Theater

Welkom in het theater 🎭

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDramaBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom in het theater 🎭

Deze slide heeft geen instructies

Dit ga ik leren:

Ik kan uitleggen wat theater is.
Ik kan de beroepen die bij het theater betrokken zijn benoemen.
Ik kan uitleggen hoe mimiek, lichaamstaal, stemgebruik helpen bij het vertellen van een verhaal

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord past volgens jou bij theater?

Gebruik de woorden uit de wolk als startpunt: vraag waarom leerlingen juist aan dat woord denken en koppel daarna terug naar theater als live verhaal voor publiek.

Wat is theater?

Het theater is een plek waar acteurs live een verhaal spelen voor publiek.


Een theatervoorstelling kan bijvoorbeeld grappig, spannend of verdrietig zijn.


Vaak wordt er gezongen, gedanst en muziek gemaakt.

Benadruk het woord 'live'. Dat is een belangrijk verschil met veel andere vormen van verhalen vertellen.

Wat maakt theater bijzonder

Bij theater zitten spelers en publiek in dezelfde ruimte.

Daardoor voelt een voorstelling vaak direct en echt.

Het publiek kan meteen reageren op de voorstelling, door bijvoorbeeld te applaudisseren.

Je hoeft hier niet diep in te gaan op publieksinteractie; het gaat alleen om het directe, gezamenlijke moment van theater.

Wie werken in een theater?

Acteur

Regisseur

Decorbouwer

Kostuumontwerper

Licht- en geluidstechnicus

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste woorden in

De regisseur helpt de acteurs en bepaalt hoe het verhaal wordt gespeeld.

De licht- en geluidstechnicuszorgt voor het licht, de geluidseffecten en de muziek op het podium.

De kostuumontwerperontwerpt en maakt de kleding van de acteurs.

De acteur speelt een personage in de theatervoorstelling.

De decorbouwermaakt het decor waarin het verhaal zich afspeelt.

regisseur
licht- en geluidstechnicus
kostuumontwerper
acteur
decorbouwer

Gebaseerd op slides 10-12. 'Attributen' is hier de gekozen lesvorm; benoem eventueel dat 'rekwisieten' ook goed is, maar voor deze invuloefening is één doelwoord nodig.

Decor en kostuum

Decor en kostuum helpen het publiek om het verhaal beter te begrijpen:

  • laten zien waar het verhaal speelt

  • maken een rol herkenbaar

  • helpen een scène geloofwaardig voelen

  • geven aanwijzingen zonder veel uitleg

Voorbeeld voor de docent: een kroon laat meteen zien dat iemand een koning of koningin kan zijn.

Let goed op het filmpje. Wat valt je op?

Voorbeeld voor de docent: een kroon laat meteen zien dat iemand een koning of koningin kan zijn.

Techniek helpt het verhaal



Ze helpen het publiek om te begrijpen:

  • waar een scène zich afspeelt

  • welke sfeer er is

  • welk deel van het podium belangrijk is om op te letten

Noem eventueel een voorbeeld: donker licht kan spannend voelen, vrolijke muziek kan een scène luchtiger maken.

Niet alles wordt gezegd

In theater vertel je niet alleen met woorden.


Ook zonder te praten of te zingen kan een acteur veel laten zien.


Het publiek let daarom goed op het gezicht, de houding en de bewegingen van een speler.

Deze slide heeft geen instructies

Mimiek: praten met je gezicht

Mimiek is wat je gezicht laat zien.

Met je ogen, mond en wenkbrauwen kun je emoties zichtbaar maken.

Leg mimiek eenvoudig uit als gezichtsuitdrukking. Koppel steeds één emotie aan een duidelijk gezicht.

Welke emoties ken je allemaal?

Gebruik de woorden uit de wolk als startpunt: vraag waarom leerlingen juist aan dat woord denken en koppel daarna terug naar theater als live verhaal voor publiek.

Lichaamstaal: vertellen met je houding

  • kleine en voorzichtige bewegingen kunnen angst tonen

  • hangende schouders kunnen verdriet laten zien

  • springen of open bewegingen kunnen blijdschap tonen

  • door een rechte, stevige houding kan iemand zelfverzekerd lijken

Benadruk dat lichaamstaal vaak al iets vertelt vóórdat iemand spreekt.

Welke emotie past bij hangende schouders?

A

Blij

B

Boos

C

Verdrietig

D

Verbaasd

Sluit aan op slide 15 over lichaamstaal. De afleiders zijn emoties die ook in de les zijn genoemd.

Welke emotie past bij springen?

A

Blij

B

Boos

C

Verdrietig

D

Verbaasd

Sluit aan op slide 15 over lichaamstaal. De afleiders zijn emoties die ook in de les zijn genoemd.

Stemgebruik helpt ook mee...

Niet alleen wat je zegt is belangrijk, maar ook hoe je het zegt.


Een zachte stem, een harde stem, langzaam spreken of juist snel praten kan een emotie of situatie duidelijker maken.



Hoewel dit subtopic vooral over spelen zonder woorden gaat, hoort stem bij het leerdoel en mag hier kort en duidelijk terugkomen.

Een bange muis

een boze reus

Hoe zouden deze personages praten?

Deze slide heeft geen instructies

Wat hebben we geleerd?

Ik kan uitleggen wat theater is.
Ik kan de beroepen die bij het theater betrokken zijn benoemen.
Ik kan uitleggen hoe mimiek, lichaamstaal, stemgebruik helpen bij het vertellen van een verhaal

Deze slide heeft geen instructies