Les 1: Wie heeft de . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 1: Wie heeft de . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 1 uit de reeks Democratie & rechtsstaat. Lesduur: 45 minuten. Weinig tijd? Sla dan de emoji-poll (slide 7), de stelling (slide 9) en de tweede machtsmeter (slide 18) over: dan duurt de les ongeveer 35 minuten.
Deze les bouwt voort op Grondwet & grondrechten, les 2 (Maak je eigen grondwet). Heeft de klas die les niet gehad? Dan werkt deze les ook: sla bij slide 5 de verwijzing over en vertel kort dat de Grondwet de belangrijkste wet van Nederland is.
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Leg kort uit wat de symbolen betekenen. Rechtsboven op elke slide zie je wat je gaat doen.
Na de les:
kan je uitleggen waarom het gevaarlijk is als één persoon alle macht heeft.
kan je de drie machten noemen en vertellen wie in Nederland welke macht heeft.
kan je met je team een eerlijke verdeling van de macht bedenken.
Lees de leerdoelen samen. Ze vertellen de leerlingen waar de les over gaat en wat ze aan het eind weten en kunnen.
Kerndoel 3, onderdeel democratische betrokkenheid (3A): machtenscheiding en onafhankelijke rechtspraak. Kerndoel 1 (democratische oefenplaats): samen beslissen en respectvol overleggen in de teamopdracht.
Wie heeft er volgens jou de macht in Nederland?
Woordweb: laat de leerlingen één of twee woorden insturen. Verwacht antwoorden als de koning, de premier, de regering, de Tweede Kamer, de politie, rijke mensen, de burgers.
Veel leerlingen noemen de koning of de premier. Ga er nog niet op in: aan het eind van de les weten ze dat de macht in Nederland juist verdeeld is.
Zonder devices: leerlingen roepen een woord en jij schrijft het op het bord.
Dit weet je al
In Grondwet & grondrechten heb je geleerd dat de Grondwet de belangrijkste wet van Nederland is. In les 2 maakte je met je team een eigen grondwet met tien grondrechten.
Grondrechten beschermen jou. Maar een grondwet op papier is niet genoeg.
Wie maakt de wetten? Wie zorgt dat iedereen zich eraan houdt? En wie beslist als het misgaat?
Voorkennis activeren. Verwijs naar Grondwet & grondrechten, les 2 (Maak je eigen grondwet): weten de leerlingen nog welke grondrechten hun team koos?
Laat de drie vragen onderaan even hangen. Ze komen terug bij de drie machten op slide 11.
Dit is de school van meneer X
Regel 1. Wie praat zonder zijn vinger op te steken, moet nablijven.
Regel 2. Wie vandaag iets blauws draagt, gaat als laatste naar huis.
Regel 3. Meneer X mag zelf wél zijn telefoon gebruiken in de les.
Regel 4. Ben je het niet eens? Dan krijg je een dubbele straf.
Spel, 4 minuten. Jij bent nu meneer X. Kondig het streng aan: "Vanaf nu ben ik meneer X, en op deze school beslis ik alles."
Doe: klik de regels één voor één tevoorschijn en lees ze streng voor. Pas ze meteen toe: laat leerlingen met iets blauws aan opstaan, deel een (onschuldige) straf uit aan iemand die praat, en pak demonstratief je eigen telefoon. Protesteert iemand? Dan geldt regel 4: "Dubbele straf!" Reageer niet op uitleg.
Stop na een paar minuten bewust met de rol: "Ik ben weer gewoon jullie docent. De straffen tellen niet." Ga dan naar de volgende slide.
Tip: kies straffen die echt onschuldig zijn (even blijven staan, als laatste de klas uit) en kies geen leerling die dit lastig vindt. Kent de klas je nog niet goed? Vertel dan vooraf dat het een spel is.
Hoe voelde het op de school van meneer X?
Emoji-poll, eerst anoniem. Vraag daarna een paar leerlingen: wat voelde oneerlijk? Wat had je willen doen?
Leerlingen noemen vaak regel 3 (meneer X mag zelf wél zijn telefoon gebruiken) en regel 4 (geen bezwaar). Precies daar zit het probleem: niemand controleert meneer X. Houd dat vast voor de volgende slides.
Zonder devices: duim omhoog, opzij of omlaag.
Sara op de school van meneer X
Sara komt te laat, want de bus reed niet. Meneer X geeft haar een week nablijven.
Sara wil het uitleggen. Meneer X zegt: "Ik heb de regel gemaakt, dus ik weet wat hij betekent."
Meneer X maakt de regels, controleert of iedereen zich eraan houdt én beslist zelf wie straf krijgt.
Lees het verhaal voor of laat een leerling voorlezen.
Vraag: Wat vind je hiervan? Wat zou jij doen als je Sara was?
Meneer X heeft drie soorten macht tegelijk: hij maakt de regels, hij voert ze uit en hij is de rechter. Dat woord komt pas op slide 11; laat de leerlingen het nu eerst zelf ontdekken. Image credit: moren hsu / Unsplash
Eens
Oneens
Stelling: het is handig als één persoon alles beslist. Dan gaat het snel en is het duidelijk.
Stellingspel. De poll is eerst anoniem; jij bepaalt of je daarna de namen laat zien.
Zonder devices: staan en zitten. Eens = gaan staan, oneens = blijven zitten. Of over de streep: trek een lijn in het lokaal, eens = over de streep.
Vraag een paar leerlingen van beide kanten waarom. Er is een echte spanning: één baas beslist snel en duidelijk, maar niemand controleert hem. Wie eens is, heeft dus een punt. Vraag door: en als die ene persoon een fout maakt, zoals bij Sara?
Wat gaat er mis als één persoon de regels maakt, controleert én straft?
Open vraag. Goede antwoorden gaan over:
Een veelgehoord antwoord is: "Dan is hij gewoon streng." Vraag dan door: is streng hetzelfde als oneerlijk? Het probleem is niet de strengheid, maar dat niemand hem kan controleren.
Zonder devices: laat de leerlingen in tweetallen overleggen en bespreek een paar antwoorden klassikaal.
Drie machten: de trias politica
WETGEVENDE MACHT
maakt de wetten
UITVOERENDE MACHT
voert de wetten uit en bestuurt het land
RECHTERLIJKE MACHT
beslist bij een conflict en straft wie de wet overtreedt
Klik op het vraagteken: wie is dit in Nederland?
De Franse denker Montesquieu schreef in 1748 dat je de macht in een land moet verdelen in drie delen die elkaar controleren. Dat heet de trias politica (trias = drie, politica = staatsmacht). Zo kan niemand alle macht krijgen, zoals meneer X.
Koppel terug naar slide 5: wie maakt de wetten (wetgevend), wie zorgt dat iedereen zich eraan houdt (uitvoerend), wie beslist als het misgaat (rechterlijk).
De foto's: het Binnenhof met de Tweede en Eerste Kamer (wetgevend), het Torentje, de werkkamer van de minister-president (uitvoerend), en een rechtszaal (rechterlijk). Goed om te weten: het Binnenhof wordt verbouwd, daarom werken de Kamers en de minister-president al een aantal jaren tijdelijk elders in Den Haag.
Klik op de vraagtekens. Met devices: klik op 'toon bij leerling' zodat de leerlingen zelf klikken.
Goed om te weten (achtergrond voor de docent): in Nederland zijn de machten niet helemaal gescheiden. De regering zit in de wetgevende én in de uitvoerende macht. Daarom spreek je in Nederland ook wel van machtenspreiding. Waar het om gaat: de machten controleren elkaar. De Grondwet regelt dit: artikel 81 (wetten maken regering en Staten-Generaal samen), artikel 42 (de regering is de koning en de ministers), artikel 117 (rechters worden voor het leven benoemd). De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. De Eerste Kamer wordt niet direct door burgers gekozen, maar door de leden van de Provinciale Staten. Image credit: Paul Einerhand / Unsplash Image credit: Martijn Vonk / Unsplash Image credit: Michael D Beckwith / Unsplash
Welke macht is aan het werk? Sleep elke zin naar de goede macht.
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechterlijke macht
Een rechter veroordeelt
een inbreker.
De Tweede Kamer stemt over een nieuwe wet.
De politie geeft een boete voor fietsen zonder licht.
Een minister zorgt dat een nieuwe wet wordt uitgevoerd.
Een rechter beslist dat een boete onterecht was.
De Eerste Kamer keurt
een wet goed.
Sleepvraag. Met devices: klik op 'toon bij leerling'. Zonder devices: lees de zinnen voor en laat de leerlingen met één, twee of drie vingers aangeven welke macht het is (1 = wetgevend, 2 = uitvoerend, 3 = rechterlijk).
Antwoorden:
Veel leerlingen zetten de politie bij de rechterlijke macht, omdat de politie "straft". Leg uit: de politie handhaaft de wet (uitvoerend), maar alleen een rechter beslist of iemand schuldig is. Bij meneer X was dat allemaal één persoon.
Verdeel de macht op de school
Jullie mogen de school van meneer X eerlijker maken. Bedenk met je team:
Wie maakt de regels?
Bijvoorbeeld de directie, de leerlingenraad, de docenten of samen.
Wie zorgt dat iedereen zich aan de regels houdt?
Wie beslist bij een conflict, zoals bij Sara?
Hoe controleren ze elkaar?
Wat gebeurt er als iemand zijn macht misbruikt?
Na 6 minuten krijgt elk team een crisiskaart.
Daarna vertelt elk team zijn plan in 1 minuut.
minute
second
Opdracht: 6 minuten voorbereiden, daarna 1 minuut per team.
Doe: Verdeel de klas in teams van vier of vijf. Heeft de klas Grondwet & grondrechten les 2 gedaan? Gebruik dan dezelfde zes teams: zij hebben al een eigen grondwet, en nu bedenken ze wie ervoor zorgt dat die grondwet ook echt geldt. Spreek af welk team team 1, 2, 3 enzovoort is: dat is nodig voor de poll.
Met device: één leerling per team typt het plan in op slide 15, na de crisiskaart.
Zonder device: elk team schrijft het plan op papier (zie het werkblad in de docentenhandleiding).
Tip: dezelfde groep mag niet alle drie de rollen krijgen. Gebeurt dat toch? Vraag dan: wie controleert hen?
Crisiskaart!
Er gaat iets mis op de school. Draai aan het rad: elk team krijgt een crisis.
Werkt jullie plan nog?
Wie mag hier ingrijpen?
Bij wie kun je bezwaar maken?
Moet jullie plan anders?
minute
second
Crisiskaart, 3 minuten. Zo testen de teams of de machten in hun plan elkaar echt controleren.
Doe: draai voor elk team één keer aan het rad (of laat een teamlid draaien). Het team bekijkt met de drie vragen of hun plan de crisis oplost, en past het zo nodig aan. Start daarna de timer van 2 minuten.
Zonder devices: het rad staat op het centrale scherm, dus dit werkt hetzelfde. Geen scherm? Schrijf de zes crises op briefjes en laat elk team er een trekken.
Vraag bij het plan straks: welke crisis kregen jullie, en wie greep in? Een goed plan heeft iemand die de directeur of de leerlingenraad kan terugfluiten, en een onafhankelijke plek om bezwaar te maken. Lukt dat niet? Dan heeft het team ontdekt waarom we in Nederland een onafhankelijke rechter hebben.
Ons plan: wie maakt de regels, wie zorgt dat iedereen zich eraan houdt en wie is de rechter?
Met device: één leerling per team typt het plan in. Begin met de teamnaam of het teamnummer.
Laat elk team daarna in 1 minuut zijn plan vertellen. Vraag na elk plan: wie controleert wie in jullie plan?
Kijk vooral of de drie taken bij verschillende mensen liggen en of er iemand is om bezwaar bij te maken. Dat is de kern van de trias politica.
Team 1
Team 2
Team 3
Team 4
Team 5
Team 6
Welk plan verdeelt de macht het eerlijkst?
Stem NIET op je eigen team.
Poll, eerst anoniem. Haal teams weg die er niet zijn.
Vraag: Waarom vind je dit plan het eerlijkst? Hoe controleren de machten elkaar in dit plan?
Zonder devices: handen opsteken per team, met de ogen dicht als je de stemming anoniem wilt houden.
Goed om te weten: met deze stemming beslist de meerderheid. Daarover gaat de volgende les van deze reeks (Van stem naar wet).
De directie alleen
De directie en de docenten
Directie, docenten, ouders en leerlingen samen
Weet ik niet
Machtsmeter:
Wie beslist er op jóúw school over de telefoonregel?
Machtsmeter, deel 1. Nu gaat het over de eigen school: wie heeft hier de macht? De poll is eerst anoniem.
Kiezen veel leerlingen "Weet ik niet"? Dat is een mooie ontdekking. Vertel hoe het op jullie school zit, of zoek het samen op in de schoolgids.
Goed om te weten: in het vo praten leerlingen mee in de medezeggenschapsraad (MR), waarin ook ouders en personeel zitten. Veel scholen hebben daarnaast een leerlingenraad en een leerlingenstatuut met de rechten en plichten van leerlingen. In het mbo is er een studentenraad. Zoek vooraf op hoe dit op jouw school geregeld is.
Veel inspraak
Een beetje inspraak
Bijna geen inspraak
Weet ik niet
Machtsmeter:
Hoeveel inspraak hebben leerlingen op jouw school?
Machtsmeter, deel 2. Vergelijk met de school van meneer X: lijkt jullie school daar een beetje op, of juist helemaal niet?
Vraag door: wie controleert op jullie school de directie? Waar kun je terecht als je een straf onterecht vindt? Op veel scholen is dat de mentor, een klachtencommissie of de vertrouwenspersoon.
Zonder devices: gebruik een lijn in het lokaal als meter, van "veel inspraak" aan de ene muur tot "bijna geen" aan de andere. Leerlingen gaan staan waar zij vinden dat hun school staat.
Ik kan het goed uitleggen aan een ander
Ik snap het grotendeels
Ik snap het een beetje
Ik snap het nog niet
Hoe goed kun jij nu uitleggen waarom de macht in een land verdeeld moet zijn?
Terugkijken. De poll is anoniem: zo zie je hoe de klas ervoor staat zonder dat iemand zich hoeft te laten zien.
Kiezen veel leerlingen voor "een beetje" of "nog niet"? Pak dan slide 11 er nog even bij en loop met de klas de drie vragen langs: wie maakt de wetten, wie voert ze uit, wie is de rechter?
Waar zou jij meer inspraak willen hebben, in de klas, op school of thuis? Waarom?
Reflectie op de eigen inspraak (kerndoel 3A). Er is geen goed of fout antwoord.
Bespreek een paar antwoorden. Vraag door: wie beslist daar nu? Hoe zou je meer inspraak kunnen krijgen, bijvoorbeeld via de leerlingenraad of de mentor?
Zonder devices: laat de leerlingen het antwoord opschrijven of in tweetallen bespreken.
Begrippenlijst
Macht - de mogelijkheid om te beslissen wat anderen moeten doen.
Trias politica (machtenscheiding) - de macht verdelen over drie delen die elkaar controleren.
Wetgevende macht - maakt de wetten. In Nederland de regering en het parlement samen.
Uitvoerende macht - voert de wetten uit en bestuurt het land. In Nederland de regering: de koning en de ministers.
Rechterlijke macht - onafhankelijke rechters die beslissen bij een conflict en straffen wie de wet overtreedt.
Parlement (Staten-Generaal) - de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Machtsmisbruik - macht gebruiken voor jezelf of tegen anderen, terwijl niemand je controleert.
De begrippen uit deze les. Laat leerlingen ze eventueel overnemen in hun schrift.
Deze slide heeft geen instructies