Theorie Lezen H1 en H2 (s.o.)

3HV: Manieren van inleiden en afsluiten

Manieren van inleiden:

- het onderwerp aankondigen

- een kort grappig of bijzonder verhaaltje vertellen (anekdote)

- een of meer vragen stellen

- de aanleiding van het schrijven noemen


Manieren van afsluiten:

- een korte samenvatting van de tekst

- een conclusie van de tekst

- een advies



1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3HV: Manieren van inleiden en afsluiten

Manieren van inleiden:

- het onderwerp aankondigen

- een kort grappig of bijzonder verhaaltje vertellen (anekdote)

- een of meer vragen stellen

- de aanleiding van het schrijven noemen


Manieren van afsluiten:

- een korte samenvatting van de tekst

- een conclusie van de tekst

- een advies



Slide 1 - Tekstslide

3HV: Kernzin en indeling tekst

Een kernzin is de belangrijkste zin van een alinea (1e, 2e of laatste zin).


Een tekst is opgebouwd in de volgende drie delen:

- inleiding (aandacht van de lezer trekken / de lezer nieuwsgierig maken)

- middenstuk (kern van de tekst weergeven)

- slot (de tekst samenvatten, een conclusie trekken of adviseren)


Een tussenkopje is een minititel dat aangeeft waar een stuk van de tekst over gaat.





Slide 2 - Tekstslide

3HV: Tekstdoelen en -soorten
Alinea en (deel)onderwerp 

Zes tekstdoelen - tekstsoorten:

- informeren - informerende tekst

- amuseren - amuserende tekst

- overhalen (actie!) - activerende/aansporende tekst

- overtuigen - betogende tekst

- mening laten vormen  - beschouwende tekst

- uitleg geven - uiteenzettende tekst


Een alinea bestaat uit een kernzin met uitleg, toelichting of voorbeelden.

Een onderwerp is het samenvatten van de tekst in zo weinig mogelijk woorden.

Een deelonderwerp is het onderwerp van een stukje (deel) van de tekst.




Slide 3 - Tekstslide

3HV: Verbanden 

uitspraak - opsomming                en, ook, bovendien, daarnaast

uitspraak - tegenstelling             maar, toch, daarentegen

uitspraak - voorbeeld                    bijvoorbeeld, zoals

middel - doel                                      om te, waarmee, met als doel

oorzaak - gevolg                              waardoor, hierdoor, zodat

uitspraak - vergelijking                hetzelfde, in vergelijking met

uitspraak - reden                            daarom, want, omdat


Slide 4 - Tekstslide

3HV: Verbanden 

uitspraak - conclusie                    dus, concluderend

na één of meerdere uitspraken  volgt een eindbesluit, oordeel


uitspraak - samenvatting           kortom, samenvattend, al met al

Na één of meerdere uitspraken worden de belangrijkste punten genoemd


uitspraak - voorwaarde                mits, als, indien, tenzij

Er worden diverse voorwaarden (eisen) genoemd die bij een uitspraak horen.


Slide 5 - Tekstslide

3HV: Verbindingsmanieren

Zinnen en alinea's worden verbonden door middel van een verband. Dit kan op verschillende manieren worden aangegeven:

1 door het gebruik van een signaalwoord

2 door het herhalen van een woord

3 door een overgangszin met een verwijzing

4 door een aankondigende zin

Slide 6 - Tekstslide

3V: functies van tekstgedeelten

Alinea's of groepjes alinea's heeft een bepaalde bedoeling of functie (= functie tekstgedeelte).
Hierbij kun je denken aan bewijs, constatering, gevolgen, nuancering, ontkenning, oorzaak, opsomming, theorie en toelichting.


Tip: bekijk goed de kernzin en signaalwoorden, dit kan je hierbij helpen.


Slide 7 - Tekstslide

3V: functies van tekstgedeelten

(zie blz. 85)

Bewijs: met feiten (onderzoek) wordt de juistheid van een theorie aangetoond

Constatering: er wordt iets vastgesteld / opgemerkt

Gevolgen: er worden gevolgen beschreven die door een maatregel/verschijnsel zijn veroorzaakt

Nuancering: een uitspraak wordt iets afgezwakt (andere gezichtspunten)

Ontkenning: een uitspraak waarvan wordt aangegeven dat die niet juist is

Oorzaak: er wordt beschreven hoe iets is ontstaan


Slide 8 - Tekstslide

3V: functies van tekstgedeelten

(zie blz. 85)

Opsomming: delen die bij elkaar horen worden genoemd

Theorie: bij een algemene beschrijving wordt een feit/verschijnsel verklaart of voorspelt

Toelichting: iets wordt nader uitgelegd met voorbeelden of gevolgen


Eigenlijk ga je het bouwplan van de schrijver ontrafelen!


Slide 9 - Tekstslide

3V: tekststructuren (zie blz. 88)

De opbouw van een tekst noem je ook wel een tekststructuur.

- Voor- en nadelenstructuur: met voor- en nadelen wordt een bepaald probleem of verschijnsel besproken (meningen?)

- Verschijnsel- en verklaringstructuur: er worden verklaringen(opheldering) gezocht bij een bepaald verschijnsel, vaak eindigend met een aanbeveling

- Verschijnsel- en besprekingsstructuur: verschillende kanten van een verschijnsel worden besproken, eindigend met een samenvatting

Slide 10 - Tekstslide