94. Deel 8b, Thema 3, week 1 Taak 2.1 en 2.2 ongelijknamige breuken

Hoe noem je het onderste
getal van een breuk?
A
teller
B
noemer
1 / 26
volgende
Slide 1: Quizvraag
RekenenBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoe noem je het onderste
getal van een breuk?
A
teller
B
noemer

Slide 1 - Quizvraag

Breuken vereenvoudigen

Slide 2 - Tekstslide

Haal de helen eruit!
A
B
C
D

Slide 3 - Quizvraag

Wat zijn ongelijknamige breuken?

Slide 4 - Open vraag

Lesdoel
Ik kan moeilijke, ongelijknamige, breuken met elkaar vergelijken

Ik weet dat 3/4 meer waard is dan 5/6

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Gelijkwaardige breuken

Slide 7 - Tekstslide

1/6 en 3/6 zijn dus gelijknamig, maar niet gelijkwaardig.
1/6 en 1/2 zijn dus gelijkwaardig maar niet gelijknamig

Slide 8 - Tekstslide

Juf doet het voor
Als breuk niet gelijkwaardig en gelijknamig is.


Wie eet er meer?

Anwar eet

Berat eet
65
95

Slide 9 - Tekstslide

Breuken
1/2 deel
3/8 deel
5/6 deel
1/4 deel

Slide 10 - Sleepvraag

Wanneer je 2 breuken wil vergelijken moet je de teller gelijkmaken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Kan ik de waarde van breuken direct met elkaar vergelijken?
A
Nee, dat kan alleen als de noemer hetzelfde is
B
Sowieso!
C
Ja, dat kan als de teller gelijk is

Slide 12 - Quizvraag

Breuken

Slide 13 - Tekstslide

Wat is groter?
A
3/6
B
3/5

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het grootst?
A
3/4
B
3/8
C
3/6

Slide 15 - Quizvraag

4/5 is .... 4/6
A
kleiner dan
B
gelijk aan
C
groter dan

Slide 16 - Quizvraag

Welk antwoord klopt?
A
Faya eet meer
B
Lars eet meer
C
Faya en Lars eten evenveel

Slide 17 - Quizvraag

gelijknamig maken

Slide 18 - Tekstslide

Juf doet het voor ..

Slide 19 - Tekstslide

Nu jullie?
Maak de breuken gelijknamig.
1. vermenigvuldig de noemers
met elkaar
2. vermenigvuldig de noemer van A met de teller van B. Dit wordt de nieuwe teller van B.
3. vermenigvuldig de noemer van B met de teller van A Dit wordt de nieuwe teller van A.

Slide 20 - Tekstslide

Nu jij?
Maak de breuken gelijknamig.
1. vermenigvuldig de noemers
met elkaar
2. vermenigvuldig de noemer van A met de teller van B. Dit wordt de nieuwe teller van B.
3. vermenigvuldig de noemer van B met de teller van A Dit wordt de nieuwe teller van A.

Slide 21 - Tekstslide

Nu aftrekken
-

Slide 22 - Tekstslide

Nog één

Slide 23 - Tekstslide


breuken optellen
52
+
43
A
95
B
205=41
C
2023
D
1203

Slide 24 - Quizvraag

Wat heb jij vandaag geleerd?

Slide 25 - Open vraag

aan het werk
 Deel 8b, thema 3, week 1

Taak 2.1 en 2.2 en 2.3

bij elke taak 10 x plussen


Slide 26 - Tekstslide