Financieel en niet-financieel (Bedrijfseconomie havo), les 1: Uitleg

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Financieel en niet-financieel

Examenstof bedrijfseconomie havo

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg voor het havo-examen bedrijfseconomie: het verschil tussen financiële en niet-financiële informatie, de tien begrippen uit de syllabus en het belang voor het besturen, met 3 checks.

Onderdelen in deze les

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Financieel en niet-financieel

Examenstof bedrijfseconomie havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F1 24.1. Image credit: Cees de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan financiële en niet-financiële informatie onderscheiden en uitleggen waarom het management beide nodig heeft.

Deze slide heeft geen instructies

Wat wil een directeur van een bedrijf weten, behalve hoeveel geld er binnenkomt?

Syllabus 24: verwachte woorden zijn tevreden klanten, ziek personeel, snelle levering, nieuwe producten, imago. Deel de woorden later in de les in: wat gaat over geld en wat niet.

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Financiële informatie

  • Het management bestuurt met informatie. Financiële informatie gaat over geld, in euro's.

  • Voorbeelden: opbrengsten, kosten, uitgaven en het resultaat (winst).

  • Je haalt haar uit de administratie, bijvoorbeeld uit een overzicht van opbrengsten en kosten.

  • Ze laat zien hoe het er financieel voor staat, maar niet waarom.

Syllabus 24.1: de verschillen tussen financiële en niet-financiële informatie uitleggen. De omschrijving is een uitleg in leerlingtaal, de syllabus geeft geen definitie. Opbrengsten, kosten en uitgaven komen uit 23. Veelgemaakte fout: denken dat alleen de boekhouder financiële informatie nodig heeft. Syllabus 24: het management gebruikt informatie om het functioneren van de organisatie te analyseren en te besturen. Financiële cijfers laten zien wat er gebeurd is, andere cijfers laten vaak de oorzaak zien. Image credit: Cees de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Niet-financiële informatie

  • Niet-financiële informatie is informatie die je niet in euro's uitdrukt.

  • Het gaat over personeel, klanten, producten, levering en de maatschappij.

  • Je meet haar in aantallen, percentages, cijfers of scores, zoals een rapportcijfer van klanten.

  • Het verschil: financiële informatie is uitgedrukt in geld, niet-financiële informatie niet.

  • Let op: een bedrag in euro's is altijd financiële informatie, ook als het over personeel gaat, zoals loonkosten.

Syllabus 24.1. Omschrijving in leerlingtaal. Veelgemaakte fout: elk percentage of elk cijfer over personeel als niet-financieel zien. Kijk steeds of het in euro's is uitgedrukt: loonkosten zijn financieel, het aantal medewerkers dat vertrekt niet.

Welk gegeven van Fietszaak Wiel & Co is financiële informatie?

A

Het aantal medewerkers in dienst

B

Het rapportcijfer van klanten voor de service

C

Het aantal klachten per maand

D

De loonkosten van € 14.000 per maand

Syllabus 24.1: alleen de loonkosten zijn in euro's uitgedrukt. Verwachte fout: het aantal medewerkers kiezen, omdat het over personeel gaat. Fietszaak Wiel & Co is verzonnen.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Personeel: verloop en verzuim

  • Personeelsverloop: het deel van de medewerkers dat in een periode de organisatie verlaat.

  • Rekenvoorbeeld: verloop (%) = vertrokken medewerkers / gemiddeld aantal medewerkers x 100.

  • Ziekteverzuim: het deel van de werktijd dat medewerkers ziek zijn en dus niet werken.

  • Rekenvoorbeeld: verzuim (%) = verzuimde werkdagen / te werken werkdagen x 100.

  • Hoog verloop of verzuim wijst vaak op weinig werkplezier of hoge werkdruk, en het kost geld.

Syllabus 24.1: personeelsverloop en ziekteverzuim. De syllabus geeft geen definitie of formule en ze staan niet in Bijlage 4; de omschrijvingen en rekenvoorbeelden zijn een eigen uitleg, gebaseerd op de gangbare definities (CBS: ziektedagen in procenten van de beschikbare werkdagen; verloop: uitstroom in procenten van het gemiddelde personeelsbestand). In een examen wordt zo nodig de formule gegeven. Voorbeeld: 5 van 25 medewerkers vertrekt is 5 / 25 x 100 = 20%. Veelgemaakte fout: delen door het verkeerde totaal of de uitkomst als aantal noteren.

Een winkelmedewerker achter de toonbank, Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Klanten en imago

  • Klanttevredenheid: hoe tevreden klanten zijn over product en service, bijvoorbeeld als rapportcijfer.

  • Imago: het beeld dat mensen van de organisatie hebben, zoals betrouwbaar of duurzaam.

  • Tevreden klanten kopen opnieuw en vertellen het door. Dat kan de opbrengsten later verhogen.

  • Een slecht imago kan klanten wegjagen. Je meet het bijvoorbeeld met een enquête.

Syllabus 24.1: klanttevredenheid en imago. Omschrijvingen in leerlingtaal. Klanttevredenheid gaat over de ervaring van klanten zelf, imago over het beeld bij een breder publiek. Imago komt ook terug in het onderwerp MVO (people, planet, profit). Veelgemaakte fout: de twee door elkaar halen. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0

Zonnepanelen: ooit een innovatie, nu op veel daken in Nederland

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Innovatiekracht

  • Innovatiekracht is het vermogen om nieuwe producten of werkwijzen te bedenken en in te voeren.

