla voor de broodjes shoarma


Vaste kosten = kosten die onafhankelijk zijn van de afzet. Als de afzet in dit geval toeneemt dan blijven de vaste kosten gelijk.
Bijv. de huur van het pand van de shoarmazaak.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Break-even
Break-even = het bedrijf maakt geen winst en geen verlies --> quite spelen 


Break-evenafzet = de afzet waarbij we geen winst en verlies maken.
Totale opbrengsten is gelijk aan de totale kosten: TO = TK.
Of
Vaste kosten : (verkoopprijs - variabele kosten p. product)

Break-evenomzet = de break - evenafzet * verkoopprijs


Slide 7 - Tekstslide

Het verschil tussen verkoopprijs en variabele kosten per product zorgt ervoor dat de vaste kosten betaald kunnen worden. 
Bij het aantal stuks dat de vaste kosten precies betaald kunnen worden = break-even afzet behaald.
Break-even
TO = TK
Totale opbrengsten = totale kosten

Totale opbrengsten = omzet = prijs * hoeveelheid (Q)
Totale kosten = totale variabele kosten + totale constante kosten

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopgave

Stel een bedrijf verkoopt producten met een verkoopprijs van 10 euro. De variabele kosten per product zijn 3 euro. De vaste kosten zijn 70.000 euro per jaar. Wat is zijn break-evenafzet?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopgave

Stel een bedrijf verkoopt producten met een verkoopprijs van 10 euro. De variabele kosten per product zijn 3 euro. De vaste kosten zijn 70.000 euro per jaar. Wat is zijn break-evenomzet?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling BTW
Verkoopprijs (excl. BTW)                = 100%
BTW                                                          = 9% / 21%          +
Consumentenprijs (incl. BTW)     = 109% / 121%

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ik koop een spijkerbroek voor €48,40 inclusief 21% BTW. Hoeveel bedraagt de BTW?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik betaal €6,30 aan BTW bij de aankoop van een trui waar 21% BTW over wordt gerekend. Hoeveel is de prijs van de trui exclusief BTW?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Afschrijvingen
Afschrijven = de waarde van de vaste activa op de balans verlagen.

Afschrijvingskosten --> winst en verliesrekening.
We houden alvast rekening dat we het kapitaalgoed in de toekomst moeten vervangen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afschrijvingsmethoden
1. Vast percentage van de boekwaarde 
  • = de waarde waartegen de vaste activa op de balans staat. 
  • = de aanschafwaarde - alle afschrijvingen tot op dat moment.

2. Vast percentage van de aanschafprijs
= gemiddelde afschrijving per jaar =
                       Aanschafwaarde - restwaarde
                                           Levensduur

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Je koopt een nieuwe bestelbus ter waarde van €60.000. De afschrijving is een vast percentage van de boekwaarde en bedraagt 30% per jaar.
1. Bereken de afschrijvingskosten van jaar 1.
2. Bereken de afschrijvingskosten van jaar 2.
3. Bereken de afschrijvingskosten van jaar 3.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je koopt een nieuwe auto van € 15.000. Na vijf jaar verkoopt hij de auto voor 40% van de aanschafprijs. Bereken de afschrijvingskosten per jaar

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies