cross

4. Gezonde voeding: Calorieën-Eetstoornissen

4. Gezonde voeding: Calorieën
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologievmbo g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

4. Gezonde voeding: Calorieën

Slide 1 - Tekstslide

0

Slide 2 - Video


Je noteert de belangrijkste begrippen en hun betekenis in je schrift.


Je maakt mindmaps / tekstschema / samenvatting over: 

1. Energie en gewicht 
2. Hoe je van Kcal naar Kjoule rekent
3. Eetstoornissen


Vergelijk jouw mindmap / tekstschema / samenvatting met die van klasgenoten. 
Stel vragen / bespreek de verschillen! 

Slide 3 - Tekstslide

Ontbijten geeft je energie 

         

Een auto rijdt niet zonder benzine en een mobiel werkt niet met een lege batterij. Dat vinden we heel gewoon. Maar zelf haasten we ons soms zonder ontbijt de deur uit. Terwijl je lichaam echt een ontbijtje nodig heeft om met energie aan de dag te beginnen. Zeker omdat je lijf het 's nachts zonder eten heeft moeten doen. Jouw ontbijt geeft je in de ochtend meteen de energie die je nodig hebt om te leren, te werken, te sporten en te spelen!

Slide 4 - Tekstslide

Gezond ontbijten
Ontbijten geeft je ook belangrijke voedingsstoffen. Een ontbijtje levert de vezels, vitamines en mineralen waar je lijf om vraagt. Die haal je uit volkorenbrood, muesli, groente en fruit. 
Als je de dag niet begint met een ontbijt, krijg je al snel de verleiding om naar tussendoortjes zoals snoep en snacks te grijpen. Meestal zijn dat tussendoortjes vol vet en suiker, 
maar met weinig vezels, vitamines en mineralen.

Slide 5 - Tekstslide

Hoeveel heb je per dag nodig van een voedingsmiddel?
ADH = de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

30 jaar

Slide 9 - Tekstslide



Onderzoek voor jezelf op welk BMI 
je uitkomt.

Trek een lijn van jouw lengte naar jouw gewicht.









Heb je vragen, 
kom even langs....

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Omrekenen van Kcal ==> Kj
                                       Dit moet je weten:
Vraag: 93 Kcal = ....... KJ

              Stap 1                               Stap 2                                  Stap 3



In 100 ml volle yoghurt zit 55 Kcal. Hoeveel kJ is dat?                           
4,2 x 93 = 390 Kj
4,2 x 55 = 231 Kj

Slide 12 - Tekstslide

Omrekenen van Kj ==> Kcal
                                       Dit moet je weten:
Vraag: 100Kj = ....... Kcal

     Stap 1                        Stap 2                        Stap 3                       Stap 4



In 100 g magere kwark zit 209 Kj. Hoeveel Kcal is dat?                           
1 : 4,2  x 100 = 23,8 kcal


Controle: 23,8 Kcal x 4.2 = 99,6 Kj

1 : 4,2 x 209 = 49 Kcal

Slide 13 - Tekstslide

Energie inname en verbruik
Judo:        In 1 uur verbrand je 1680 Kj
Voetbal:  In 1 uur verbrand je 500 Kcal

Een judoka eet een fricadelbroodje.  
Hoeveel minuten moet hij judoën om dat 
broodje te verbranden?


Een voetballer eet voordat hij een uur gaat
voetballen een zak chips van 100 gram.
Verbrand de voetballer de energie die in
de zak chips zit in dat uur of moet hij nog
langer voetballen? Leg uit!





Frikandelbroodje AH
Chips (gezouten
In 1 uur verbrand je met voetbal 500 Kcal  
In de chips zit: 2310 :4,2 = 550 Kcal
Er blijven nog 50 Kcal over, daarvoor zou de voetballer nog 6 min. moeten spelen 

fricadelbroodje: 300 kcal x 4,2 = 1260 kJ
In 1 uur 1680  dat is dus 1680 - 1260 = 420 teveel

of
1680 = 400 kcal
1 uur judoen = 400 kcal
Een frikandelbroodje = 300 kcal
15 min = 100 kcal
45 min judoen = 300 kcal
antwoord: 45 minuten judoen





Slide 14 - Tekstslide

Gezond gewicht

Met een gezond gewicht kun je goed functioneren. Je voelt je er prettig bij en het gewicht past bij je lengte.
De hoeveelheid energie die binnenkomt, is in balans met de hoeveelheid energie die je verbruikt.

Slide 15 - Tekstslide

Gezond gewicht
Steeds meer mensen hebben overgewicht, dat wil zeggen dat ze te zwaar of te dik zijn. Andere mensen zijn juist te licht of te dun, zij hebben ondergewicht. Als dit over- of ondergewicht ernstig is kan er sprake zijn van een eetstoornis. Voorbeelden van eetstoornissen zij obesitas en anorexia. De meeste mensen houden een goed gewicht wanneer eten en bewegen in balans zijn. Dit betekent: Voedingsstoffen die je binnen krijgt moet je ook verbruiken. Eet je meer dan dat je verbruikt dan word je zwaarder. Eet je minder dan je nodig hebt dan val je af
Hoeveel je moet eten hangt af van een aantal factoren: 
Mannen hebben meer nodig dan vrouwen, grote mensen meer dan kleine. Als je heel actief bent omdat je bijv. veel sport of lichamelijk zwaar werk doet heb je ook meer voeding nodig. In de winter verbruik je meer energie dan in de zomer.
Over- of ondergewicht kan ook door medicatie of iets anders komen. 

Slide 16 - Tekstslide

Eetstoornissen
Een eetstoornis is een psychische stoornis die wordt gekenmerkt door verstoord eetgedrag.

anorexia

boulimia

Slide 17 - Tekstslide

Wat is een eetstoornis
Iemand die opvalt door afwijkend eetgedrag kan een eetstoornis hebben. 
Anorexia nervosa: Mensen vinden zichzelf dik en proberen zo weinig mogelijk te eten.
Boulimia nervosa: Mensen hebben last van vreetbuien, krijgen daarna spijt en proberen vervolgens over te geven.
Bij zowel jongens/mannen als meisjes/vrouwen komt het voor.

Slide 18 - Tekstslide

Mensen met een eetstoornis
- proberen dit te verbergen
- zullen dit zo lang mogelijk ontkennen
- zullen niet (snel) om hulp vragen
- voelen zich vaak schuldig
- stellen vaak hoge eisen aan zichzelf
Tip: Oordeel niet, luister naar iemand en vraag of deze hulp wil.

Slide 19 - Tekstslide

                     Anorexia nervosa

Anorexia nervosa is een eetstoornis waarbij iemand een vervormd beeld van het eigen lichaam heeft.


Iemand heeft een grote angst om dik te worden. Daardoor probeert zo iemand geen normaal lichaamsgewicht na te streven.


Anorexia nervosa  kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben en zelfs tot de dood leiden.



                       Boulimia nervosa


Boulimia nervosa is een eetstoornis waarbij herhaaldelijk in korte tijd zeer veel voedsel
wordt gegeten.

Het eten wordt vervolgens weer uitgebraakt of wordt met behulp van laxeermiddelen uit het lichaam verwijderd.

Boulimia nervosa kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben.

Slide 20 - Tekstslide

Kan iemand die overgewicht heeft ook ondervoed zijn?
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quizvraag

Wat kan een oorzaak zijn van overgewicht bij kinderen die veel bezig zijn met gamen?
A
Te veel eten
B
Te weinig beweging
C
Te weinig slaap

Slide 22 - Quizvraag

In vitamines, mineralen en water zitten geen kcal.
Karel eet 2 stroopwafels.
Hardlopen kost ong. 450 kcal per uur
Fietsen kost ong. 160 kcal per uur
Karel loopt 15 min. hard en fiets 45 min. Heeft hij de stroopwafels verbrandt?

A
ja
B
nee
C
dat weet je niet want je weet niet hoe hard hij loopt
D
dat weet je niet want er zitten ook vezels in

Slide 23 - Quizvraag

Wat kan je doen aan overgewicht?
A
Maaltijden overslaan
B
Ongezond eten
C
Meer bewegen/sporten
D
Meer bewegen en je eetpatroon aanpassen

Slide 24 - Quizvraag

Hoeveel calorieën mag een man en een vrouw per dag hebben.
A
Man: 2000 cal Vrouw: 2000 cal
B
Man: 2000 cal Vrouw: 2500 cal
C
Man: 2500 cal Vrouw: 2000 cal
D
Man: 3000 cal Vrouw: 2500 cal

Slide 25 - Quizvraag

BMI staat voor
A
Je gewicht in verhouding tot je lengte
B
Je gewicht in verhouding tot je leeftijd
C
Je leeftijd in verhouding tot je lengte
D
Je lengte in verhouding tot je massa

Slide 26 - Quizvraag

Welk voedingsmiddel adviseer je aan een mager en zeer actief persoon? 
Volgende slide kies je het juiste antwoord

Slide 27 - Tekstslide

Welk voedingsmiddel zal je adviseren aan een mager en zeer actief persoon?
A
Emmentaler
B
Groentespread
C
Pindakaas
D
Geitenkaas

Slide 28 - Quizvraag

Welk voedingsmiddel zal je voor een persoon met 'obstipatie' adviseren?
Volgende slide kies je het juiste antwoord

Slide 29 - Tekstslide

Welk voedingsmiddel zal je voor een persoon met 'obstipatie' adviseren?
A
Pindakaas met stukjes noot
B
Gruyere
C
Groentespread
D
Sesampasta

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Eet koolhydraten, maar welke wel en welke minder?
Koolhydraten zijn voor een gezonde voeding belangrijk: 

Veel 'snelle' koolhydraten zitten in snoep en bijv. de suikerhoudende frisdranken.
Af en toe is geen probleem, let er op dat je daarvan niet teveel binnenkrijgt.

Misschien kun je wat meer volkoren producten eten dan je nu eet?
In volkoren producten zitten vezels en ze verbranden langzamer.
Je hebt eerder het gevoel 'dat je genoeg hebt'. Het zijn 'langzame koolhydraten'.
Daardoor heb je minder snel weer een hongergevoel.
Wist je dat er ook in groente koolhydraten zitten?


Slide 34 - Tekstslide

Opstroomstof


Maak een samenvatting van het volgende filmpje

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Als je de 'extra' opdracht maakt in het werkstuk, kun je o.a. deze informatie gebruiken. 

Slide 37 - Tekstslide