College 1: H48

College 1. H48
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

College 1. H48

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning college 1
  • Algemene informatie vak (kort) voor FO (+ nieuwe stud.) + opm. verslagen FYS1 resultaten
  • Leerdoelen H48 bespreken 
  • Theorieconcepten H48
  • Ontwerp 2 vragen + inleveren BB 
  • Tijd over: Mastering Biology

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleinere leerdoelen 
De student kan...
1. de structuur van een neuron benoemen en onderscheid maken tussen drie verschillende typen in het CNS en PZS (48.1
2. het rustpotentiaal in een neuron omschrijven, op celniveau (met betrokken membraaneiwitten en ionentransport) en in koppeling met de functie(s) van het zenuwstelsel (48.2)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleinere leerdoelen 
De student kan...
3. het actiepotentiaal in een neuron omschrijven, op celniveau (met betrokken membraaneiwitten en ionentransport) en in koppeling met de functie(s) van het zenuwstelsel (48.3)
4. het actiepotentiaal van een neuron uitzetten en aflezen in een grafiek (met hyperpolarisatie en depolarisatie) en deze fasen in de grafiek koppelen aan de ionentransport op celniveau (48.3)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleinere leerdoelen 
De student kan...
5. de communicatie tussen neuronen op celniveau toelichten, met betrokken ionen (of neurotransmitters) én effecten van een IPSP/EPSP benoemen (48.4).
6. onderscheid maken tussen verschillende neurotranmitters (tabel 48.2), in vorm en basale functie(s) (op de communicatie) (48.4).

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen H48
Algemene leerdoel H48:

Kennis en begrip hebben van: 'Structuur en functie van een neuron, het actiepotentiaal en graduele potentiaal. Daarnaast van de synaps en werking neurotransmitters (H48 en H49);'

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet een neuron eruit?
De student kan...
de structuur van een neuron benoemen en onderscheid maken tussen drie verschillende typen in het CNS en PZS (48.1)

Opdracht
Teken twee geschakelde neuronen en benoem alle structuren.
Zet bij alle onderdelen de functie erbij!
(5 min.)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke typen kennen we?
- Sensorische neuron (afferente neuron): vangt signalen (prikkels) op van zintuigen --> geeft dit door
- Interneuron (schakelcel): koppelt tussen sensorisch/motorisch/intern.
- Motorische neuron (efferente neuron): geeft signalen door naar spieren
(hierover in H49 meer!)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet het zenuwstelsel eruit?
CZS: centraal zenuwstelsel
PZS: perifeer zenuwstelsel

Welke organen betrokken?

Zenuwen zijn gebundelde neuronen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wérkt een neuron?

De student kan...
het rustpotentiaal in een neuron omschrijven, op celniveau (met betrokken membraaneiwitten en ionentransport) en in koppeling met de functie(s) van het zenuwstelsel (48.2)


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wérkt een neuron? 
- Rustpotentiaal tussen -60/-80 mV
- Binnenzijde cel is negatief en buitenzijde cel is positief (in rust)
- Ezelsbruggetje?

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld ezelsbruggetje rustpotentiaal:

'Poeh wat is het warm hierbinnen, buiten is het lekker fris' (negatief binnen, buiten is positief)

'Kalium binnen in de Kamer, Natrium buiten in de Natuur'
Hoe werkt de rustpotentiaal?
Concentratie N+ en K+ zijn zeer belangrijk voor rustpotentiaal.
K+ lekt de cel continu uit (lekkende K+-ionkanaaltjes) => negatieve binnenkant (ca. -60/-80mV)

Na+-ionkanaaltjes zijn bijna allemaal dicht (= weinig lekkage)



diffusie

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt de rustpotentiaal?
Na+/K+pomp is
actief transport!
Zorgt mede voor 
negatieve binnen-
kant = gradiënt

(EK (evenwicht K+) ligt op
-90mV = binnenkant membraan 90mV meer negatief dan buitenkant)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?

De student kan ...
het actiepotentiaal in een neuron omschrijven, op celniveau (met betrokken membraaneiwitten en ionentransport) en in koppeling met de functie(s) van het zenuwstelsel (48.3)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?
Stimulus
Neuron vangt op vanuit sensor (dendrieten)
actiepotentiaal d.m.v. ionkanalen met voltagepoortjes

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ionkanalen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?
K+-ionkalen (voltagepoortjes1) open 
= K+ eruit 
= nóg negatievere binnenkant 
hyperpolarisatie 


1 Voltage-gated ionchannels 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?
Als andere voltagepoortjes openen 
dan neemt de negatieve binnenkant
juist af , dit heet depolarisatie.

Bij een actiepotentiaal zijn 
dit de Na+-ionkanalen (voltagepoortjes).

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?
Graduele potentiaal is een kleine verandering in membraanpotentiaal, door een stimulus (varieert qua sterkte).

Bij een actiepotentiaal is er een grote verandering in het voltage op het membraan (boven de grenswaarde) (=depolarisatie).

