3G Latijn SPQR Les 29 deel 1

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Audivi multos homines gladiis saxiisque alios petivisse.
Hoe vertaal je "petivisse"?

A
zijn aangevallen
B
hebben aangevallen
C
hadden aangevallen
D
vielen aan

Slide 2 - Quizvraag

Welke vier werkwoordstijden
hebben we al gehad in het Latijn?

Slide 3 - Woordweb

herhaling werkwoord
We gaan in Les 29 iets toevoegen aan je kennis van het werkwoord in het Latijn. Goed om dus even te herhalen wat we al hadden gehad. Bestudeer het werkwoord op de volgende twee sheets of kijk in je schrijfboekje van periode 1, waarin je een herhaling van de grammatica had opgeschreven. Daarna volgen een aantal werkwoordsvormen om te benoemen. 
Probeer dit uit je hoofd te doen!
Uitleg herhaling werkwoord
Klik hier voor het filmpje met de uitleg.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

veto
A
imperfectum
B
perfectum
C
praesens
D
plusquamperfectum

Slide 7 - Quizvraag

pepercimus
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 8 - Quizvraag

praeterieras
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 9 - Quizvraag

quaerebatis
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 10 - Quizvraag

tetigeramus
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 11 - Quizvraag

pendent
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 12 - Quizvraag

posuistis
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 13 - Quizvraag

sentiebam
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 14 - Quizvraag

apparetis
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 15 - Quizvraag

vixerant
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 16 - Quizvraag

nuntias
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 17 - Quizvraag

protexit
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 18 - Quizvraag

vincimus
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 19 - Quizvraag

rapuisti
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 20 - Quizvraag

egerat
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 21 - Quizvraag

egerat: vertaal de vorm

Slide 22 - Open vraag

egebamus
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 23 - Quizvraag

egebamus: vertaal de vorm

Slide 24 - Open vraag

erat
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 25 - Quizvraag

vulneramus
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 26 - Quizvraag

vicit
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 27 - Quizvraag

vulneraverat
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 28 - Quizvraag

potestis
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 29 - Quizvraag

sunt
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 30 - Quizvraag

poterat
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 31 - Quizvraag

potuerunt
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 32 - Quizvraag

Kun je de Latijnse persoonsvormen
in prs., ipf., pf. en pqp herkennen?
heel goed
redelijk goed
nog niet

Slide 33 - Poll

"Quam ob causam vos heri ex amphitheatro ............?" Aulus amicos .............

.................... pater filio nonnulla dona, quae mater antea ................... in foro.

Puella amico dixit: "..............mihi dona, quae nuper parentes tibi ................

Viri, qui spectacula ................., clamabant: ".................. ad amphitheatrum et ........................ Ludos!"
celebrate
dederunt
tradidit
nuntiabant
ostende
exiistis
venite
rogavit
emerat

Slide 34 - Sleepvraag