Criminaliteit P45

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Belangrijk:
> Opdrachten maken voor (het behouden van het recht op) de herkansing
Doelen P4:
D1: Je kan vertellen wat het verschil is tussen een dader en een verdachte.
D2: Je kan vertellen welke bevoegdheden de politie heeft.
D3: Je kan vertellen wat een proces-verbaal is.
D4: Je kan vetellen wat het verschil is tussen een halt-straf en een 'gewone' straf.
D5: Je kan vertellen welke opties de officier van justitie heeft.
D6: Bijzondere maatregelen

Slide 2 - Tekstslide

D1: Wat is een verdachte?

Slide 3 - Open vraag

D1: Wanneer ben je een dader?

Slide 4 - Open vraag

D1: Wat is dus het verschil tussen een verdachte en een dader?

Slide 5 - Open vraag

D23: Wat mag de politie?
Als je verdacht wordt van een misdrijf: 
> Fouilleren
> Arresteren
> Huis doorzoeken  

Tot slot: proces-verbaal

Slide 6 - Tekstslide

D4: Waarvoor staat Halt?

Slide 7 - Open vraag

D4: Welke voorwaarde hoort niet bij Halt?
A
je bent tussen de 12 en 23 jaar
B
je bekent wat je hebt gedaan
C
de strafbare feiten waren niet heel erg
D
excuses maken

Slide 8 - Quizvraag

D4: Halt (het alternatief)

- Minderjarig (12-18jr)
- Licht misdrijf
- Geen veroordeling > geen strafblad
- Straf heeft vaak direct met het misdrijf te maken

Slide 9 - Tekstslide

D4: Naar halt?
Je steek illegaal vuurwerk af.
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quizvraag

D4: Naar halt?
Je bedreigt iemand met een mes.
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quizvraag

D4: Naar halt?
Je steelt iets uit een winkel
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quizvraag

D4: Naar halt?
Je dealt in drugs
A
ja
B
nee

Slide 13 - Quizvraag

D5: Wat is een officier van justitie/ wat doet een officier van justitie?

Slide 14 - Open vraag

D5: Opties van de officier van justitie
Seponeren: stoppen met vervolgen, de dader krijgt geen straf.

Schikken: een boete aanbieden aan de dader.

Vervolgen: een zaak voor de rechter brengen

Slide 15 - Tekstslide

D5: Welke optie? Iemand bekend schuld, maar de agenten hebben zich niet aan de regels gehouden.
A
seponeren
B
schikken
C
vervolgen

Slide 16 - Quizvraag

D5: Welke optie?
Iemand wordt op heterdaad betrapt van het spuiten van graffiti.
A
Schikken
B
Seponeren
C
Vervolgen

Slide 17 - Quizvraag

D5: Welke optie?
Je wordt betrapt op winkeldiefstal.
A
vervolgen
B
seponeren
C
schikken

Slide 18 - Quizvraag

D5: Wat had jij gedaan in de zaak van Bilal Wahib?

Slide 19 - Open vraag

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Eind P4.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

Belangrijk:
> Maak je opdrachten!
> Wil je nog een herkansing politiek doen? Vóór meivakantie en alle opdrachten gemaakt. 
Doelen P4:
D1: Je kan vertellen wat het verschil is tussen een dader en een verdachte.
D2: Je kan vertellen welke bevoegdheden de politie heeft.
D3: Je kan vertellen wat een proces-verbaal is.
D4: Je kan vetellen wat het verschil is tussen een halt-straf en een 'gewone' straf.
D5: Je kan vertellen welke opties de officier van justitie heeft.
D6: Bijzondere maatregelen

Slide 24 - Tekstslide

Doelen P5
Je kan vertellen:
D1. Wat een dagvaarding is.
D2. Wat de belangrijkste personen zijn bij een rechtszaak.
D3. Wat het verloop is van de rechtszitting.
D4. Wanneer je schuldig bent.
D5. Wat ontoerekeningsvatbaarheid is en wat er dan gebeurt. 

Slide 25 - Tekstslide

D12: De rechtszitting 1

Dagvaarding: oproep om voor de rechter te verschijnen

Belangrijke personen rechtszitting:
> Verdacht (met advocaat)
> Officier van justitie
> Rechter (onafh.+ onpartijdig)

Slide 26 - Tekstslide

D2: Wie zou deze uitspraak doen?
'U wordt verdacht van geld witwassen. Wat vindt u daarvan?'
A
verdachte
B
advocaat
C
Officier van Justitie
D
Rechter

Slide 27 - Quizvraag

D2: Wie zou deze uitspraak doen?
'Ik wil me op mijn zwijgrecht beroepen.'
A
verdachte
B
advocaat
C
Officier van Justitie
D
Rechter

Slide 28 - Quizvraag

Wie zou deze uitspraak doen?
'Daarom eis ik 5 jaar gevangenisstraf voor de verdachte'
A
verdachte
B
advocaat
C
Officier van Justitie
D
Rechter

Slide 29 - Quizvraag

D2: Wie zou deze uitspraak doen?
'Ik wil graag even met mijn cliënt overleggen'
A
verdachte
B
advocaat
C
Officier van Justitie
D
Rechter

Slide 30 - Quizvraag

D3: Verloop rechtszitting
1. check persoonsgegevens
2. voorlezen aanklacht
3. vragen stellen aan verdachte
4. getuigen horen
(spreekrecht slachtoffer)
5. OvJ benoemt de eis
6. Advocaat reageert op eis
7. Verdachte heeft het woord
8. Rechter spreekt het vonnis uit

Slide 31 - Tekstslide

D3: Extra informatie rechtszitting

Check persoonsgegevens
Verschil getuigen en verdachte
Eis OvJ
Doel advocaat
Vonnis = uitspraak

Slide 32 - Tekstslide

D4: Wanneer schuldig?

1. Gaat het om een strafbaar feit?
2. Heeft de verdachte het gedaan?
3. Is de verdachte strafbaar?

Slide 33 - Tekstslide

D4: Schuldig?
In de middeleeuwen wordt iemand betrapt op het stelen van een brood.
A
strafbaar
B
niet strafbaar

Slide 34 - Quizvraag

D4: Schuldig? In 1950 achtervolgt een man een vrouw telkens. De vrouw vindt dit vervelend en voelt zich onveilig
A
strafbaar
B
niet strafbaar

Slide 35 - Quizvraag

D4: Schuldig? Wanneer er bij je ingebroken wordt verdedig je jezelf door hem een duw te geven.
A
strafbaar
B
niet strafbaar

Slide 36 - Quizvraag

Schuldig?
Er wordt bij je ingebroken. Je pakt een mes en steekt de inbreker neer.
A
strafbaar
B
niet strafbaar

Slide 37 - Quizvraag

D5: Is de dader strafbaar?

> Kan de dader verantwoordelijk gehouden worden voor zijn gedrag?
> TBS: terbeschikkingstelling; duur: totdat je 'beter' bent

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

D5: Noem een reden waarom een rechter TBS op zal leggen.

Slide 40 - Open vraag

D5: Noem een reden waarom een dader voor TBS zal pleiten.

Slide 41 - Open vraag

D5: Noem een reden waarom de dader geen TBS zal willen.

Slide 42 - Open vraag

Doelen P5
Je kan vertellen:
D1. Wat een dagvaarding is.
D2. Wat de belangrijkste personen zijn bij een rechtszaak.
D3. Wat het verloop is van de rechtszitting.
D4. Wanneer je schuldig bent.
D5. Wat ontoerekeningsvatbaarheid is en wat er dan gebeurt. 

Slide 43 - Tekstslide