Les 27 mei

Les 27 mei

El tiempo y el futuro próximo.

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 27 mei

El tiempo y el futuro próximo.

  • Tijdens de uitleg, en als een medeleerling aan het woord is, is het stil.

  • > 1e waarschuwing

  • > 2e waarschuwing = apart zitten

  • > 3e waarschuwing = uit het lokaal

Afspraken.

  • Informatie over het weer en activiteiten uit een Spaanse tekst halen en uitleggen.

  • De structuur 'ir + a + infinitivo' correct gebruiken om te spreken over activiteiten.

  • In het Spaans vragen stellen aan een klasgenoot over activiteiten die zij gaan uitvoeren.

Aan het einde van de les kan ik:

  • Texto & Preguntas.

  • Ejercicio

  • Evaluación.

Contenido de hoy.

  • Conversación Whatsapp.

  • Individualmente (En silencio).

  • Preguntas parte 1.

  • 6 minutos.

  • Na bespreking met buurman/vrouw.


El texto:

6

minute

00

second

Verwachtingen:


  • Eerder klaar? Kijk of je alle woorden uit de tekst begrijpt.

  • Begrijp je iets niet? Markeren, en later vragen.

  • Bespreek, waar gaat de tekst over?

  • Controleer elkaars antwoorden.

  • Waarom klopt het wel / niet?

  • 3 minutos.


El texto:

3

minute

00

second

  • Conversación Whatsapp.

  • Tweetallen.

  • Preguntas parte 2.

  • 6 minutos.


El texto:

6

minute

00

second

Verwachtingen:


  • Antwoorden op eigen blaadje noteren.

  • ¿Preguntas? > Buurman/buurvrouw.

  • Komen jullie er niet uit? > docent.

Cojan un papel

(Pak een blaadje).

Ik ga deze week huiswerk maken.

Ik ga deze week muziek luisteren.



¿Qué vas a hacer esta semana?

  1. Ik ga deze week sporten.

  2. Ik ga deze week een film kijken.

  3. Ik ga deze week een serie kijken.

  4. Ik ga deze week gamen.

  5. Ik ga deze week leren voor een examen.

  6. Ik ga deze week afspreken met vrienden.

  7. Ik ga deze week veel slapen.

  8. Ik ga deze week helpen in huis.

  9. Ik ga deze week koken.

  10. Ik ga deze week luisteren naar muziek.

¿Qué vas a hacer esta semana?

  • 3 frases.

  • Individualmente.

  • 3 minutos.

3

minute

00

second

  1. Ik ga deze week sporten.

  2. Ik ga deze week een film kijken.

  3. Ik ga deze week een serie kijken.

  4. Ik ga deze week gamen.

  5. Ik ga deze week leren voor een examen.

  6. Ik ga deze week afspreken met vrienden.

  7. Ik ga deze week veel slapen.

  8. Ik ga deze week helpen in huis.

  9. Ik ga deze week koken.

  10. Ik ga deze week luisteren naar muziek.

10

minute

00

second

  • Verschillende klasgenoten langs gaan.

  • Vragen stellen > ¿Vas a ..... esta semana?

  • Nee? > Doorvragen of ¿Qué vas a hacer esta semana?

  • Ja? > De zin opschrijven.

  • Minimaal 8 klasgenoten langs gaan.

  • Na 10 minuten nabespreken.

  • ¡Solo Español!

Actividad:

¿Qué vas a hacer esta semana?

  1. Ik ga deze week sporten.

  2. Ik ga deze week een film kijken.

  3. Ik ga deze week een serie kijken.

  4. Ik ga deze week gamen.

  5. Ik ga deze week leren voor een examen.

  6. Ik ga deze week afspreken met vrienden.

  7. Ik ga deze week veel slapen.

  8. Ik ga deze week helpen in huis.

  9. Ik ga deze week koken.

  10. Ik ga deze week luisteren naar muziek.

  • Welk leerdoel ging goed? (Bedenk een voorbeeld).

(Bijvoorbeeld: 'Vragen stellen tijdens de spreekoefening verliep goed'.)


  • Welk leerdoel vind je nog lastig? (Bijvoorbeeld: 'Tijdens de leesopdracht vond ik de woorden voor het weer nog lastig.)


  • Informatie over het weer en activiteiten uit een Spaanse tekst halen en uitleggen.

  • De 'ir + a + infinitivo' tijd correct vervoegen wanneer ik het heb over activiteiten.

  • In het Spaans vragen stellen aan een klasgenoot over activiteiten die zij gaan uitvoeren.

Aan het einde van de les kan ik:

Bespreek in tweetallen: