6.1 Eten en gegeten worden

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, JdW-map, etui 
timer
3:00
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecologie
Eten en gegeten worden

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 3
  • Thema: Ordening, Stevigheid & beweging, Ecologie, Duurzaam leven
  • Benodigde lesmaterialen: Boek A+B
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Kenmerken van bacteriën en schimmels
Kenmerken van planten en dieren.
Determineren
Het skelet van de mens
Beenverbindingen
Spieren
Vakantie
Eten en gegeten worden
...

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de plek waar de spier aan het bot vast zit?
A
Hiel
B
Aanhechtingsplaats
C
Pees

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Spiervezels vormen samen een ..
A
pees
B
vezel
C
spierstelsel
D
spierbundel

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welke letter is een pees aangegeven?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
spier
spierbundel
pees
spiervezel

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er met je spiervezels als je spier wilt aanspannen en wat gebeurt er als je je spier weer ontspant?
A
Aanspannen: Kort Ontspannen: kort
B
Aanspannen: Kort Ontspannen: Lang
C
Aanspannen: lang Ontspannen: lang
D
Aanspannen: Lang Ontspannen: kort

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Als deze spieren aanspannen
A
gaat de pols buigen
B
gaat de pols strekken
C
gebeurt er niets in de pols
D
gaat de pols draaien

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
  •  Je kunt beschrijven dat bij fotosynthese energierijke stoffen worden gevormd uit energiearme stoffen, en hoe bij verbranding die energie weer vrijkomt.
  • Je kunt de voedselrelaties tussen organismen beschrijven.

Slide 13 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Voedselketen
Een voedselketen is een reeks soorten, waarbij elke soort wordt gegeten door de volgende soort. 


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopdracht


De brandnetel is een belangrijke plant voor een aantal vlindersoorten zoals de kleine vos. Deze vlinders leggen hun eitjes op de onderkant van de bladeren van brandnetels. De groenbruine rupsen die uit de eitjes zijn gekomen eten de bladeren van de brandnetel. De rupsen worden veel gevangen door vogels zoals koolmezen die de rupsen aan hun jongen voeren.
Rupsen die niet gevangen worden gaan zich verpoppen. Na de verpopping voeden de vlinders zich met nectar van de bloemen van de vlinderstruik.

In de tekst worden voedselketens in een aantal voedselrelaties beschreven.

Noteer zo’n voedselketen die uit drie schakels bestaat.


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopdracht

De brandnetel is een belangrijke plant voor een aantal vlindersoorten zoals de kleine vos. Deze vlinders leggen hun eitjes op de onderkant van de bladeren van brandnetels. De groenbruine rupsen die uit de eitjes zijn gekomen eten de bladeren van de brandnetel. De rupsen worden veel gevangen door vogels zoals koolmezen die de rupsen aan hun jongen voeren.
Rupsen die niet gevangen worden gaan zich verpoppen. Na de verpopping voeden de vlinders zich met nectar van de bloemen van de vlinderstruik.

In de tekst worden voedselketens in een aantal voedselrelaties beschreven.

Noteer zo’n voedselketen die uit drie schakels bestaat.

Antwoord: Brandnetel --> kleine vos --> koolmees

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voedselweb
In een ecosysteem (bijvoorbeeld een bos) lopen verschillende voedselketen door elkaar heen. Al deze voedsel relaties samen noem je een voedselweb. 

Met wat voor een soort organisme begint elke voedselketen ? 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een soort met bladgroenkorrels

Meestal een plant, maar dit kunnen ook algen of bacteriën met bladgroenkorrels zijn

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese, hoe zat dat ook al weer?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Producenten en consumenten van de voedselketen

Producenten= organisme met bladgroenkorrels die 
energiearme stoffen kunnen omzetten in energierijke stoffen.

Consumenten: organisme die leven van energierijke stoffen
die gemaakt zijn door producenten. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consumenten van de eerste orde
Planteneters: dieren die alleen planten eten. Dit zijn altijd  de tweede schakel in de voedselketen. 

Alleseters kunnen consument van de eerste orde of hoger zijn.

Vleeseters zijn altijd consumenten van de tweede orde of hoger. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maar dan ga je dood...
Wat als planten of dieren sterven zonder op te worden gegeten? 

Daar hebben we afvaleters voor, denk hier bij aan insecten.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reducenten
Wat de afvaleter laten liggen.
Onder reducenten verstaan we bacteriën en schimmels, zij zijn de reducenten.
De reducenten zetten de energierijke stoffen uit dode planten en dieren om in energiearme stoffen , zoals koolstofdioxide, water en mineralen. 
Deze stoffen kunnen weer opgenomen worden waardoor er een kringloop onstaat. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarmee begint iedere voedselketen?
A
Producent
B
Consument
C
Kan overal mee beginnen
D
Reducent

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke voedselketen is goed genoteerd?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welk plaatje zie je een voedselweb?
A
B
C
D
Geen van de plaatjes

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In het plaatje zie je een ...
A
Voedselweb
B
Voedselketen
C
Producenten
D
Ecosysteem

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De vlierbes is een ...
A
Consument
B
Producent
C
Reducent
D
Planteneter

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het konijn is consument van de ...?
A
1e orde
B
1e, 2e en 3e orde
C
3e en 5e orde
D
6e orde

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bacteriën zijn:....
A
reducenten
B
afvaleters
C
Ze eten niks

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
BvJ boek B:
Lezen/leren blz. 70 t/m 77
Maken opdracht 1 t/m 7

Slide 32 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting


Huiswerk:


Slide 33 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les

  • ...
  • ...

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies