temperatuurregulatie BBL 2-10

Hoe gaat het? Wat gaat goed en wat niet?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Hoe gaat het? Wat gaat goed en wat niet?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van lichaamstemperatuur?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de "thermostaat" van ons lichaam?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

thermoregulatie / thermobalans
Thermosensoren: zintuigcellen gevoelig voor temperatuur (centraal en perifeer) 
Hypothalamus: centrale thermostaat. 

Slide 5 - Tekstslide

De centrale thermosensoren registreren de kerntemperatuur, de perifere warmte en koude sensoren registreren de schiltemperatuur. Het achterste gedeelte van de hypothalamus fungeert als schakelstations naar de hersenstam en het ruggenmerg ter regulatie. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de meest betrouwbare meting voor onze kerntemperatuur?
A
Via het voorhoofd
B
Via de oksel
C
Via de mond
D
Via de anus

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

  • Kern: buik - , borst- en schedelruimte.
  • Schil: huid en ledematen 

Slide 9 - Tekstslide

De kern of het centrum van het lichaam betreft: buik, borst- en schedelholte.
De schil is de huid en ledematen. Het verschil tussen de kerntemperatuur en de schiltemperatuur. Dit kan een belangrijke parameter zijn in de beoordeling van de huiddoorbloeding. Normaal is de deltatemperatuur 8-9 graden celsius.

Ondertemperatuur =
Normale temperatuur =
Koorts =
Verhoging =

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Temperatuur
  • Normale temp 36.4 C - 37.5 C
  • Verhoging: 37,5 - 38 C
  • Koorts: 38 - 41 C
  • Hypothermie: < 35 C 
  • Hyperthermie: > 41 C 

Boven de 42 C graden is gevaarlijk!

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende meetopties
  • Rectaal 
  • Oraal 
  • Axillair 
  • In het oor (+0,2)
                  Voorkeur? 
  • Anus
  • Onder de tong (+0.3)
  • Onder oksel (+0.5)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie zijn extra gevoelig voor temperatuurafwijkingen?

Slide 13 - Woordweb

pasgeborenen.
koelen sneller af omdat hun lichaamsoppervlakte in verhouding tot die van volwassenen groter is en ze een dunnere vetlaag hebben. Het warmtecentrum van een baby moet nog leren hoe het moet reageren op veranderingen in de omgevingstemperatuur. 

Dronken mensen hebben ook niet het vermogen om zelf iets te ondernemen als ze het te koud krijgen.
Ook treed eerder onderkoeling op bij alcoholisten, bij verwarde zorgvragers en ouderen. Bij al deze groepen is het regelcentrum minder goed.
Let op! Bij ouderen neemt de functie van het warmtecentrum en de zintuigen af.

Hypothermie
A
Onderkoeling, waarbij de lichaamstemperatuur >35C
B
Het gelijk blijven van de lichaamstemperatuur bij wisselende omstandigheden
C
Verhoogde lichaamstemperatuur die ontstaat doordat het lichaam de warmte niet goed kwijt kan

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Risico factoren voor onderkoeling
1. Temperatuur
2. windfactor
3. regen/natte kleding
4.Alkohol
5. GHB


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als we het koud hebben trekken onze bloedvaten samen. Hoe noemen we dit proces?
A
Vasoconstrictie
B
Vasodilatatie
C
Vasocondatatie
D
Conductie

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onderkoelings symptomen
rillen - alleen in het begin. Bij ernstige onderkoeling  rilt het slachtoffer niet meer.

droge huid - niet bij onderkoelde slachtoffers die uit het water zijn gehaald, uiteraard.

sloomheid en sufheid

een trage hartslag en een langzame ademhaling

slaperigheid - soms aangezien voor dronkenschap - kan zich ontwikkelen tot een coma.

bleke huid - moeilijk objectief te bepalen (de bleke huid is een gevolg van vasoconstrictie)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warmte toediening 


WANNEER: 
 Onderkoeling / Koude rillingen/  Pijnbestrijding 
of  Plaatselijke ontstekingen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hyperthermie
A
Onderkoeling, waarbij de lichaamstemperatuur >35C
B
Het gelijk blijven van de lichaamstemperatuur bij wisselende omstandigheden
C
Verhoogde lichaamstemperatuur die ontstaat doordat het lichaam de warmte niet goed kwijt kan

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

De temperatuurzintuig neemt de temperatuursverandering waar maar in de hersenen komt de waarneming tot bewustzijn.
Koudezintuigjes => liggen oppervlakkig => vrije zenuwuiteinden.
Warmtezintuigjes=> liggen dieper=> de huid van het aangezicht en de romp is gevoeliger voor warmte en koude dan de huid van de armen en benen.
In de slijmvliezen van de neus en mondholte en slokdarm bevinden zich warmte en koudezintuigen.
In de wand van holle organen en grote slagaders zijn er zintuigjes die rek, druk en pijn registreren. Dit zijn viscerosensibele receptoren. Deze zintuigjes sturen hun informatie via het vegetatieve zenuwstelsel. De prikkels komen in de hersenen op een heel andere plaats aan dan de prikkels uit huid, spieren en skelet.