Woordenschatlessen 1, 2 & 3

1 / 103
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsHoger onderwijsBachelorStudiejaar 1

In deze les zitten 103 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

De woordenschatlijst (examenleerstof)
Laten we een kijkje nemen waar je de woordenschatlijst kan vinden (Canvas > Language Support Nederlands > Woordenschat > Woordenschatlijst)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wie begrijpt deze tekst?
A
Ja, ik!
B
Nee, ik niet!

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Wie begrijpt deze tekst?
A
Ja, ik!
B
Nee, ik niet!

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Wie begrijpt deze tekst?
A
Ja, ik!
B
Nee, ik niet!

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Wie begrijpt deze tekst?
A
Ja, ik!
B
Nee, ik niet!

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Wat vind je van deze zin?

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Vaktaal, jargon
Spreektaal
Hogeschooltaal
Sleep de woorden naar de juiste woordenschatsoort
barema
context
goesting
metafysisch
vox pop
gebuur
flikken
nichemarkt
telemarketing
duidingsprogramma
evidentie
situationeel
concept
efkes
valling

Slide 28 - Sleepvraag

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

De hoogleraar digitale media poneerde de stelling dat papieren kranten binnen drie jaar zijn verdwenen.
A
poneerde = beweerde
B
poneerde = verdedigde
C
poneerde = publiceerde

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Tegelijk stoer en zachtaardig zijn lijkt een paradoxale combinatie.
A
paradoxaal = onverstandig
B
paradoxaal = inefficiënt
C
paradoxaal = als een schijnbare tegenstrijdigheid

Slide 34 - Quizvraag

Slide 35 - Tekstslide

Zijn pragmatische houding maakt hem zeer geschikt voor een coachende rol in dat bedrijf.
A
pragmatisch = op gevoel gerichte
B
pragmatisch = op anderen gerichte
C
pragmatisch = op nut en bruikbaarheid gerichte

Slide 36 - Quizvraag

Slide 37 - Tekstslide

Bij 5-assig simultaan frezen beweegt de tafel met het werkstuk mee tijdens de bewerking, zodat de frees steeds loodrecht op het werkstuk de bewerking kan verrichten.
A
simultaan = horizontaal
B
simultaan = actief
C
simultaan = gelijktijdig

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide

Het decadente feest was enkel voor prominente gasten uit het bedrijfsleven en de politiek.
A
prominente = dominante
B
prominente = vervelende
C
prominente = bekende

Slide 40 - Quizvraag

Slide 41 - Tekstslide

Het werd de docent pijnlijk duidelijk dat geen enkele student de essentie van zijn verhaal had opgepikt.
A
essentie = doel
B
essentie = samenvatting
C
essentie = kern

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Lang niet alle landen houden zich aan het quotum voor het vangen van tonijn.
A
quotum = gedragsvoorschriften
B
quotum = vastgestelde hoeveelheid
C
quotum = set van regels

Slide 44 - Quizvraag

Slide 45 - Tekstslide

In de jaren 60 was het voor grote groepen belangrijk om zich progressief te kleden.
A
progressief = op vooruitgang gericht
B
progressief = alternatief
C
progressief = nonchalant

Slide 46 - Quizvraag

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide

Hoeveel woorden kan je in een gewone les van een uur leren?
A
6 tot 12 woorden
B
10 tot 15 woorden
C
15 tot 22 woorden

Slide 52 - Quizvraag

Hoeveel keer moet je een nieuw woord zien of horen voordat je het onthoudt?
A
2 tot 3 keer
B
4 tot 7 keer
C
8 tot 12 keer

Slide 53 - Quizvraag

Als je de nieuwe woorden niet zo veel ziet of hoort, hoeveel % van de nieuwe woorden vergeet je dan binnen de 24 uur?
A
60%
B
70%
C
80%

Slide 54 - Quizvraag

Hoe breid jij je woordenschat uit?

Slide 55 - Open vraag

Hoe leer je andere talen?

Slide 56 - Open vraag

Slide 57 - Tekstslide

Slide 58 - Tekstslide

Slide 59 - Tekstslide

Slide 60 - Tekstslide

Slide 61 - Tekstslide

Slide 62 - Tekstslide

Slide 63 - Tekstslide

Slide 64 - Tekstslide

Slide 65 - Tekstslide

Slide 66 - Tekstslide

Slide 67 - Tekstslide

Slide 68 - Tekstslide

Slide 69 - Tekstslide

Slide 70 - Tekstslide

Slide 71 - Tekstslide

Slide 72 - Tekstslide

Slide 73 - Tekstslide

Slide 74 - Tekstslide

Slide 75 - Tekstslide

Slide 76 - Tekstslide

Slide 77 - Tekstslide

Slide 78 - Tekstslide

Slide 79 - Tekstslide

Slide 80 - Tekstslide

Slide 81 - Tekstslide

Slide 82 - Tekstslide

Slide 83 - Tekstslide

Slide 84 - Tekstslide

Slide 85 - Tekstslide

Slide 86 - Tekstslide

Slide 87 - Tekstslide

Slide 88 - Tekstslide

Slide 89 - Tekstslide

Slide 90 - Tekstslide

Slide 91 - Tekstslide

Als u een eenzijdig verzoek om echtscheiding indient, kan het zijn dat uw partner daar bezwaar […] heeft.
A
mee
B
tegen

Slide 92 - Quizvraag

Toen ik op vakantie was, walgde ik er[…] hoe de andere toeristen zich gedroegen tegenover de lokale bevolking
A
van
B
over

Slide 93 - Quizvraag

In zijn kerstboodschap richt de koning zich […] de Belgische bevolking en spreekt hij hen moed toe.
A
tegen
B
tot

Slide 94 - Quizvraag

Ik heb me geabonneerd […] het nieuw uitgebrachte tijdschrift. 
A
op
B
voor

Slide 95 - Quizvraag

Hoe verhoudt de islam zich […] het christendom en het jodendom? 
A
met
B
tot

Slide 96 - Quizvraag

Toen ik gisteren mijn buurman sprak, ben ik vergeten te informeren […] zijn zieke moeder. 
A
over
B
naar

Slide 97 - Quizvraag

Veel studenten ergeren zich […] de vele taken die ze moeten maken.
A
aan
B
over

Slide 98 - Quizvraag

Strenge regels gaan vaak gepaard […] opstandige leerlingen. 
A
met
B
door

Slide 99 - Quizvraag

Ik denk nog vaak terug […] mijn eerste liefde. 
A
naar
B
aan

Slide 100 - Quizvraag

Dankzij de bijles Nederlands is hij er […] vooruit gegaan. Hij spreekt nu vloeiend Nederlands. 
A
in
B
op

Slide 101 - Quizvraag

De personeelsverantwoordelijke heeft veel vertrouwen […] haar medewerkers.
A
voor
B
in

Slide 102 - Quizvraag

Toen de jongen al weken niet had gebeld, was zijn moeder erg ongerust […] hem. 
A
naar
B
over

Slide 103 - Quizvraag