Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Examentraining
Niet-financiële informatie: zo pak je examenvragen aan
Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Examentraining
Niet-financiële informatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: TaurusEmerald / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een casus informatie indelen, het belang voor het management uitleggen, beslissingen en risico's koppelen en rekenen met verloop en verzuim.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke organisatie is het en welke informatie of welk probleem staat er?
2. Sorteer: is het gegeven in euro's uitgedrukt? Dan financieel, anders niet-financieel.
3. Koppel: welke oorzaak, welk gevolg of welk risico zit erachter?
4. Kies: een beslissing of antwoord en noem het gegeven uit de casus.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Vraagtype 1: verschillen
Je deelt gegevens uit een casus in en legt het verschil uit.
Kijk naar de grootheid: gaat het over een geldbedrag? Dan financieel, ook als het een percentage is.
Een casus bevat vaak beide soorten: sorteer de gegevens een voor een.
Deze slide heeft geen instructies
Webshop Luma meldt 8% meer omzet, 3.400 klachten en 94% op tijd. Welke zijn niet-financieel?
De klachten en het percentage op tijd
De omzetstijging en de klachten
De omzetstijging en het percentage op tijd
Alle drie, want geen ervan is een bedrag in euro's
Syllabus 29.1. De omzetstijging is een percentage, maar van een geldbedrag (de omzet in euro's): financieel. Het aantal klachten en het percentage leveringen op tijd gaan niet over geld. Verwachte fout: elk percentage als niet-financieel zien. Webshop Luma is verzonnen.
Waarom is ziekteverzuim van 6% niet-financieel, ook al kost het geld?
Het gaat over personeel en dat is nooit financieel
Niet in euro's, maar in een percentage van werkdagen
Een percentage is altijd niet-financiële informatie
De kosten ervan staan niet in de administratie
Syllabus 29.1. Het verzuim zelf is een deel van de werktijd; de loonkosten van de zieke dagen zijn financieel. Een percentage kan financieel zijn als het over een geldbedrag gaat. Verwachte fout: 'percentage is altijd niet-financieel'.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Vraagtype 2: belang voor het management
Je legt uit waarom het management een niet-financieel gegeven nodig heeft.
Redeneer van het gegeven naar een gevolg voor opbrengsten of kosten.
Verwijs naar de casus: noem het gegeven en wat het voor de organisatie betekent.
Deze slide heeft geen instructies
Tuincentrum Groen verhoogt de prijzen: resultaat +8%, maar 20% minder vaste klanten. Welke conclusie past?
Het tuincentrum functioneert goed, want het resultaat stijgt
De prijzen kunnen verder omhoog, want het resultaat stijgt
Het aantal vaste klanten zegt niets, het is niet in euro's
Het resultaat kan later dalen door minder vaste klanten
Syllabus 29.2. Het resultaat van nu toont het gevolg van de prijsverhoging; het dalende aantal vaste klanten waarschuwt voor lagere opbrengsten later. Verwachte fout: alleen naar het resultaat kijken. Tuincentrum Groen is verzonnen.
Noem een signaal dat opbrengsten later dalen.
Syllabus 29.2. Goed antwoord: dalende klanttevredenheid, lagere leveringsbetrouwbaarheid, een slechter imago of stijgend verloop van personeel, met uitleg waarom dit opbrengsten raakt. Verwachte fout: een financieel gegeven noemen, zoals dalende kosten.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Vraagtype 3: beleid en risico
Je koppelt een beslissing aan informatie van de juiste categorie.
Bij risicomanagement benoem je het risico en wat het kan doen met het resultaat.
Controleer of de beslissing de oorzaak aanpakt en niet een andere categorie.
Deze slide heeft geen instructies
Distributeur Kolibri: leveringsbetrouwbaarheid zakt van 96% naar 88%. Welke beslissing past?
De planning en de voorraad herzien
Het assortiment verbreden met nieuwe producten
Meer reclame maken om het imago te verbeteren
Het ziekteverzuim verlagen met een training
Syllabus 31.2. Een lage betrouwbaarheid hoort bij levering: planning en voorraad. Verwachte fout: reclame of een nieuw assortiment kiezen, omdat die klanten trekken maar de late leveringen niet oplossen. Distributeur Kolibri is verzonnen.
Ontwerpbureau Pixel slaat klantgegevens zonder goede beveiliging op. Welk risico telt het management mee?
Het ziekteverzuim stijgt en de loonkosten dalen
Alleen de ict-afdeling loopt risico, het bedrijf niet
Een datalek kan het imago en de opbrengsten schaden
De leveringstermijn wordt korter en de kosten dalen
Syllabus 31.2.1: dataveiligheid is niet-financiële informatie die het resultaat kan beïnvloeden. Verwachte fout: het risico beperken tot de ict-afdeling. Ontwerpbureau Pixel is verzonnen.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Vraagtype 4: rekenen
Gebruik de hulpformules uit de uitleg (niet in Bijlage 4) en rond af op hele euro's of een decimaal.
Verloop (%) = vertrokken / gemiddeld aantal medewerkers x 100, met gemiddeld = (begin + eind) / 2.
Reken een percentage eerst om naar een aantal en daarna naar euro's.
Deze slide heeft geen instructies
Installatiebedrijf Brons: begin 90 medewerkers, eind 110, er vertrekken er 15. Hoeveel is het verloop?
16,7%
13,6%
15%
7,5%
Syllabus 29. Uitwerking: gemiddeld = (90 + 110) / 2 = 100; 15 / 100 x 100 = 15%. Controle: 15% van 100 is 15. Verwachte fout: 16,7% (delen door 90) of 13,6% (delen door 110). Installatiebedrijf Brons is verzonnen.
Kantoor Arca: 40 medewerkers, elk 220 werkdagen, verzuim 5%, loonkosten € 190 per dag. Wat kost het verzuim?
€ 83.600
€ 2.090
€ 440
€ 836.000
Syllabus 29.2: niet-financiële informatie koppelen aan het financiële gevolg. Uitwerking: 40 x 220 = 8.800 werkdagen; 5% daarvan is 440 verzuimdagen; 440 x € 190 = € 83.600. Controle: 440 x € 200 = € 88.000 min 440 x € 10 = € 4.400 geeft € 83.600. Verwachte fout: € 440 (alleen de dagen) of € 2.090 (één medewerker). Kantoor Arca is verzonnen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Verschillen uitleggen
Het belang voor het management
Beleid en risico koppelen
Rekenen met verloop en verzuim
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL
Tips voor op het examen
Kijk eerst of een gegeven in euro's is uitgedrukt: dan is het financieel, ook als het een percentage is.
Leg het verband: van het niet-financiële gegeven naar een gevolg voor opbrengsten of kosten.
Kies een beslissing die de oorzaak aanpakt en bij de juiste categorie hoort.
Deze slide heeft geen instructies