1bka, H1.4 meten en proef 5

1.4 Meten

Eerst uitleg, pak je boek op bladzijde 23

Daarna proef 5

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.4 Meten

Eerst uitleg, pak je boek op bladzijde 23

Daarna proef 5

Even voorstellen: Mevr. van Aaken

Leerdoelen

1.4.1 Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
1.4.2 Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meetapparatuur.
1.4.3 Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
1.4.4 Je kunt enkele meetapparaten aflezen.
1.4.5 Je kunt enkele eenheden naar elkaar omrekenen.

Meetapparatuur

Bij NaSk moet je heel precies zijn.

Je zintuigen zijn niet precies, dus we gebruiken meetapparatuur.

Meetapparatuur = gereedschap om te meten.


Voorbeelden?

Meetapparatuur

Bij NaSk moet je heel precies zijn.

Je zintuigen zijn niet precies, dus we gebruiken meetapparatuur.

Meetapparatuur = gereedschap om te meten.

Digitaal

Analoog

Digitaal

Meetapparaat met cijfers op een scherm.

Analoog

Meetapparaat met wijzers en een schaalverdeling.


Schaalverdeling = Streepjes op regelmatige afstand van elkaar met daarbij een reeks getallen waarmee je een gemeten waarde kunt aflezen.

Grootheid en Eenheid

Lengte = 56 centimeter

Tijd = 40 minuten

Grootheid en Eenheid






Grootheid = Eigenschap die je kunt meten

Eenheid = Hoeveelheid of maat waarin je iets meet

De eenheid geeft het getal een betekenis





Lengte = 56 centimeter

Grootheid

Eenheid

Tijd = 40 minuten

Grootheid

Eenheid

Grootheid en Eenheid








Geen eenheid? Koeien



Lengte = 56

Grootheid

Tijd = 40

Grootheid

Tijd meten

Je wilt weten:

  • Hoelaat het is

  • In hoeveel tijd je een afstand loopt



Veel gebruikte eenheden van tijd:

  • seconden (s)

  • minuten (min)

  • uur (h)

Lengte meten

Meetapparatuur om lengte te meten:









Eenheden van lengte: centimeter (cm), meter (m), kilometer (km)

Omrekenen van eenheden




Lengte van de lijn meet je met een liniaal:

  • Hij is 4 cm lang

  • Grootheid:

  • Eenheid:



Omrekenen van eenheden




Lengte van de lijn meet je met een liniaal:

  • De lengte van de lijn is 4 cm.

  • Grootheid: lengte

  • Eenheid: cm



Omrekenen van eenheden

Lengte van de lijn meet je met een liniaal:

  • De lengte is 4 cm


Je kunt met de liniaal ook nauwkeuriger meten: in millimeter (mm)

  • 1 cm = 10 mm

  • van millimeter naar centimeter: delen door 10

  • 1 mm = 0,1 cm


  • De lengte van de lijn is 4 cm, dat is 40 mm.





Omrekenen van eenheden


De lengte van het lokaal kun je meten met een meetlint

  • Je meet dan in meters (m)

  • Bv: het lokaal is 6 m lang

  • Meter is ook een eenheid van lengte



Omrekenen van eenheden


Langere afstanden meet je in kilometers (km)

  • 1 km = 1000 m

  • bv: Ik fiets 5 km naar school, dat is 5000 m


  • van meter naar km: delen door 1000

  • bv: 28 000 m = 28 km


Massa en Volume

Massa = Hoeveelheid stof in gram (g) of kilogram (kg)


Voorwerpen met grote massa zijn zwaar, voorwerpen met een kleine massa zijn licht.

Bij NaSk:

  • Niet: gewicht wegen

  • Wel: de massa meten



Massa en Volume

Massa = Hoeveelheid stof in gram (g) of kilogram (kg)


Voorwerpen met grote massa zijn zwaar, voorwerpen met een kleine massa zijn licht.

  • Niet: gewicht wegen

  • Wel: de massa meten


Volume = Hoeveel ruimte een vloeistof of voorwerp inneemt

eenheden: liter (L) en milliliter (mL)

Proef 5

Pak je boek op bladzijde 39

15

minute

00

second

Maak vraag 1 en 2 (blz 39 en 40).

  • Klaar? Laat je boek zien aan de docent, dan krijg je een liniaal.

Ga door met vraag 3, 4 en dan 5 (in tweetallen)

  • Tijd over? Vraag naar de extra opdracht





Gaat de timer? Ga snel terug naar je eigen plek.

Vragenlijst

Vragenlijst over deze les

Vul hem vanmiddag in (bv als je thuis komt)


Alvast bedankt!


(Blijf nog even zitten tot de bel gaat)