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een actiepotentiaal?
Dit is 'alles of niets'


Probeer de grafiek goed te 
lezen!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
 De student kan ...

het actiepotentiaal van een neuron uitzetten en aflezen in een grafiek (met hyperpolarisatie en depolarisatie) en deze fasen in de grafiek koppelen aan de ionentransport op celniveau (48.3)


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekenopdracht 
Teken onderstaande grafiek in je schrift. Vul de dingen in die je nu al in kunt vullen (met bijschriten)
Groot, zodat je tekst erbij kunt zetten.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Stap 1. Rustfase

- Meeste ion-kanalen dicht
- Geen specifiek transport van ionen
- Binnen negatief/
buiten positief

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Stap 2. Depolarisatie

- Na+-kanaaltjes 
(voltagepoortjes) openen
- Na+ gaat de neuron IN (!!)
- Resultaat = minder negatief voltage

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Stap 3. Stijgende fase

- Drempelwaarde overschreden
- Na+-kanalen open = positieve voltage membraan
- Depolarisatie
- Membraanpotentiaal vlakbij ENa 
Let op!

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Stap 4. Vallende fase (repolarisatie)

- Na+-ionkanalen (voltagepoortjes)
worden inactief = dicht
- K+-ionkanalen (voltagepoortjes)
openen
- K+ stroomt de cel UIT (!!)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Stap 5. Undershoot ('eronder schieten') = 
hyperpolarisatie
- K+-permeabiliteit hoog
- Na afloop sluiten ook K+-ionkanalen 
(voltagepoortjes) langzaam

Daarna weer rustpotentiaal

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Refractieperiode is tijdelijke verlamming 
ionkanaaltjes (Na+), daardoor even geen 
nieuw potentiaal op die plek & 
oriëntatie naar axon toe. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Myelineschede is laagje om axon = voor verhoogde snelheid!
'Gaten' ertussen (saltatorische geleiding) = insnoeringen van Ranvier

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een actiepotentiaal?
Myelineschede:
In CNS gemaakt door gliacellen genaamd oligodendrocyten
In PZS door glia genaamd Cellen van Schwann.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe communiceren neuronen?

De student kan ...

de communicatie tussen neuronen op celniveau toelichten, met betrokken ionen (of neurotransmitters) én effecten van een IPSP/EPSP benoemen (48.4).

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe communiceren neuronen?
- Ca2+ kanaaltjes betrokken
- Blaasjes (met neurotransmitters) 
smelten samen met membraan
- Over synaptische kloof/spleet 
naar postsynaptisch neuron
- Koppelt op ligandkanaal en triggert
daar een reactie

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe communiceren neuronen?
Neurotransmitters uit presynaptisch neuron veroorzaken een EPSP of IPSP:

- EPSP (Excitatory postsynaptic potential)= exiterende werking = depolarisatie (boven drempel)
- IPSP (Inbibitory postsynaptic potential) = inhiberende werking = hyperpolarisatie (onder drempel)



Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe communiceren neuronen?
1 EPSP of 1 IPSP is niet voldoende: Summatie = meerdere prikkels
Summatie is het totale effect dat verschillende potentialen samen hebben.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe communiceren neuronen?
Voorbeeld: 
Glutamaat (EPSP) maakt membraan permeabel voor Na+/K+ = membraan meer positief. 

Terwijl GABA (IPSP) het juist permeabel maakt voor Cl- = membraan meer negatief

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke rol spelen neurotransmitters?

De student kan ...

onderscheid maken tussen verschillende neurotranmitters (tabel 48.2), in vorm en basale functie(s) (op de communicatie) (48.4).

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke rol spelen neurotransmitters?
- Na vrijlating moeten neurotransmitters
opgeruimd worden.
- Blokkeren = gevaarlijk!

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Expertopdracht
Ieder groepje 1 neurotransmitter. Zoek uit & vertel in een pitch van 1 min.:
Wat veroorzaakt het (EPSP/IPSP), waar bevindt het zich, wat stimuleert/remt het, evt. tekorten/teveel in relatie tot aandoeningen/ziekten ed.

Neurotransmitters (8 groepjes):
Acetylcholine / Glutamaat / GABA / Serotonine / Dopamine / Noradrenaline / neuropeptiden / stikstofmono-oxide


timer
10:00

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugkoppeling
De student kan...
- de structuur van een neuron benoemen en onderscheid maken tussen drie verschillende typen in het CNS en PZS (48.1
- het rustpotentiaal in een neuron omschrijven, op celniveau (met betrokken membraaneiwitten en ionentransport) en in koppeling met de functie(s) van het zenuwstelsel (48.2)

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugkoppeling
Algemene leerdoel H48:

Kennis en begrip hebben van: 'Structuur en functie van een neuron, het actiepotentiaal en graduele potentiaal. Daarnaast van de synaps en werking neurotransmitters (H48 en H49);'

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies