In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 120 min
Onderdelen in deze les
English Period 3
Listening test (Thursday 5 February).
Speaking test (testweek P3).
Reading test (testweek P3).
Exam training.
Slide 1 - Tekstslide
Signaalwoorden Examenteksten Engels
Slide 2 - Tekstslide
Waarom denk jij dat het belangrijk is om signaalwoorden te (her)kennen in het Engels voor je examen?
Slide 3 - Open vraag
Schrijf zoveel mogelijk signaalwoorden op in het Engels (bijv. 'however').
Slide 4 - Woordweb
Waarom oefenen met signaalwoorden?
Begrijpen van tekst structuur: Signaalwoorden zoals however, therefore, for example laten zien of iets een tegenstelling, gevolg of toelichting is.
Sneller en gerichter lezen: Wie signaalwoorden herkent, hoeft minder te gokken en kan sneller naar het juiste tekstdeel scannen.
Slide 5 - Tekstslide
Waarom oefenen met signaalwoorden?
Betere antwoordkeuzes bij meerkeuzevragen: Veel foute antwoorden negeren een signaalwoord. Vaak staat een synoniem al in het antwoord.
Sterker bewijs vinden voor open vragen: Signaalwoorden markeren vaak het kernidee of de conclusie — precies wat nodig is om antwoorden te onderbouwen met tekstbewijs.
Slide 6 - Tekstslide
He should not be doing this job, ... he was not trained for it.
A
despite
B
however
C
since
D
such as
Slide 7 - Quizvraag
Welk signaal woord in de tekst geeft een tegenstelling aan?
Slide 8 - Open vraag
Which one is not a linking word?
A
because
B
article
C
therefore
D
as a result
Slide 9 - Quizvraag
Which linking word means "echter"?
A
Therefore
B
Because
C
However
D
Moreover
Slide 10 - Quizvraag
Welke van deze is GEEN linking word van tegenstelling?
A
even so,
B
however,
C
consequently
D
despite
Slide 11 - Quizvraag
What linking word shows a cause (reason)?
A
Despite
B
So
C
However
D
Due to
Slide 12 - Quizvraag
What linking words show an effect?
A
So
B
Since
C
Within
D
Also
Slide 13 - Quizvraag
Welke zin heeft geen linking word?
A
The job was boring so I resigned.
B
He did not stop working although it was midnight.
C
I'm hungry but the fridge in empty.
D
He must have been angry, the window was broken.
Slide 14 - Quizvraag
Welke 'linking words' gebruik je om meer informatie te geven?
A
also
B
first
C
however
D
too
Slide 15 - Quizvraag
Welke van de volgende 'linking words' geeft een tegenargument aan?
A
until
B
because
C
before
D
but
Slide 16 - Quizvraag
linking word Welke is GEEN tegenstelling?
A
but
B
instead
C
as a result
D
whereas
Slide 17 - Quizvraag
Which linking words express time?
A
as soon as
B
during
C
because
D
so as to
Slide 18 - Quizvraag
Welke 'linking words' gebruik je om een voorbeeld te geven?
A
However
B
For instance
C
Next
D
Such as
Slide 19 - Quizvraag
Welk linking word gebruik je om een tegenstelling aan te geven?
A
besides
B
such as
C
consequently
D
on the contrary
Slide 20 - Quizvraag
Which linking word belongs to which category?
vergelijking
tijd
gevolg/conclusie
tegenstelling
as a result
however
until
such as
Slide 21 - Sleepvraag
Welke is geen tegenstelling?
A
but
B
instead
C
as a result
D
whereas
Slide 22 - Quizvraag
Welk linking word gebruik je om een volgorde aan te geven?
A
moreover
B
lastly
C
for instance
D
instead
Slide 23 - Quizvraag
Which linking word belongs to which category?
voorbeeld
samenvatting
oorzaak/gevolg
tegenstelling
toevoeging (addition)
moreover
however
thus
for instance
since
Slide 24 - Sleepvraag
Welke 'linking words' gebruik je om een voorbeeld te geven?
A
However
B
For example
C
For instance
D
Such as
Slide 25 - Quizvraag
Welk linking word gebruik je om een gevolg aan te geven?
A
so
B
such as
C
even so
D
yet
Slide 26 - Quizvraag
How did this go?
😒🙁😐🙂😃
Slide 27 - Poll
To do now
Maak in de online methode.
Unit Reading.
Examentrainer -> Oefenen met vraagsoorten -> 1 oefenexamen.
Schrijf op wat goed ging en wat minder goed ging.
Bespreek dit met je buurman/buurvrouw.
Slide 28 - Tekstslide
End of class
Any questions about this lesson?
What needs more practise this upcomping weeks?
Next week: Final listening practise + start preparation oral test.