spelling oefenen

spelling oefenen
leuk toch?
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

spelling oefenen
leuk toch?

Slide 1 - Tekstslide

welk antwoord is de juiste spelling?
A
Rijstijd
B
Reisteit
C
Reistijd
D
Rijsteit

Slide 2 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
Gevolgd
B
Gevolgt

Slide 3 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
choffeur
B
chaufeur
C
chouffeur
D
chauffeur

Slide 4 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?

A
kouwgom
B
kauwgum
C
kauwgom
D
kouwgom

Slide 5 - Quizvraag

wat is het voltooid deelwoord van
lachen?

Slide 6 - Open vraag

wat is het voltooid deelwoord van zeggen?

Slide 7 - Open vraag

wat is het tegenovergestelde van een leugen? de.....

Slide 8 - Open vraag

hoe heet de stad waar we op dit moment zijn?

Slide 9 - Open vraag

waarvoor staat
dit symbool?

Slide 10 - Open vraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
voruitzicht
B
vooruitzicht
C
voorruitzicht

Slide 11 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
casette
B
cassete
C
casete
D
cassette

Slide 12 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
kantelaar
B
candelaar
C
kandelaar

Slide 13 - Quizvraag

wat heb ik niet, op het moment dat ik het heel druk heb?
A
Beschikbaarhijd
B
Beschikbaarheid
C
Beschikbaartijd
D
Beschikking

Slide 14 - Quizvraag

Hoe zou je de koningin aanspreken?
Uwe....
A
Majestijt
B
Majesteid
C
Majesteit
D
Maïsteit

Slide 15 - Quizvraag

wat ben ik op de dag dat ik één jaar ouder word?

Slide 16 - Open vraag

Hoe heet
dit standbeeld?

Slide 17 - Open vraag

als ik iets niet meer weet, dan ben ik het...

Slide 18 - Open vraag

als mijn kleren vies zijn, doe ik ze in de......
A
wasmaschine
B
wasmashine
C
wasmasjine
D
wasmachine

Slide 19 - Quizvraag

hoe noem je
deze meneer? Hij is een...

Slide 20 - Open vraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
elektricitijd
B
elektriciteit
C
elektrischiteit
D
electriciteit

Slide 21 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
rektor
B
rector
C
rechter
D
recktor

Slide 22 - Quizvraag

hoe noem je dit
poetsmateriaal?

Slide 23 - Open vraag

hoe noem je deze
groente?
A
oubergine
B
obergine
C
auberjine
D
aubergine

Slide 24 - Quizvraag

als ik iets koop dat snel uit elkaar valt, dan is het van slechte...

Slide 25 - Open vraag

ik reis naar Utrecht in een..
A
trijnwagon
B
treinwagon
C
treinwaggon
D
treinwagen

Slide 26 - Quizvraag

bij de tandarts zit ik altijd ellenlang in de....
A
wagtruimte
B
waghtruimte
C
wachtruimte

Slide 27 - Quizvraag

wat is het voltooid deelwoord van
vragen?

Slide 28 - Open vraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
hebzucht
B
hepzucht
C
hebzugt
D
hepzugt

Slide 29 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
leerkracht
B
leerkacht
C
leerkrach

Slide 30 - Quizvraag

het water is niet warm, niet koud, maar...

Slide 31 - Open vraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
ijkenboom
B
eijkenboom
C
eikenboom
D
eikeboom

Slide 32 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
oneindig
B
onijndig

Slide 33 - Quizvraag

wat is het voltooid deelwoord van
begrijp?

Slide 34 - Open vraag

waar kun je heen als je je vwo diploma hebt gehaald?
A
universitijd
B
univerziteit
C
universitijt
D
universiteit

Slide 35 - Quizvraag

als ik niet wist dat iets zou gebeuren, was het..
A
onverwacht
B
onverwagt
C
onverwaght
D
onverwachd

Slide 36 - Quizvraag

ik weet niet of ik het kan,
dus ik zal het ........
A
probeeren
B
proberen
C
prooberen

Slide 37 - Quizvraag

wat is deze jongen
aan het doen?

Slide 38 - Open vraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
wonen
B
woonen

Slide 39 - Quizvraag

welk antwoord is de juiste spelling?
A
reeageren
B
reageeren
C
reaageren
D
reageren

Slide 40 - Quizvraag

ik ben moe, dus ik ga in bed....

Slide 41 - Open vraag