De energiebehoefte vervolg

De energiebehoefte
herhaling en vervolg
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingsleerSecundair onderwijs

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De energiebehoefte
herhaling en vervolg

Slide 1 - Tekstslide

Heb je goed opgelet??

Slide 2 - Tekstslide

Vul aan:
Op hogere leeftijd vermindert het aantal actieve cellen. Dit door de afbraak van spierweefsel. Dit zorgt er voor dat ....................
A
de energiebehoefte stijgt
B
de energiebehoefte daalt
C
de energiebehoefte stabiel blijft

Slide 3 - Quizvraag

Wat is waar?
A
Vrouwen verbruiken minder energie voor de RS dan mannen
B
Vrouwen verbruiken meer energie voor de RS dan mannen
C
Mannen en vrouwen verbruiken evenveel energie in de RS

Slide 4 - Quizvraag

Met de Specifieke Dynamische Werking (SDW) wordt de inwendige vertering berekend.
Is dit waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Om de hoeveelheid SDW te berekenen gebruiken we een bepaald percentage van de ruststofwisseling.

Hoeveel % is dit?
A
5
B
10
C
50
D
75

Slide 6 - Quizvraag

De activiteitsbehoefte (Ac) is de energie die nodig is om de uitwendige arbeid (beweging) te leveren.
Deze arbeid bestaat uit twee soorten activiteit.
Welke?
A
Slaapactiviteit en speelactiviteit
B
Beroepsactiviteit en rustactiviteit
C
Beroepsactiviteit en vrijetijdsactiviteit

Slide 7 - Quizvraag

De Ac is zeer afhankelijk van de aard van het beroep.
Daarom worden de beroepen in drie groepen verdeeld.

Welke?
A
Rustige activiteit Bewegelijke activiteit Sportactiviteit
B
Zeer geringe activiteit Matige activiteit Grote activiteit
C
Zittende activiteit Staande activiteit Lopende activiteit

Slide 8 - Quizvraag

Hoeveel procent bedraagt de Ac1 voor de zeer geringe activiteit?

Slide 9 - Open vraag

Hoeveel procent bedraagt de Ac2 van een topsporter

Slide 10 - Open vraag

Als de energie-inname groter is dan de energie die je verbruikt zul je ...
A
bijkomen
B
vermageren
C
op hetzelfde gewicht blijven

Slide 11 - Quizvraag

Voorbeeld oefening
Bereken de totale energiebehoefte van een vrouw.
ze weegt 58 kg en is huisvrouw (dus een matige activiteit)
de activiteit bedraagt 50 - 65 % van de ruststofwisseling

Slide 12 - Tekstslide

RS:101kJx58=5858kJ
SDW:(RS:100)x10==>(5858:100)x10=585.5kJ
Ac1:(RS:100)x50==>(5858:100)x50=2929kJ
Ac2:(RS:100)x65==>(5858:100)x65=3808kJ
De totale energiebehoefte bedraagt minstens:
5858 + 585.5 + 2929 = 9373 kJ per dag
De totale energiebehoefte bedraagt maximum:
5858 + 585.5 + 3808 = 10.252 kJ per dag

Slide 13 - Tekstslide

Maak opdracht 1 uit de cursus van pag. 30

Slide 14 - Tekstslide

Oplossing opdracht 2 pag 31
RS: 65x 101= 6565kJ
SDW: (6565: 100) x 10 = 656.5kJ
Ac1: (6565: 100) x 20= 1313kJ
Ac2: (6565: 100) x 50= 3282.5kJ

Minstens: 6565 + 656.5 + 1313 = 8534.5 kJ
Maximum: 6565 + 656.5 + 3282.5 = 10504 kJ

Slide 15 - Tekstslide

Het omrekenen van kJ naar kcal
1 kcal = 4.2 kJ

Voor het omrekenen van kcal naar kJ 
                                   kcal  x  4.2  = kJ

Voor het omrekenen van kJ naar kcal
                                   kJ  :  4.2  = kcal

Slide 16 - Tekstslide

Maak opdracht 2 uit de cursus van pag. 31

Slide 17 - Tekstslide

Oplossing opdracht 1 pag 30
RS: 58 x 110 = 6380 kJ
SDW: (6380 : 100) x 10 = 638 kJ
Ac1: (6380 : 100) x 50 = 3190 kJ
Ac2: (6380 : 100) x 65 = 4147 kJ

Minstens: 6380 + 638 + 3190 = 10208 kJ
Maximum: 6380 + 638 + 4147 = 11165 kJ

Slide 18 - Tekstslide

Bereken nu de hoeveelheid in kcal 

Slide 19 - Tekstslide

Oplossing
Minstens: 6380 + 638 + 3190 = 10208 kJ : 4.2  = 2032 kcal
Maximum: 6380 + 638 + 4147 = 11165 kJ  : 4.2  = 2501 kcal

Slide 20 - Tekstslide

Maak opdracht 3 uit de cursus van pag. 31

Slide 21 - Tekstslide

Oplossing opdracht 3 pag 31
RS: 84 x 110 = 9240 kJ
SDW: (9240 : 100) x 10 = 924 kJ
Ac1: (9240 : 100) x 50 = 6006 kJ
Ac2: (9240 : 100) x 65 = 9240 kJ

Minstens: 9240 + 924 + 6006 = 16170 kJ  : 4.2  =  3850 kcal
Maximum: 9240 + 924 + 9240 = 19404 kJ  : 4.2  = 4620 kcal

Slide 22 - Tekstslide