H28 Inkoopprijs verkopen, materialen en grondstoffen

H28 Inkoopprijs verkopen, materialen en grondstoffen 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H28 Inkoopprijs verkopen, materialen en grondstoffen 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de inkoopprijs verkopen, balanswaarde en brutowinst bepalen op basis van 3 verschillende voorraadwaarderingssystemen.

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht bankjes

Slide 3 - Tekstslide

3 mogelijke uitkomsten
  1. Oudste voorraad verkocht: FIFO = first in first out 
  2. Jongste voorraad verkocht: LIFO = last in last out 
  3.  Tegen gemiddelde inkoopprijs verkocht: VVP = vaste verrekenprijs

Slide 4 - Tekstslide

Vaste verrekenprijs
  • Wordt altijd voorafgaand aan een periode begroot. De werkelijke gemiddelde inkoopprijs zal altijd afwijken van de begroting. 
  • Aan het einde van de periode worden werkelijke winst en balanswaarde alsnog vastgesteld op basis van FIFO of LIFO.

Slide 5 - Tekstslide

Opgave 28.1 (FIFO)
  • a) 600 x € 11 - (300 x € 7,30 + 200 x € 7,50 + 100 x € 7,60) = € 2.150
  • b) 400 x € 7,60 + 300 x € 7,64 = € 5.332

Slide 6 - Tekstslide

Opgave 28.4 (LIFO) 
  • a) 350 x € 9,95 - (200 x € 6,40 + 150 x € 6,20) = € 1.272,50
  • b) 150 x € 6,20 = € 930

Slide 7 - Tekstslide

Opgave 28.2, 28.5 en 28.8  
timer
20:00

Slide 8 - Tekstslide

Opgave 28.2
  • a) 500 x € 4,50 - (400 x € 3 + 100 x € 3,20) = € 730
  • b) 600 x € 4,50 - (200 x € 3,20 + 400 x € 3,30) = € 740 
  • c) winst per artikel is hoger dan voor toekomstige verkopen te verwachten valt gezien stijgende inkoopprijs
  • d) 300 x € 3,30 + 500 x € 3,35 = € 2.665 

Slide 9 - Tekstslide

Opgave 28.5
  • a) 400 x € 35 - (200 x € 25,20 + 200 x € 25,40) + 600 x € 35 - (300 x € 25,10 + 300 x € 25,40) + 200 x € 35 - (200 x € 24,90) = € 11.750
  • b) 300 x € 24,90 + 300 x € 25,80 = € 15.210

Slide 10 - Tekstslide

Opgave 28.8
  • a) 2.800 x (€ 11,50 - € 7) = € 12.600
  • b) 2.200 x € 7 = € 15.400
  • c) 2.200 x € 5,90 = € 12.980
  • d) 2.800 x (€ 11,50 - € 5,90) = € 15.680
  • e) fifo levert hogere winst op doordat er is ingekocht tegen een lagere prijs van verwacht bij VVP, namelijk 2.800 x (€ 7 - € 5,90) = 3.080

Slide 11 - Tekstslide

Examenopgave 28.10   
timer
20:00

Slide 12 - Tekstslide

Grond- en hulpstoffen en materialen
  • Grondstoffen komen in het eindproduct. 
  • Hulpstoffen zijn nodig voor de productie, maar komen niet in het eindproduct terug (olie, stoom, koelwater) 
  • Materialen: bijvoorbeeld verpakkingen 

Slide 13 - Tekstslide

Bruto- en nettoverbruik grondstoffen
  • Nettoverbruik = grondstoffen die in het product verwerkt zijn

  • Nettoverbruik = brutoverbruik - afval

  • Afval kan waarde hebben of juist kosten met zich meebrengen 

Slide 14 - Tekstslide

Opgave 28.11 + 28.13   
Klaar? Start met Zelftoets
timer
20:00

Slide 15 - Tekstslide

Opgave 28.11
  • 6/5 x 50 x € 7,50 / 100 = € 4,50

Slide 16 - Tekstslide

Opgave 28.12
  • a) 6 x € 30 = € 180
  • b) € 180 + 2 x € 3 = € 186
  • c) € 180 - 2 x € 12 = € 156

Slide 17 - Tekstslide

Opgave 28.13

Slide 18 - Tekstslide