Medicatie per infuus en bijzondere infusen

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerpleegkundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat weten jullie nog over infuus inbrengen?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag
  • Veel voorkomende infuusvloeistoffen
  • Medicatie i.v.

Praktijk: infuus vullen + medicatie i.v.

Slide 4 - Tekstslide

Inbrengen van vocht
Vochttoediening heeft een herstellende functie: verbeteren van vocht- en elektrolytenbalans. 
Of preventieve functie: voorkomen van uitdroging.

 

Een vochttekort kan ontstaan door:
  • onvoldoende vochtopname (bij verwaarlozing of na een operatie);
  • groot vochtverlies, door braken en/of diarree;
  • bloedverlies, door een operatie of ongeluk;
  • plasmaverlies, bijvoorbeeld bij brandwonden;
  • koorts/sepsis.





Slide 5 - Tekstslide

Isotone infuusvloeistoffen
  • fysiologisch zout, bevat een 0,9% NaCl-oplossing;
  • glucose 5%-oplossing;
  • zout/glucose-oplossing met 0,45% NaCl en 2,5% glucose;
  • ringer-vloeistof, een oplossing met natrium, kalium, calcium en chloor;
  • zuiveringszoutoplossing, bevat 1,4% natriumbicarbonaat.

Een isotone oplossing heeft dezelfde osmotische waarde als het bloed. Daardoor kan de vloeistof zonder problemen in het bloed en in de weefsels worden opgenomen.




Slide 6 - Tekstslide

NaCL 0,9%
  • Oplossing van (keuken-)zout in water 

Wordt gebruikt bij:
  • Waterverlies uit het lichaam (dehydratie)
  • Natriumverlies uit het lichaam (natriumdepletie)
  • Het toedienen van andere geneesmiddelen voor infusie of deze te verdunnen

Slide 7 - Tekstslide

Let op bij patiënten met
  • Verhoogd natriumgehalte in het bloed
  • Nierproblemen
  •  Hartaandoeningen
  • Hoge RR
  • Elke andere aandoening die gepaard gaat met natriumretentie (het lichaam houdt te veel natrium
    vast)

Slide 8 - Tekstslide

NaCL 0,45% + Glucose 2,5%
Dit middel is een oplossing van glucose (suiker) en natriumchloride (zout) in water.
Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 100 kilocalorieën
per liter.
Natrium en chloride zijn chemische bestanddelen die zich in het bloed bevinden.

Slide 9 - Tekstslide

Waarom krijgt iemand medicatie intraveneus?

Slide 10 - Open vraag

Indicaties medicatie intraveneus
  • snel therapeutisch effect van het medicijn 
  • niet op een andere wijze, omdat het toxisch is voor het weefsel van de spieren;
  • zorgvrager niet in staat geneesmiddel op een andere manier in te nemen;
  • zorgvrager niets per os mag hebben;
  • wanneer medicijnen in het maag-darmkanaal worden afgebroken (bijvoorbeeld insuline).




Slide 11 - Tekstslide

Welke verpleegkundige aandachtspunten zijn belangrijk bij infusie of medicatie per infuus?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Oplossing 1 en 2
Mw Jansen krijgt 2 liter glucose/zoutoplossing per 24 uur, waar stel ik de infuuspomp op in?​

Wat wordt de druppelsnelheid?​

- 2 liter = 2000 ml : 24 uur = 83,3 83 ml per uur​

- 24 uur x 60 min = 1440 minuten​
2000 ml x 20 druppels = 40.000 druppels : 1440 = ​
27,77777, 27 a 28 druppels per minuut of 83 : 3 =​
 27 a 28 druppels per minuut







Slide 18 - Tekstslide

Oplossing opdracht 3
Ze gaat starten met antibiotica 4 x daags 750 mg amoxicilline.
Op de afdeling is amoxicilline 1 gram beschikbaar. 
Geef haar deze medicatie opgelost in 10 ml water voor injectie in 100 ml nacl via een zijlijn.​

      Dit geef je in 30 minuten.​

- 1 gram = 1000 mg oplossen in 10 ml water voor injectie. Dan bevat 1 ml, 100 mg. 750 mg = 7,5 x zoveel dus 7,5 ml amoxicilline voeg je aan 100 ml nacl.​
- 108 ml (100 + 7,5 ml = 107,5) per uur, in 30 minuten verdubbel de hoeveelheid (x2) = 216 ml



Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht Marieke
Marieke moet een patiënt in 12 uur 360 mg antibiotica toedienen d.m.v. een perfusor. De spuit van 50 ml heeft een sterkte van 20 mg/ml. Op welke stand zet je de perfusor?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link