TK Opbouw organisme - deel 3, start bloedsomloop

WELKOM V1I!
Susan Zwijns - zwn@sgdc.nl - Mens & Natuur
WELKOM V2F!
Pak je chromebook, etui en agenda

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

WELKOM V1I!
Susan Zwijns - zwn@sgdc.nl - Mens & Natuur
WELKOM V2F!
Pak je chromebook, etui en agenda

Slide 1 - Tekstslide

WELKOM V1I!
Susan Zwijns - zwn@sgdc.nl - Mens & Natuur
WELKOM V2F!
Ga zitten volgens de plattegrond
Leg je chromebook (dicht) op tafel
Leg je schrift + werkboek + etui op tafel
Leg je tas in de kast

Slide 2 - Tekstslide

Feitje van de dag!
Geen cel is hetzelfde!

Slide 3 - Tekstslide

Regels
Actief meedoen
Aandacht voor elkaar
Als ik praat...

Slide 4 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

1. huiswerk nakijken
2. Herhaling cellen
3. Kwartet orgaanstelsels
4. Afsluiting 















Doelen:
1.1 Ik kan uitleggen hoe een organisme is opgebouwd van molecuul tot organisme. 
1.2 Ik leg uit dat organismen ingedeeld worden in planten, dieren, schimmels en bacteriën (de vier rijken) en beschrijf de verschillen hiertussen.
1.3 Ik leg uit dat cellen stoffen actief en passief kunnen opnemen en gebruiken.
1.4 Ik benoem de celkern, het celmembraan en cytoplasma en leg de functie van elk onderdeel uit.
1.5 Ik noem voorbeelden van organen bij dieren en mensen en beschrijf de bouw en functie in 8 verschillende orgaanstelsels.

Slide 5 - Tekstslide

Herhaling 
+ huiswerk bespreken

Slide 6 - Tekstslide

Welke organen bevinden zich in de buikholte
A
hart, lever, galblaas en dunne darm
B
maag, dikke darm, longen en hersenen
C
maag, galblaas, lever en slokdarm
D
lever, maag, dunne darm en dikke darm

Slide 7 - Quizvraag

orgaanstelsels

Slide 8 - Woordweb

Welke orgaanstelsels zie je hier?
Ademhalingsstelsel
bloedvatenstelsel
Spijsverteringsstelsel
spierenstelsel

Slide 9 - Sleepvraag

verbind het orgaan bij het juiste orgaanstelsel.
bloedvatenstelsel
ademhalingsstelsel
beenderenstelsel
verteringsstelsel
hart
slok-darm
lucht-pijp
ribben

Slide 10 - Sleepvraag

MOLECUUL
ATOOM
ORGAAN
ORGANISME
ORGAANSTELSEL
WEEFSEL
CEL

Slide 11 - Sleepvraag

Regelen wat de cel in en uit gaat.
Bepaalt wat er in een cel gebeurt.
Stroperige vloeistof in de cel
Cytoplasma
Celkern
Celmembraan

Slide 12 - Sleepvraag

Welke cel heeft bladgroenkorrels?
A
Plantaardige cel
B
Dierlijke cel
C
Plantaardige en dierlijke cellen
D
Schimmelcel

Slide 13 - Quizvraag

plantencel
dierlijke cel
schimmelcel
bacterie

Slide 14 - Sleepvraag

vraag 5







  • Molecuul = Stoffen waaruit alles is opgebouwd.
  • Cel = Bouwsteen van elk organisme.
  • Weefsel = Een groep cellen met dezelfde taak.
  • Orgaan = Een deel van een organisme met een eigen taak.
  • Orgaanstelsel = Een groep organen die samen werken om een bepaalde taak uit te voeren.
  • Organisme = Een levend wezen. 





Slide 15 - Tekstslide

vraag 11

Slide 16 - Tekstslide

Vraag 12

Actief: stoffen gaan van lage concentratie naar hoge concentratie --> kost energie.




Passief: stoffen gaan van hoge concentratie naar lage concentratie --> kost GEEN energie. 

Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk nakijken
Huiswerk nakijken
H1 TK Opbouw Organisme
-pak je werkboek
- open het antwoordenblad in de classroom
- lees goed de antwoorden
- verbeter jezelf en wees streng voor jezelf 
Hulp nodig? kom naar mijn bureau

timer
15:00
Klaar? Los de rebus hiernaast op

Slide 18 - Tekstslide

Orgaanstelsels
Organen 

Slide 19 - Tekstslide

Kwartet-spel
  • Wat: Je gaat aan de slag met het ontwerpen van een eigen kwartet-spel over het thema opbouw organisme.
  • Waar: Je krijgt een werkblad van de docent -> lees de informatie goed door!
  • Hulp: Je werkt in groepjes van 3-4 leerlingen (je eigen tafel).
  • Tijd: 30 min
  • Uitkomst: Nadat je klaar bent met het ontwerpen van de kaartjes kun je het spel gaan spelen met je groepje!


timer
30:00
ullie ontwerpen 5 kwartetten (dus 5 setjes van 4 kaarten):


1. Cellen (bijv. celkern, cytoplasma, celmembraan, vacuole)
2. Weefsels (bijv. spierweefsel, zenuwweefsel, bindweefsel, epitheelweefsel)
3. Organen (bijv. hart, longen, maag, hersenen)
4. Orgaanstelsels (bijv. verteringsstelsel, ademhalingsstelsel, bloedvatenstelsel, skelet)
5. Organismen (bijv. bacteriën, planten, dieren, schimmels)

t

Slide 20 - Tekstslide

Hoe ging de les?
  • Hoe vond jij de les?
  • Welk cijfer geef jij jouw eigen inzet vandaag? (tussen de 1 en de 10)
  • Heb jij de leerdoelen behaald? Wat heb je geleerd? (begrip?)



Doelen:
1.1 Ik kan uitleggen hoe een organisme is opgebouwd van molecuul tot organisme. 
1.2 Ik leg uit dat organismen ingedeeld worden in planten, dieren, schimmels en bacteriën (de vier rijken) en beschrijf de verschillen hiertussen.
1.3 Ik leg uit dat cellen stoffen actief en passief kunnen opnemen en gebruiken.
1.4 Ik benoem de celkern, het celmembraan en cytoplasma en leg de functie van elk onderdeel uit.
1.5 Ik noem voorbeelden van organen bij dieren en mensen en beschrijf de bouw en functie in 8 verschillende orgaanstelsels.

Slide 21 - Tekstslide