Discussie en ik-boodschap T4L3

Wat is de beste ik-boodschap?
A
Ik heb het gevoel dat je mij niet begrijpt en dat is lastig.
B
Jij begrijpt me nooit en dat is stom.
1 / 46
volgende
Slide 1: Quizvraag
PAVSecundair onderwijs

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Wat is de beste ik-boodschap?
A
Ik heb het gevoel dat je mij niet begrijpt en dat is lastig.
B
Jij begrijpt me nooit en dat is stom.

Slide 1 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Discussie

Slide 2 - Tekstslide

BOODSCHAP/INHOUD:
Startregel 4: Ga de discussie aan
Discussie = meningsverschil met argumenten
Een goede discussie = een leerkans, geen wedstrijd
  • Wat is mijn eigen mening?
  • Heb ik genoeg informatie?
  • Is dit een feit, mening of vooroordeel?
  • Wat zijn de argumenten?
  • Wat zijn de tegenargumenten?
  • Stellen we vragen? Zijn we kritisch? (zie startregel 2)
  • Eigen mening? Referentiekader? Empathie?  

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
Kennisdoelen:

• K17. Leerlingen kunnen het onderscheid tussen een feit, mening en een vooroordeel in eigen woorden toelichten.
• K18. Leerlingen kunnen het idee ‘een discussie als een leerkans’ toelichten in eigen woorden.
• K19. Leerlingen kunnen, in het kader van een oefening, verschillende soorten van logische en feitelijke argumenten onderscheiden.
• K22. Leerlingen kennen en begrijpen de vierde startregel voor goed samenleven.










Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
BV2_02.09.01 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge interactie.
BV2_02.10 De leerlingen debatteren over maatschappelijke, sociale of etnische stellingen.
BV2_02.10.01 De leerlingen verdedigen hun positie over een debatstelling.
BV2_02.10.02 De leerlingen bouwen hun mening om tot argumenten.
BV2_02.12 De leerlingen passen inzicht in taalgebruik toe ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.
BV2_05.01 De leerlingen gaan respectvol en constructief met anderen in interactie rekening houdend 
BV2_13.01 De leerlingen reflecteren cyclisch en vakspecifiek over het eigen leerproces en sturen het op basis daarvan doelgericht bij.  

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Maak voor jezelf een overzicht van de les
Noteer kernwoorden, kernzinnen en voorbeelden waarvan je denkt dat deze belangrijk zijn, die je moet onthouden.
Geef structuur aan je overzicht. Schrijf enkel het belangrijkste op.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DISCUSSIE
Samenleven in superdiversiteit

Verschillende startregels


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is empathie?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling
Empathie = jezelf in de schoenen van iemand anders verplaatsen


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Discussiëren
Je moet een meningsverschil of probleem niet altijd uit de weg gaan
Belangrijk om te leren van meningsverschillen en dit op een goede manier kunnen oplossen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarover ging jouw laatste discussie?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je dan onder een discussie?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je onder discussie?
Discussie = meningsverschil met argumenten of een probleem verschil met argumenten
Niet enkel een slogan roepen of mening verkondigen, maar ook in gesprek gaan met elkaar en dat onderbouwen met argumenten

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je onder discussie?
Niet hetzelfde als een ruzie of conflict!


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met wie heb jij wel eens een discussie?

Slide 19 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wie kan tijdens een discussie aan de ander toegeven dat die misschien ook wel gelijk of een punt heeft?
A
altijd
B
soms
C
soms
D
nooit

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je onder discussie?
Met wie heb je wel eens discussie? Waarover?

Wie kan tijdens een discussie aan de ander toegeven dat die misschien ook wel gelijk of een punt heeft? Waarom wel/niet?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communicatie?
= > Het overbrengen van een boodschap aan iemand anders:
                     ZENDER   ---   BOODSCHAP   ---   ONTVANGER
 ***** oppassen voor rrrruuuuuis op de boodschap ****
De boodschap bestaat uit:
- gevoelens
- gedachten
- gedrag

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik-boodschap 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ik-boodschap bestaat uit een aantal elementen:

  1. – Noem eerst de naam van de ander.
  2. – Begin je boodschap met ik.
  3. – Benoem je gevoel.
  4. – Benoem het gedrag van de ander.
  5. – Geef de reden waarom dat gedrag je stoort.
  6. – Geef een suggestie van het gedrag dat je graag van de ander zou zien verandering

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De perfecte ik-boodschap 
Naam van de ander: "Sander,"
Begin je boodschap met ik: "Ik..."
Benoem je gevoel: "...voel me gefrustreerd en onrustig..."
Benoem het gedrag van de ander: "...wanneer je tien minuten na de afgesproken tijd binnenkomt,"
Geef de reden: "...omdat we hierdoor kostbare tijd verliezen en mijn planning voor de rest van de middag in de war loopt."
Geef een suggestie voor verandering: "Ik zou het fijn vinden als je voortaan op de afgesproken tijd aanwezig bent, of me even een berichtje stuurt als het echt niet lukt."

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de beste ik-boodschap?
A
Ik heb het gevoel dat je mij niet begrijpt en dat is lastig.
B
Jij begrijpt me nooit en dat is stom.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je bent echt irritant als je de hele tijd op je telefoon zit.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je doet helemaal niets in deze groepstaak.

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet volgende zin om in de ik- boodschap:
Jij luistert nooit naar mij!

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

nog wat venijnige boodschappen...
zet ze om in een ik-boodschap


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Assertief reageren = Ik- boodschap gebruiken

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarover word er bij jou thuis vaak gediscussieerd?
1: eten en drinken
2: gaan slapen
3: huiswerk, studeren
4: schermtijd
5: afspreken met vrienden
6. uur van thuiskomst

Slide 33 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Verdeling groepen

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
1. Bereid het gesprek voor met je ouders
 Hoe open je het gesprek? Hoe kaart je jouw wensen aan? Welke argumenten zal je gebruiken om de andere te overtuigen? Hoe pak je eventuele tegenkantingen aan?  Hoe beëindig je het gesprek?
2. Schrijf het gesprek uit.
3. Vorm duo’s en oefen de twee situaties die jullie uitwerkten. Maak nadien eventueel nog enkele aanpassingen.
4. Speel in duo beide situaties voor de klas

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je onder discussie?
Een discussie start bij je eigen mening

Heb ik wel een mening?
(Nog) geen mening hebben is ook niet erg!

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zou je een 'feit' omschrijven?

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een feit is een uitspraak die meetbaar of bewijsbaar is, algemeen geldend of 'waar' is, en zich baseert op een bron

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zou je een 'mening' omschrijven?

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een mening is iets waarvan jij denkt dat het 'waar' is, maar een ander misschien niet. Het is een persoonlijke overtuiging.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je testen of wat iemand zegt een feit of mening is?

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies