Les 3: Als de macht . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 3: Als de macht . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 3 uit de reeks Democratie & rechtsstaat. Lesduur: 45 minuten, en de les is vol. Weinig tijd? Sla dan de open vraag (slide 12) en de meerkeuzevraag over de boete (slide 15) over: dan duurt de les ongeveer 40 minuten.
Let op, veiligheid: in deze les komt de toeslagenaffaire kort aan bod als voorbeeld (slide 9-11). Duizenden gezinnen zijn daardoor in de problemen gekomen. Er kunnen kinderen van gedupeerde ouders in je klas zitten, ook als je dat niet weet. Kondig het onderwerp aan het begin van de les kort aan, vraag niemand naar de eigen situatie en laat leerlingen zelf kiezen of ze iets persoonlijks vertellen. Maak duidelijk dat de ouders geen schuld hadden: de overheid maakte de fouten. Merk je dat een leerling geraakt is? Spreek hem of haar na de les apart aan, en verwijs zo nodig naar de mentor of de vertrouwenspersoon. Ook de reflectievraag op slide 17 (een oneerlijke brief van de overheid) kan bij sommige leerlingen dichtbij komen.
Deze les bouwt voort op les 1 (meneer X, de trias politica, de crisiskaart) en les 2 (de Tweede Kamer, de oppositie, kritische vragen). Nieuw in deze les: wie de regering controleert, en wat jij zelf kunt doen bij een oneerlijk besluit (bezwaar, beroep, klacht).
Voorbereiden: kijk de video op slide 10 vooraf zelf (NOS Jeugdjournaal, 3:34).
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Leg kort uit wat de symbolen betekenen. Rechtsboven op elke slide zie je wat je gaat doen.
Na de les:
kan je uitleggen hoe de machten elkaar controleren.
kan je noemen wie er ingrijpt als de overheid een fout maakt.
kan je uitleggen wat een rechtsstaat is en wat jij kunt doen bij een oneerlijk besluit van de overheid.
Lees de leerdoelen samen.
Kerndoel 3, onderdeel democratische betrokkenheid (3A): machtenscheiding, onafhankelijke rechtspraak en hoe de Grondwet individuen en groepen beschermt. De les raakt ook kerndoel 2B (diversiteit in de samenleving): discriminatie en het belang van gelijkwaardige behandeling.
Waar denk jij aan bij het woord CONTROLE?
Woordweb: laat de leerlingen één of twee woorden insturen. Verwacht woorden als politie, toets, ouders, camera, toezicht, regels, streng, check.
Vraag door: wie controleert jou? En wie controleert eigenlijk de mensen die de macht hebben, zoals de regering? Daar gaat deze les over.
Zonder devices: leerlingen roepen een woord en jij schrijft het op het bord.
Dit weet je al
LES 1
Op de school van meneer X besliste één persoon alles. Daarom is de macht in Nederland verdeeld over drie machten, de trias politica. Met de crisiskaart testte je al de vraag wie grijpt in?
LES 2
De Tweede Kamer maakt wetten en controleert de regering. De oppositie stelt kritische vragen en kan een wet verbeteren met een amendement.
Maar wat gebeurt er als de overheid zelf de fout ingaat?
Voorkennis activeren. Vraag: wie weet meneer X nog? Wat ging er mis op zijn school? (Hij besliste alles zelf en niemand kon hem tegenhouden.) Welke drie machten zijn er, en waarom is de macht verdeeld? (Zodat niemand alle macht krijgt en de machten elkaar kunnen controleren.) Welke crisis kreeg jouw team bij de crisiskaart, en wie greep in? Wat doet de oppositie in de Tweede Kamer? (Kritische vragen stellen, de regering controleren, amendementen indienen.)
Heeft de klas les 1 en 2 niet gehad? Vertel dan kort dat de macht in Nederland verdeeld is over drie machten: wetgevend (wetten maken), uitvoerend (besturen) en rechterlijk (rechtspreken). Zo kan niemand alle macht krijgen.
Kondig het onderwerp aan: vandaag gaat het over wat er gebeurt als de overheid fouten maakt. Wie controleert de regering, en wie grijpt in?
Controle op de macht
De regering heeft veel macht. Ze maakt plannen, haalt belasting op en deelt geld uit.
Maar ook de overheid kan fouten maken, of haar macht verkeerd gebruiken. Daarom wordt de regering gecontroleerd: door de andere machten, maar ook door de pers en de Nationale ombudsman.
Wie grijpt in als de overheid de fout ingaat?
Uitleg, 2 minuten. Lees de kaart samen en klik daarna de vraag eronder tevoorschijn.
Vraag na de eerste alinea: wat regelt of beslist de overheid voor jou? (Onderwijs, studiefinanciering, toeslagen, boetes, belasting, een paspoort.) Hoe groter de macht, hoe belangrijker de controle.
Koppel terug naar les 1: de trias politica is bedoeld om macht te verdelen, zodat de machten elkaar in de gaten houden. Deze les gaat over hoe dat in de praktijk werkt.
Verwachte misvatting: "De overheid maakt de regels, dus de overheid heeft altijd gelijk." Nee: in een rechtsstaat moet ook de overheid zich aan de wet houden, en kun je je tegen de overheid verdedigen.
Wie grijpt in?
TWEEDE KAMER
RECHTER
PERS
NATIONALE OMBUDSMAN
controleert de regering
beslist of de overheid zich aan de wet houdt
zoekt uit wat er misgaat en vertelt het aan iedereen
onderzoekt klachten over de overheid
Klik op een vraagteken: wat kan deze controleur doen?
Kijkplaat, 6 minuten. Dit is de kern van de les: vier controleurs die kunnen ingrijpen als de overheid de fout ingaat. Klik de vraagtekens één voor één open en bespreek elke controleur. Met devices: klik op 'toon bij leerling', zodat leerlingen zelf klikken. Zonder devices: klik zelf en lees voor.
Tweede Kamer (wetgevende macht): controleert de regering met vragen, debatten en moties. Een motie van wantrouwen is een uitspraak dat de Kamer geen vertrouwen meer heeft in een minister. Dan moet die minister in de praktijk opstappen. Bij grote problemen kan de Kamer zelf onderzoek doen, met openbare verhoren of een parlementaire enquête (daarbij moeten getuigen onder ede antwoorden).
Rechter (rechterlijke macht): toetst of de overheid zich aan de wet houdt. Eerst maak je bezwaar bij de instantie zelf, daarna kun je in beroep bij de rechter. De rechter is onafhankelijk: de regering mag hem of haar niets opdragen.
Pers: geen officiële macht, maar onmisbaar. Journalisten mogen vrij onderzoeken en publiceren. Dat staat in de Grondwet (vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, artikel 7).
Nationale ombudsman: een onafhankelijke instantie die klachten over de overheid onderzoekt. Je klaagt eerst bij de instantie zelf. Krijg je daar geen goede reactie, dan kun je naar de ombudsman. De ombudsman kan geen straf opleggen of een besluit terugdraaien, maar een rapport van de ombudsman heeft veel gezag.
Vraag tot slot: welke controleur kan de overheid echt iets verplichten? (De rechter. En de Kamer kan een minister wegsturen.)
Wie grijpt in? Sleep elke situatie naar de goede controleur.
Tweede Kamer
Rechter
Pers
Nationale ombudsman
Een minister heeft gelogen. Hij heeft geen steun meer en moet weg.
Je bezwaar is afgewezen, maar jij vindt het besluit tegen de wet.
Een journalist krijgt geheime stukken over fouten bij een ministerie.
Je klaagde bij de gemeente, maar die reageert al maanden niet.
Kamerleden eisen uitleg over iets wat geheim bleef.
Sleepvraag, 3 minuten. Leerlingen passen nu toe wat ze op de kijkplaat zagen: bij welke situatie hoort welke controleur? Met devices: klik op 'toon bij leerling'. Zonder devices: schrijf de vier controleurs op het bord, lees de situaties voor en laat leerlingen om de beurt een situatie bij de goede controleur zetten.
Antwoorden: de minister die moet weg (motie van wantrouwen) en de Kamerleden die uitleg eisen horen bij de Tweede Kamer. Het afgewezen bezwaar hoort bij de rechter (in beroep gaan). De geheime stukken horen bij de pers. De gemeente die niet reageert op je klacht hoort bij de Nationale ombudsman.
Verwachte misvatting: leerlingen zetten het afgewezen bezwaar bij de ombudsman. Leg uit: de ombudsman gaat over hoe de overheid jou behandelt (traag, onvriendelijk, geen antwoord). Of een besluit tegen de wet is, beslist de rechter. De ombudsman geeft advies, maar kan de overheid niets verplichten. Een rechter kan dat wel.
Op school is de vertrouwenspersoon een beetje te vergelijken met de ombudsman: de plek waar je terechtkunt met een klacht.
Een voorbeeld: de toeslagenaffaire
Vanaf 2013 noemde de Belastingdienst duizenden ouders onterecht fraudeur. Ze moesten hun kinderopvangtoeslag terugbetalen, vaak voor een klein foutje.
Het duurde jaren voordat de controleurs ingrepen. In 2021 stapte het kabinet op.
Kijk naar de video: welke controleurs zie je?
Voorbeeld, 2 minuten. De toeslagenaffaire is hier een voorbeeld om de controleurs aan op te hangen. Ga niet uitgebreid in op de affaire zelf. Klik na het lezen de kijkopdracht tevoorschijn.
Let op, veiligheid: er kunnen kinderen van gedupeerde ouders in je klas zitten. Vertel het feitelijk, zeg duidelijk dat de ouders niets fout deden en vraag niet of leerlingen iemand kennen die gedupeerd is. Vertelt een leerling zelf iets? Bedank hem of haar, ga er niet verder op in voor de klas en spreek de leerling na de les apart.
Wie greep in (achtergrond voor de docent): de Nationale ombudsman (rapport in 2017), journalisten van RTL Nieuws en Trouw (2018-2019), Kamerleden zoals Pieter Omtzigt en Renske Leijten, de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State veranderde in 2019 haar uitspraken) en een commissie van de Tweede Kamer: de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Die hield openbare verhoren en schreef het rapport 'Ongekend onrecht' (17 december 2020). Een ondervraging is een lichtere vorm van een parlementaire enquête. Op 15 januari 2021 trad het kabinet-Rutte III af. Het herstel voor de gezinnen loopt nog steeds.
Gezinnen in de problemen
Video, 3,5 minuten (3:34). NOS Jeugdjournaal, 17 december 2020: de dag waarop het rapport 'Ongekend onrecht' van de Tweede Kamer verscheen.
Kijkopdracht vooraf: welke controleurs van de vorige slides zie je terug? Wie heeft onderzocht wat er misging?
Bespreek na de video kort de kijkopdracht. De volgende twee slides gaan er verder op in.
Goed om te weten: de video is van eind 2020. Een maand later, in januari 2021, trad het kabinet af. Het herstel voor de gezinnen loopt nog steeds.
Veiligheid: de video laat gezinnen zien die het moeilijk hebben. Kijk de video vooraf zelf, en laat leerlingen na afloop niet vertellen of ze iemand kennen die gedupeerd is.
Bronnen: NOS Jeugdjournaal, https://www.youtube.com/watch?v=tKUddCQApj4. Achtergrond: Tweede Kamer, verslag 'Ongekend onrecht' van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (december 2020), en de onthullingen van Trouw en RTL Nieuws (2018-2019).
In december 2020 verscheen het rapport 'Ongekend onrecht'.
Wie had dat onderzoek gedaan?
De Nationale ombudsman
De Tweede Kamer
De Raad van State
Journalisten van RTL Nieuws en Trouw
Meerkeuzevraag bij de video. Het goede antwoord is B: de Tweede Kamer. Een commissie van Kamerleden hoorde ouders, ambtenaren en ministers in openbare verhoren. Zo controleert de Kamer de regering.
Alle vier speelden een rol, en dat maakt de vraag lastig. Wie A kiest: de ombudsman schreef al in 2017 een kritisch rapport, maar niet dit. Wie C kiest: de Raad van State is de hoogste bestuursrechter en veranderde in 2019 haar uitspraken. Wie D kiest: journalisten brachten de affaire aan het licht, maar het rapport kwam van de Kamer. Bespreek: samen zorgden de controleurs ervoor dat het kabinet uiteindelijk opstapte.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.
Waarom is het goed dat er meer dan één controleur is?
Open vraag. Met devices: leerlingen typen een antwoord. Zonder devices: bespreek in tweetallen en vraag een paar tweetallen om hun antwoord.
Verwachte antwoorden: als de ene controleur niets doet, kan een andere ingrijpen. Iedere controleur kan iets anders: de pers maakt het bekend, de Kamer zet de minister onder druk, de rechter kan een besluit terugdraaien. Bij de toeslagenaffaire keken de Kamer en de rechter lang niet goed. De ombudsman en de pers brachten het aan het licht.
Verwachte misvatting: "Eén goede controleur is genoeg." Ook controleurs kunnen fouten maken, zoals bij de toeslagenaffaire bleek.
Een rechtsstaat
In een rechtsstaat moet ook de overheid zich aan de regels houden.
1
De overheid moet iedereen gelijk behandelen. Discriminatie mag niet.
2
Je mag bezwaar maken en naar een onafhankelijke rechter gaan.
3
De Kamer, de pers en de ombudsman controleren de regering.
Zo is de overheid er voor de burgers, en niet andersom.
Uitleg, 2 minuten.
Leg uit: een rechtsstaat is meer dan 'er zijn wetten'. Ook de overheid zelf moet zich aan de wet houden, en burgers moeten zich kunnen verdedigen tegen de overheid. Gelijke behandeling betekent dat de overheid niemand anders behandelt om afkomst, geloof, geslacht of iets anders wat niets met de zaak te maken heeft (artikel 1 van de Grondwet).
Kort terug naar het voorbeeld: bij de toeslagenaffaire ging dit op meerdere punten mis. Ouders met een tweede nationaliteit werden extra streng gecontroleerd, bezwaar maken hielp niet en de controle kwam pas laat op gang. Daarom zei de onderzoekscommissie: de basisregels van de rechtsstaat zijn geschonden.
Verwachte misvatting: "Een rechtsstaat is een land met veel regels en strenge straffen." Nee: het gaat er juist om dat de overheid zelf ook aan regels gebonden is.
Welke situatie past NIET bij een rechtsstaat?
De rechter zegt dat de regering een fout heeft gemaakt.
Een krant publiceert geheime stukken over een minister.
De overheid controleert mensen strenger vanwege hun afkomst.
De gemeente verandert haar besluit na jouw bezwaar.
Meerkeuzevraag. Het goede antwoord is C: de overheid moet iedereen gelijk behandelen. Strenger controleren vanwege afkomst is discriminatie. Dat gebeurde ook bij de toeslagenaffaire.
Wie A kiest, vindt het vreemd dat de overheid kan verliezen. Juist dat hoort bij een rechtsstaat: een onafhankelijke rechter kan de regering terugfluiten. Wie B kiest, denkt dat de pers de overheid niet mag bekritiseren. Maar persvrijheid staat in de Grondwet. Wie D kiest, denkt dat de overheid niet van mening mag veranderen. Maar bezwaar maken is er juist voor om een fout te herstellen.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.
Je krijgt van de gemeente een boete die jij onterecht vindt. Je maakt bezwaar, maar de gemeente blijft bij de boete. Wat kun je nu doen?
Een klacht indienen bij de Nationale ombudsman.
Een gemeenteraadslid vragen de boete te schrappen.
Nog een keer bezwaar maken bij de gemeente.
In beroep gaan bij de rechter.
Toepassing. Het goede antwoord is D: na het bezwaar kun je in beroep bij de rechter. De rechter is onafhankelijk en beslist of de gemeente zich aan de regels heeft gehouden.
Wie A kiest, haalt de ombudsman en de rechter door elkaar. De ombudsman gaat over hoe de gemeente jou behandelde (bijvoorbeeld onvriendelijk of traag), niet over de vraag of de boete terecht is. Wie B kiest, denkt dat een politicus over losse zaken beslist. Dat is niet zo: de gemeenteraad controleert het college, maar een raadslid kan jouw boete niet schrappen. Wie C kiest: op een besluit over je bezwaar kun je niet opnieuw bezwaar maken, de volgende stap is de rechter.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.
Ik kan het goed uitleggen aan een ander
Ik snap het grotendeels
Ik snap het een beetje
Ik snap het nog niet
Hoe goed kun jij nu uitleggen wie ingrijpt als de overheid een fout maakt?
Terugkijken. De poll is anoniem.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op (1 = ik kan het goed uitleggen, 4 = ik snap het nog niet). Laat ze eerst hun ogen dichtdoen, dan blijft het anoniem.
Kiezen veel leerlingen voor "een beetje" of "nog niet"? Laat dan de kijkplaat (slide 7) en de sleepvraag (slide 8) nog eens zien en noem samen de vier controleurs.
Stel: jij krijgt een oneerlijke brief van de overheid.
Wat kun jij doen?
Reflectie. Er zijn meerdere goede antwoorden.
Let op, veiligheid: voor sommige leerlingen is een brief van de overheid geen 'stel dat', maar iets wat thuis echt speelt. Houd het bij de vraag wat je kúnt doen, vraag niet naar eigen ervaringen en laat antwoorden eventueel anoniem insturen.
Verwachte antwoorden: bezwaar maken bij de instantie die de brief stuurde, naar de rechter gaan (in beroep), een klacht indienen bij de Nationale ombudsman, hulp vragen bij het Juridisch Loket, een Kamerlid of de gemeenteraad mailen, naar een journalist stappen.
Goed om te weten: tegen de meeste besluiten van de overheid kun je binnen zes weken bezwaar maken. Het Juridisch Loket geeft gratis advies.
Zonder devices: laat de leerlingen in tweetallen drie dingen opschrijven en bespreek ze klassikaal.
Begrippenlijst
Rechtsstaat - een land waar ook de overheid zich aan de wet moet houden.
Controleren - nagaan of iemand met macht zijn werk goed en eerlijk doet.
Onafhankelijke rechter - een rechter die zelf beslist. De regering mag hem niets opdragen.
Bezwaar maken - laten weten dat je het niet eens bent met een besluit van de overheid.
Nationale ombudsman - onderzoekt klachten van burgers over de overheid.
Pers - journalisten die uitzoeken wat er gebeurt en dat bekendmaken.
Motie van wantrouwen - de Tweede Kamer zegt dat ze geen vertrouwen meer heeft in een minister.
De begrippen uit deze les. Laat leerlingen ze eventueel overnemen in hun schrift.
Deze slide heeft geen instructies