havo 2 2324 - Beeldspraak - vergelijking, metafoor, personificatie

Beeldspraak

Vergelijking - metafoor - personificatie

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Beeldspraak

Vergelijking - metafoor - personificatie

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen

Aan het eind van de lessenserie:

- weet je wat beeldspraak is

- ken je het verschil tussen de vergelijking, de metafoor en de personificatie

- kun je zelf voorbeelden geven van de bovenstaande beeldspraak



Slide 2 - Tekstslide

Leg in eigen woorden uit wat beeldspraak is.
timer
1:00

Slide 3 - Open vraag

Waarom is het belangrijk om beeldspraak te herkennen?
timer
1:00

Slide 4 - Open vraag

Vormen van beeldspraak

- vergelijking

- metafoor

- personificatie

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een vergelijking?

Slide 6 - Open vraag

Vergelijking

Bij een vergelijking vergelijk je twee
dingen (object en beeld) met elkaar.








Slide 7 - Tekstslide

Voorbeelden van vergelijkingen

Hij (object) is zo rood als een kreeft (beeld) geworden door de zon.

Hij wordt vergeleken met een kreeft

Jouw kamer(object) lijkt wel een zwijnenstal (beeld).

Jouw kamer wordt vergeleken met een zwijnenstal.

Slide 8 - Tekstslide

Metafoor

Een metafoor lijkt op een vergelijking,
alleen staat het object nu niet meer in de zin, maar alleen het beeld.


Slide 9 - Tekstslide

Voorbeelden metafoor

Wat een zwijnenstal (beeld) is het hier.


Zwijnenstal is het beeld dat gebruikt wordt om aan te geven dat het een grote troep is.

Wat er precies een troep is, staat nu niet in de zin.





Dat
schaap(beeld) heeft zich laten beetnemen.



Dat
schaap staat voor een dom persoon. Wie het precies is, staat niet in de zin.



Slide 10 - Tekstslide

Personificatie

Met een personificatie geef je een
menselijke eigenschap aan
iets dat geen mens is.


Slide 11 - Tekstslide

Voorbeelden personificatie

Soms lacht de toekomst je toe


De toekomst kan niet lachen, dat is een menselijke eigenschap.

Slide 12 - Tekstslide

Wat een eigenwijze computer!
timer
0:15
A
vergelijking
B
metafoor
C
personificatie

Slide 13 - Quizvraag

Pieter is als een sluwe vos te werk gegaan.
timer
0:15
A
Vergelijking
B
Personificatie
C
Metafoor

Slide 14 - Quizvraag

Zo'n etterbak moet streng gestraft worden.
timer
0:15
A
Personificatie
B
Metafoor
C
Vergelijking

Slide 15 - Quizvraag

Annie kwam aanrijden in haar koekblik.
timer
0:15
A
Vergelijking
B
Personificatie
C
Metafoor

Slide 16 - Quizvraag