  • Je ziet het bijvoorbeeld aan het aantal nieuwe producten per jaar.

  • Met veel innovatiekracht kom je sneller mee als de behoefte van klanten verandert.

  • Innovatie kost eerst geld en levert later iets op: in de cijfers van nu zie je dat niet.

Syllabus 24.1: innovatiekracht. Omschrijving in leerlingtaal. Innovatie als bijdrage aan de samenleving staat ook in het onderwerp MVO. Veelgemaakte fout: innovatiekracht gelijkstellen aan de uitgaven voor onderzoek (financieel). Image credit: Steven Lek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Garage De Schroef heeft 25 medewerkers. Er vertrekken er 5 in een jaar. Wat is het personeelsverloop?

A

20%

B

5%

C

25%

D

30%

Syllabus 24.1. Uitwerking: 5 / 25 x 100 = 20%. Controle: 20% van 25 is 5. Verwachte fout: 5% (het aantal als percentage) of 25% (het totaal).

Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Levering

  • Leveringstermijn: de tijd tussen de bestelling en de levering bij de klant.

  • Leveringsbetrouwbaarheid: hoe vaak een organisatie op tijd en volgens afspraak levert.

  • Rekenvoorbeeld: betrouwbaarheid (%) = leveringen op tijd / alle leveringen x 100.

  • Een korte termijn helpt niet als de organisatie de afspraak niet nakomt.

Syllabus 24.1: leveringstermijn en leveringsbetrouwbaarheid. Omschrijvingen en rekenvoorbeeld zijn een eigen uitleg; de formule staat niet in Bijlage 4. Voorbeeld: 90 van 100 pakketten op tijd is 90%. Veelgemaakte fout: de twee begrippen omwisselen: de termijn is de duur, de betrouwbaarheid is het percentage op tijd. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Data en maatschappij

  • Dataveiligheid: gegevens van klanten en medewerkers goed beschermen tegen verlies of misbruik.

  • Werkgelegenheid: het aantal banen dat een organisatie biedt, bijvoorbeeld in de regio.

  • Diversiteit en inclusie: medewerkers met verschillende achtergronden werken samen en horen er allemaal bij.

  • Een datalek schaadt het imago en de klanttevredenheid.

  • Werkgelegenheid en diversiteit en inclusie laten zien wat de organisatie voor de samenleving betekent.

Syllabus 24.1: dataveiligheid, werkgelegenheid, diversiteit en inclusie. Omschrijvingen in leerlingtaal. Werkgelegenheid is al als bijdrage aan de samenleving behandeld bij het onderwerp MVO; hier gaat het om het gegeven als informatie voor het management. Veelgemaakte fout: dataveiligheid als financiële informatie zien omdat een datalek geld kost.

Werkplaats van een fietsenmaker

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Casus: Fietszaak Wiel & Co

  • Financieel: opbrengsten € 480.000, kosten € 445.000, resultaat € 35.000.

  • Niet-financieel: personeelsverloop 30%, ziekteverzuim 8%, klanttevredenheid 6,9.

  • Veel e-bikes komen te laat: de leveringsbetrouwbaarheid is 78%.

  • Het resultaat is goed, maar de andere cijfers waarschuwen: zonder actie dalen de opbrengsten later.

Syllabus 24 en 24.1: financiële en niet-financiële informatie samen gebruiken om het functioneren te analyseren. Het resultaat klopt: 480.000 min 445.000 is 35.000. Laat leerlingen sorteren welk cijfer financieel is en welk niet. Fietszaak Wiel & Co is verzonnen, de cijfers ook. Veelgemaakte fout: alleen naar het resultaat kijken en de rest negeren. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Van 200 bestellingen van Webwinkel Plank komen er 190 op tijd aan. Wat is de leveringsbetrouwbaarheid?

A

5%

B

10%

C

95%

D

190%

Syllabus 24.1. Uitwerking: 190 / 200 x 100 = 95%. Controle: 95% van 200 is 190. Verwachte fout: 5% (het deel dat te laat is) of 10% (het aantal te laat gedeeld door 100).

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Financieel of niet-financieel

2

Personeel en klanten

3

Levering en data

4

Het belang voor het management

Gebruik de uitslag om te bepalen welk blok je nog een keer doorloopt.

Noem een niet-financieel cijfer voor jouw school.

Elk bruikbaar antwoord telt, bijvoorbeeld ziekteverzuim van docenten, tevredenheid van leerlingen of het aantal leerlingen dat afhaakt. Vraag bij elk antwoord of het in euro's is uitgedrukt.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Begrippen (1/2)

  • financiële informatie: Informatie die je in euro's uitdrukt.

  • niet-financiële informatie: Informatie die je niet in euro's uitdrukt.

  • personeelsverloop: Het aantal medewerkers dat vertrekt en vervangen moet worden.

  • ziekteverzuim: Het deel van de werktijd dat medewerkers ziek zijn.

  • klanttevredenheid: Hoe tevreden klanten zijn over product en service.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Begrippen (2/2)

  • imago: Het beeld dat mensen van de organisatie hebben.

  • innovatiekracht: Het vermogen om nieuwe producten of werkwijzen in te voeren.

  • leveringstermijn: De tijd tussen bestelling en levering.

  • leveringsbetrouwbaarheid: Hoe vaak er op tijd en volgens afspraak wordt geleverd.

  • dataveiligheid: Gegevens van klanten en medewerkers goed beschermen.

Deze slide heeft geen instructies