EHBO (Reanimatie + wondzorg)

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EHBO

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond

timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Je loopt op straat en ziet iemand ineenzakken. Wat doe je?

Slide 5 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Quiz reanimatie
Waar of niet waar?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?
Je begint altijd met beademing

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het antwoord: Niet waar
-Je start met borstcompressies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een AED vertelt je precies wat je moet doen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het antwoord: Juist

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
Aan het einde van de les..
- Kan ik iemand reanimeren volgens de opgestelde criteria.
- Kan ik wondzorg uitvoeren volgens de opgestelde criteria

Slide 11 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Reanimatie met AED

Slide 12 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
              Reanimatie 

Slide 13 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 

Hoevaak druk je op de borst (borstcompressie)?
A
15 keer
B
32 keer
C
30 keer
D
10 keer

Slide 14 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Hoeveel beademingen moet je geven?
A
5 keer
B
2 keer
C
1 keer
D
3 keer

Slide 15 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Stel, je loopt buiten en ziet iemand op de grond liggen die niet beweegt. Wat doe je?

Slide 16 - Open vraag

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
              1. Wondzorg

Slide 17 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 

Wat weet je over wondzorg?








Slide 18 - Open vraag

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
              1. Wondzorg
👉 Een wond = een kapotte huid.
Bijvoorbeeld: een snee of schaafwond.
Vandaag leren we:
Een gewone wond schoonmaken en verbinden.

Slide 19 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
              1. Wond reinigen

Slide 20 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
dood weefsel
bacteriën
beslag
goed te genezen
gele wond
rode wond
geel/groene wond
zwarte wond

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rode wonden verzorgen
Let op! bij een rode wond:
Nieuwe huid is zacht → voorzichtig zijn.
Wond niet droog laten worden.
Verband mag niet aan de wond blijven plakken.
Wat willen we bij een rode wond?
De wond niet droog laten worden.
De wond goed beschermen.
Helpen dat de huid weer dicht groeit.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gele wonden verzorgen
LET OP!
  • Pus en vuil uit de wond weg halen.
  • Te veel wondvocht weghalen.
  • Verband moet de wond goed raken, zodat pus en vocht weg kunnen.

De wond een beetje vochtig houden.
De wond goed schoonmaken.
👉 Een gele wond heeft vaak vuil of geel weefsel.
Daarom is schoonmaken belangrijk.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zwarte wonden verzorgen
Wat doen we bij een zwarte wond?
👉 De wond moet schoon worden.
👉 Dood en vuil weefsel moet weg.
Zo kan er nieuwe, gezonde huid groeien.

Doel bij een zwarte wond
Dood weefsel uit de wond halen.
👉 Zwart weefsel is dood.
👉 Het moet weg, zodat de wond beter kan genezen.

Slide 24 - Tekstslide

autolyse: De wond wordt verbonden met een occlusief of semi-occlusief verband. De wond wordt hierdoor vochtig, zachter waardoor necrose uiteindelijk kan verweken. Hierdoor ontstaat een scheiding tussen gezond en niet-gezond weefsel.
              1. Wond reinigen

Slide 25 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
              2. Wond verbinden

Slide 26 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Verbandmateriaal verwijderen
Wond verzorgen
Wond inspecteren
Wond verbinden

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Waar of niet waar?
Wonden spoel je met lauw water om ze schoon te maken en bacteriën te verwijderen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Pauze

Slide 29 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

           Aan de slag
- Werk in groepjes van drie.
- Begin met het bekijken van het voorlichtingsfilmpje dat bij jullie taak hoort. Verdeel de rollen:
- Eén persoon leest de leskaarten één voor één hardop voor.
- De tweede persoon voert de stappen uit zoals beschreven.
- De derde persoon controleert of alle stappen correct worden uitgevoerd.
- Als de tijd om is, wisselen jullie van rol.
- Herhaal dit totdat iedereen alle rollen heeft gehad.
Verdeling:
Groep 1: Start met het oefenen van reanimatie
Groep 2: Start met wondzorg
timer
30:00

Slide 30 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Opdracht:
- Maak de woordzoeker
- Je mag met elkaar samenwerken
timer
15:00

Slide 31 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting
Zijn de lesdoelen behaald?

- Kan ik iemand reanimeren volgens de opgestelde criteria?
- Kan ik wondzorg uitvoeren volgens de opgestelde criteria?

Slide 32 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Kan ik iemand reanimeren volgens de opgestelde criteria?
A
JA
B
NEE
C
D

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Kan ik wondzorg uitvoeren volgens de opgestelde criteria?
A
JA
B
NEE
C
D

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Begrippen
           uit deze les
  •  Reanimatie
  •  Borstcompressie
  •  Wondzorg

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies