Used to/ tags

6.4
We are going to do 6.4 and the Selftest today. Catch- up is homework for the test next week.
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

6.4
We are going to do 6.4 and the Selftest today. Catch- up is homework for the test next week.

Slide 1 - Tekstslide

We will do excercises 29, 30 and 32 together then we will return here for some grammar

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Forms
The form 'used to' is used with all subjects:

I used to live
He/she/it used to live
we used to live
you used to live
they used to live

Slide 5 - Tekstslide

We ___ comics every day.
A
used to read
B
used to reading
C
used to reads
D
used reading

Slide 6 - Quizvraag

My cousins ___ to this school.
A
used to went
B
used to going
C
used to go
D
used to goes

Slide 7 - Quizvraag

Grandpa ___ 5 miles every day.
A
used to swim
B
used to swam
C
used to swum
D
used to swimmed

Slide 8 - Quizvraag

2. I go to bed very late.
I ____ to bed very late.
A
used to go
B
used to went
C
used to gone
D
used to goes

Slide 9 - Quizvraag

Used to
Hoe maak je deze vorm?
Used to + werkwoord

I used to be small.
She used to have braces.
We used to play football.



Slide 10 - Tekstslide

Vul de vorm van used to in.

(-) ____ (she - to eat) meat.

Slide 11 - Open vraag

Vul de vorm van used to in.

(-) ____ (we - come) here.

Slide 12 - Open vraag

Vul de vorm van used to in.

(-) ____ (They - live) there.

Slide 13 - Open vraag

Vul de vorm van used to in.

(-) ____ (I - dance) with him.

Slide 14 - Open vraag

Vul de vorm van used to in.

(-) ____ (I - sing) in the shower.

Slide 15 - Open vraag

Question Tags
Korte vraagjes

Slide 16 - Tekstslide

Question Tags
Grammar is cool, isn't it?
Hierboven zie je een voorbeeld van een question tag. 
Een question tag is de korte vraag aan het einde van de zin. 
Je vraagt eigenlijk: 'klopt dat?' of 'Ben je het ermee eens?' 
In het Nederlands gebruik je dan: 'vind je niet?', 'toch?', 'hè?' 
 In het Engels is er een regel voor het maken van deze  
question tags. 

Slide 17 - Tekstslide

Question Tags
Hoe maak je een question tag? 
De regel: 
 
Na een bevestigende zin (+) is de tag ontkennend (-) 
Na een ontkennende zin (-) is de tag bevestigend (+)

Slide 18 - Tekstslide

Question Tags
Voorbeelden: 
He is a teacher at this school, isn't he? 
(Zin voor de komma = + dus na de komma = - ) 
 
They can't speak Dutch, can they? 
(zin voor de komma = - dus na de komma = + )

Slide 19 - Tekstslide

Question tags
Als je een question tag wilt maken moet je werkwoorden uit het eerste deel van de zin herhalen.  
Dit zijn de vormen van het werkwoord to be (am/is/are) of hulpwerkwoorden (can, have, Should, could, would) 
Als deze woorden niet in het eerste gedeelte staan moet je do/does of did gebruiken in de question tag. 
(do/does = tegenwoordige tijd en did = verleden tijd)

Slide 20 - Tekstslide

Question Tags
Voorbeelden 
They are working hard, aren't they?  
You can speak English, can't you? 
We need to study this for the test, don't we?  
They work together, don't they? 
She sings in that pop group, doesn't she? 
He doesn't go to school every day, does he?

Slide 21 - Tekstslide

Question tags
Naast dat je het werkwoord uit het eerste gedeelte herhaalt moet je ook het onderwerp herhalen. 
Het onderwerp van de zin moet je soms vervangen door I, you, he, she, it, we, they of there. 
Staat er een naam of bijvoorbeeld 'The boy' of 'The girl' dan moet je in de question tag he of she gebruiken. 

Slide 22 - Tekstslide

Question tags
Voorbeelden 
She plays the piano quite well, doesn't she?  
Karen is quite a good singer, isn't she? 
They aren't at home, are they?  
A  stray cat drank all the milk, didn't it? 
Brad and Brenda are married, aren't they? 
Carl didn't come home last night, did he?

Slide 23 - Tekstslide

Question Tags: Samenvatting
Na een bevestigende zin (+) is de tag ontkennend (-)  
Na een ontkennende zin (-) is de tag bevestigend (+) 
Je herhaalt de vorm van het werkwoord to be (am/is/are) of hulpww (can, have, Should, could, would).  
Geen hulpww dan do/don't, does/doesn't of did/didn't.
Je herhaalt het onderwerp. Soms moet je dit vervangen door  
he, she, it, we, you, they. 

Slide 24 - Tekstslide

Let's practise
Beantwoord de volgende meerkeuzevragen door de juiste question tag te kiezen. 

Slide 25 - Tekstslide

He is a good singer, …………?
A
is he
B
isn't he
C
he is
D
he isn't

Slide 26 - Quizvraag

You're a big fan,.....?
A
are you
B
aren't you
C
you are
D
you aren't

Slide 27 - Quizvraag

They aren't married,.....?
A
are they
B
aren't they
C
they are
D
they aren't

Slide 28 - Quizvraag

You walk an hour every day, ……?
A
do you
B
don't you
C
walk you
D
walken't you

Slide 29 - Quizvraag

He can help you,...….?
A
can he
B
can't he
C
he can
D
he can't

Slide 30 - Quizvraag

Exercise 1
Nu mag je het zelf gaan proberen.
Kies de juiste question tag.

Slide 31 - Tekstslide

It's great that you're here, …..?
A
isn't it
B
is it
C
are you
D
aren't you

Slide 32 - Quizvraag

Harry drives an expensive car, ……….?
A
does he
B
doesn't he
C
drives he
D
drivesn't he

Slide 33 - Quizvraag

Janice doesn't like you, ……..?
A
does she
B
doesn't she
C
she does
D
she doesn't

Slide 34 - Quizvraag

You guys talked for hours last night, …..?
A
did you
B
didn't you
C
talked you
D
talkedn't you

Slide 35 - Quizvraag

He didn't tell you he is back, ………?
A
did he
B
didn't he
C
he did
D
he didn't

Slide 36 - Quizvraag

Exercise 2
Nu volgen er een aantal open vragen. 
Je moet zelf de question tag maken. 
Lees de zin voor de komma goed en maak de question tag. 
Succes!

Slide 37 - Tekstslide

Vera is Bob's sister, ……..?

Slide 38 - Open vraag

You aren't family, …….?

Slide 39 - Open vraag

They could help you with that, ……?

Slide 40 - Open vraag

We have told you this before,...….?

Slide 41 - Open vraag

Miss Noé explains the grammar, …….?

Slide 42 - Open vraag

Gerard isn't a big football fan, ………?

Slide 43 - Open vraag

The cat isn't drinking the milk, ……..?

Slide 44 - Open vraag

Slide 45 - Link

Slide 46 - Link

Now you will do excercises 33, 34, 35. When done you will do the complete Selftest this lesson. The Catch Up is homework for next lesson.

Slide 47 - Tekstslide