Wh words

before we start:
MBO3 Sales Specialist
year 1
voertaal = doeltaal
CEFR = B1
the last 2 lessons we have been working on closed questions and how to form them




1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

before we start:
MBO3 Sales Specialist
year 1
voertaal = doeltaal
CEFR = B1
the last 2 lessons we have been working on closed questions and how to form them




Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

During our last lessons we talked about closed questions


Today I want to talk to you about asking OPEN questions

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

also known as WH words

Slide 3 - Tekstslide

even kort toelichten dat we zoeken naar woorden die in het Nederlands bekend staan als de 5 w en h woorden/ de vraagwoorden waarop je een open antwoord krijgt
in today's lesson
  • We will be learning about WH words (20 minutes)
  • We will learn how to use them (20 minutes)
  • We will use them to get the information we need (FUN & GAMES) (20 minutes)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

If I want to know more about this person, I need to ask open questions. Can you give me a few examples?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Can you give me more WH (question) words?

Slide 6 - Woordweb

gemiddeld zullen studenten er 5 a 6 kunnen noemen
There are 9 main forms of the WH words.
First of all, there are 8 who actually start with WH:
* who
*what
*why
*where
* when
* which
* whose
* whom

Slide 7 - Tekstslide

hierbij opmerken dat WHOM een woord is wat zij erg weinig zullen gebruiken op A2, dus die is minder belangrijk
Then there is one that has a lot of different forms and doesn't even start with WH:

*how (+measurement)
if we use how, we are looking for a way or a degree 

How did it happen?

How damaged is the car?



Slide 8 - Tekstslide

quantifiers zijn woorden die vroegen naar een maat, eenheid of hoeveelheid
How + Measurement
why does this one have many forms? because we are looking for a number:

how much/many
how long
how come
how far
how old
etc.

Slide 9 - Tekstslide

Hierbij dient opgemerkt, dat hier een volgende les meer aandacht aan besteed zal worden. Anders wordt het teveel informatie voor de studenten om in 1 keer te verwerken. Wel vind ik het van belang dat ze alvast benoemt worden.
  1. Who
  2. Whose
  3. What
  4. Which
  5. How                     (+measurements)
  6. When 
  7. Where
  8. Why
  9. Whom
  • a person
  • possession
  • things or an unlimited choice
  • limited choices
  • a way or a degree                (including measurements)
  • a moment in time
  • a location somewhere
  • a reason 
  • asking about people ( very formal)

Slide 10 - Tekstslide

als ze deze redenering zullen volgen hebben zij altijd een WH woord paraat. LET WEL : goed uitleggen wat we bedoelen met vrije en beperkte keus
Drag the correct translation to the right spot


Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

A few questions to check if you got it:
............ is that man over there?
A
What
B
Who
C
When
D
Where

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.............. long has he been there?
A
Where
B
Who
C
When
D
How

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......... colour do you like best? Green or blue?
A
who
B
what
C
which
D
when

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......... do they live?
A
What
B
Why
C
Where
D
When

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

......... do they live here?
A
Why
B
When
C
Where
D
Whom

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

......... scooter is that? I want one too!
A
Why
B
Which
C
Whose
D
Who

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

......... did they move to Australia?
A
When
B
What
C
How long
D
How many

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.............. are those people?
A
Which
B
When
C
What
D
Who

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Now take out your worksheet (A+B) and complete the first 2 exercises. You have 10 minutes to do so!

Slide 20 - Tekstslide

Uitleggen wat de bedoeling is bij opdracht 2. rondlopen, corrigeren en bijsturen indien nodig
timer
10:00
Now hand in your worksheet and pay attention again!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Remember:
Find out what you are asking for:
  • person? ---> who
  • thing? ---> what
  • time?---> when
  • location? ---> where 

  • reason? ---> why
  • possession? ---> whose
  • free choice? ---> what
  • limited choice? ---> which 
  • way or degree? ---> how
  • measurement? ----> how + measurement

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I got it, now I know what to do and how to use the WH words!
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Work together with your neighbour to create a short conversation using WH words.  Use Worksheet C. You have 15 minutes to do so!

Slide 24 - Tekstslide

de vraaggesprekken doorspreken indien er tijd is in de les, ondertussen rondlopen en helpen waar nodig
GAME TIME

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

This game has 6 simple rules:
1.  You must use a WH question!
2. After each question, the person who asked the question may take a guess.
3. You score a point if you guess correctly.
4. You may give a different answer compared to your card, as long as it is correct.
5. If you don't know the answer you must answer: I don't know!
6. After every correct guess, the cards go to the next person.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

How does it work? 
  • Let's play one as an example!

  • Now try it yourselves in your group!

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies