20. Kreeften

Kreeften
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Kreeften

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les:
Aan het eind van de les weet ik:
- Waar het pantser van een kreeft uit bestaat
- Hoe groot de grootste krab is
- Waar de eitjes van een kreeft worden gedragen

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik
Toets vissen
Wat weet je er nog van?

Slide 3 - Tekstslide

Kreeften
De eerste kreeften leefden al meer dan 500 miljoen jaar geleden in de zeeën.  In de loop van de tijd zijn veel kreeftensoorten uitgestorven, maar ook weer nieuwe ontstaan. Sommige oorspronkelijke soorten doen nog denken aan de eerste kreeftachtigen. Vandaag de dag leven kreeften in zout, maar ook in zoet water. Enkele hebben zelfs het land veroverd. 

Slide 4 - Tekstslide

Blauwe kreeft
Noorse kreeft

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Waterdieren
De kreeft is gemakkelijk te onderscheiden van zespotige insecten en achtpotige spinnen; de meeste hebben 5 paar looppoten. Het voorste paar is bij veel kreeften veranderd in een paar sterke scharen. De kreeft heeft nog een stel kleine zwempoten. Opvallend bij de kreeft zijn de tastsprieten. Deze doen denken aan de voelsprieten van insecten. Als waterdier haalt de kreeft adem met kieuwen. Ook kreeften die op het land leven, hebben nog altijd een kieuwademhaling

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Gepantserde ridders
Het opvallendste aan de grote kreeft is het pantser. Dit bestaat uit chitine, net als het geraamte van een insect. In dit pantser zijn nog kalkdeeltjes afgezet, zodat het heel stijf is. Daarom wordt een kreeft ook wel schaaldier genoemd. Het pantser beschermt de kreeft tegen vijanden. Als een kreeft echter groeit en uitdijt, groeit het pantser niet mee. Dan moet hij uit het oude omhulsel kruipen. De kreeft vervelt. Het duurt een poosje voodat het nieuwe pantser stevig en hard is geworden.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Grote en kleine kreeften
Kreeften worden in groepen onderscheiden naar de lengte van het achterlijf. Ze worden verdeeld in krabben, pantserkreeften en de krabbenkreeften. De grote kreeften zoals de rivierkreeft, de zeekreeft of de strandkrab zijn het bekendst. Er zijn ook ongelooflijk veel kleine kreeftjes. Sommige worden nauwelijks een mm groot, zoals de watervlo. De japanse reuzenkrab heeft poten van 1,50 m lang en kan zo groot worden als een pony.

Slide 12 - Tekstslide

Oranje dwergkreeft
Amerikaanse zeekreeft

Slide 13 - Tekstslide

Ei - Larve - Kreeft
Een kreeft ontstaat uit een ei. De hogerontwikkelde kreeften leggen slechts een paar honderd eieren. Deze kleven ze aan hun zwempoten onder de staart en dragen die zo mee. Bij sommige soorten kruipen daar dan meteen de jongen uit. Die klampen zich nog een week of twee vast aan de poten van de moeder. Meestal kruipen uit de kreefteneieren eerst de larven. Deze zwemmen in het water rond. De larven ontwikkelen zich na enkele malen vervellen tot jonge kreeften. Heel veel larven worden opgegeten door vissen en andere dieren. Daarom leggen veel kreeftenvrouwtjes wel zo'n 100.000 eieren.

Slide 14 - Tekstslide

Larven van de kreeft
Eitjes van de kreeft

Slide 15 - Tekstslide

Opdrachten maken

Slide 16 - Tekstslide

Hoe lang geleden leefden de eerste kreeften?
A
Meer dan 500 miljoen jaar geleden
B
1 miljard jaar geleden
C
500 jaar geleden
D
5 miljoen jaar geleden

Slide 17 - Quizvraag

Waar leven kreeften?
A
In de lucht
B
In zout en zoet water
C
Op het land
D
Alleen in zout water

Slide 18 - Quizvraag

Wat is waar over kreeften?
A
Ze leven alleen in de zee
B
Ze zijn allemaal uitgestorven
C
Enkele soorten leven op het land
D
Ze zijn geen kreeftachtigen

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel paar looppoten heeft de kreeft?
A
Vijf paar looppoten
B
Vier paar looppoten
C
Zes paar looppoten
D
Drie paar looppoten

Slide 20 - Quizvraag

Waarmee haalt de kreeft adem?
A
Met kieuwen
B
Met longen
C
Met huid
D
Met schalen

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn tastsprieten?
A
Zwemorganen
B
Zintuigen voor aanraking
C
Voedingstokken
D
Voelsprieten van vissen

Slide 22 - Quizvraag

Waaruit bestaat het pantser van een kreeft?
A
Hout
B
Chitine
C
Kalkdeeltjes
D
Plastic

Slide 23 - Quizvraag

Waarom wordt een kreeft een schaaldier genoemd?
A
Door het stijf pantser
B
Omdat hij groot is
C
Omdat hij kan zwemmen
D
Omdat hij in zee leeft

Slide 24 - Quizvraag

Wat gebeurt er als een kreeft groeit?
A
Hij verliest zijn kleur
B
Hij vervelt
C
Hij kruipt uit zijn omhulsel
D
Hij wordt groter zonder vervellen

Slide 25 - Quizvraag

Welke kreeftensoort heeft poten van 1,50 m?
A
Rivierkreeft
B
Zeekreeft
C
Japanse reuzenkrab
D
Strandkrab

Slide 26 - Quizvraag

Welk type kreeften zijn het bekendst?
A
Watervlo
B
Krabbenkreeften
C
Kleinste kreeftjes
D
Rivierkreeft, zeekreeft, strandkrab

Slide 27 - Quizvraag

Hoeveel eieren kan
een kreeft leggen?
A
Tienduizenden
B
Enkele honderden
C
Enkele duizenden
D
Honderdduizenden

Slide 28 - Quizvraag

Wat gebeurt met kreefteneieren
na het leggen?
A
Ze kleven aan zwempoten
B
Ze vergaan in het water
C
Ze worden meteen opgegeten
D
Ze worden door de vader gedragen

Slide 29 - Quizvraag

Waarom leggen kreeftenvrouwtjes veel eieren?
A
Omdat larven vaak worden opgegeten
B
Om hun jongen te voeden
C
Omdat ze groot zijn
D
Omdat ze maar één keer leggen

Slide 30 - Quizvraag

Evaluatie
Zijn alle doelen behaald?
- Waar bestaat het pantser van een kreeft uit?
- Hoe groot is de grootste krab?
- Waar worden de eitjes van een kreeft gedragen?

En op welk niveau heb jij gewerkt?

Slide 31 - Tekstslide