Leesvaardigheid H1

Leesvaardigheid H1
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Leesvaardigheid H1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn tekstdoelen?
Tekstdoelen zijn de redenen waarom een schrijver een tekst schrijft. De vier belangrijkste tekstdoelen zijn:
 activeren, overtuigen, informeren en amuseren.


Ezelsbrug: een tekstdoel is altijd een werkwoord!

Slide 4 - Tekstslide

Leg de vier tekstdoelen kort uit en maak duidelijk dat deze de belangrijkste zijn.
Tekstsoorten
Je kent al verschillende tekstsoorten. Bij elke tekstsoort hoort een tekstdoel.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

tekstdoelen en 

  1. informeren
  2. instrueren 
  3. overtuigen 
  4. vermaken/amuseren
  5. activeren  
tekstsoorten 

a) tekstdoel van een strip

b) tekstdoel van een gebruiksaanwijzing

c)tekstdoel van een recensie

d) tekstdoel van een uitnodiging

e) tekstdoel van een nieuwsbericht

f) tekstdoel van een  ingezonden brief


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Lees tekst 1 verkennend.

2. Wat is het onderwerp van tekst 1? 
3. Wat is het tekstdoel van tekst 1? 

Lees tekst 1 nauwkeurig.

4. Uit welke alinea(’s) bestaat de kern van tekst 1? 

Antwoorden vraag 2, 3 en 4.
2.<div>Een antwoord in de volgende strekking:<div>overmatig telefoongebruik aanpakken of hoe minder gebruik te maken van je telefoon</div><div><br></div><div>3. informeren&nbsp;</div><div><br></div><div>4. alinea 2-4&nbsp;</div><div><br></div><div><br></div></div>

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lees tekst 1 nauwkeurig.

5. Wat is de kernzin van alinea 2 van tekst 1? Noteer de eerste twee woorden en de laatste twee woorden van die zin. 

6. Welke twee woorden in tekst 1 betekenen hetzelfde als ‘etiquette’? 

Antwoorden vraag 5 en 6
5.<div>Volgens gedragspsycholoog ... aan informatie.<div><br></div><div>6.</div><div>gedragsregels (r. 17)</div><div>omgangsvormen (r. 23)</div><div><br><div><br></div></div></div>

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldvraag 
Antwoord
1. A<div><br></div><div>De website bij A gaat echt over smartphones en de ontwikkeling (of geschiedenis) daarvan en gaat ook in op het gebruik, de plaats in de maatschappij.</div><div><br></div><div>De website bij B lijkt vooral over cijfers van het gebruik te gaan, en niet over de ontwikkeling.</div><div><br></div><div>De website bij C gaat vooral over de techniek van telefoons. 1 pt.</div><div><br></div><div>Reken het antwoord in zijn geheel goed of fout; bereken geen deelscores.</div><div><br></div>

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies