15.1 Westfaalse statensysteem

'Internationale machtsverhoudingen'
§15.1 Context: Westfaalse statensysteem
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

'Internationale machtsverhoudingen'
§15.1 Context: Westfaalse statensysteem

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer ik deze les?
  • Ik weet wat staatsvorming is
  • Ik ken de kenmerken van staten
  • Ik begrijp op welke manier de verschillende paradigma's tegen conflict aankijken
Leerdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Als je eenmaal een staat bent, dan blijf je dat, ongeacht wat
er gebeurt. Net als een stad met stadsrechten.
Als je eenmaal een staat bent, dan blijf je dat, ongeacht wat er gebeurt. Net als een stad met stadsrechten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staatsvorming
De institutionalisering van politieke macht tot een staat.

Slide 4 - Tekstslide

Zie pagina 94 in het lesboek van Seneca
Geweldsmonopolie
Als de staat het alleenrecht heeft om geweld te gebruiken.

Slide 5 - Tekstslide

Zie pagina 95 in het lesboek van Seneca
Belastingmonopolie
Als de staat het alleenrecht heeft om belasting te innen.

Slide 6 - Tekstslide

Zie pagina 95 in het lesboek van Seneca

Slide 7 - Video

Dit filmpje legt de vorige drie dia's wat uitgebreider uit

Wat zijn drie kenmerken van een staat?
Wat zijn drie kenmerken van een staat?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Een staat is pas een staat als het aan deze drie kenmerken voldoet.
Een staat is pas een staat als het aan deze drie kenmerken voldoet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Kenmerken:
1. Er is een groep mensen
2. Er is grondgebied
3. Er is geweld- en belastingmonopolie
Lees bovenstaand artikel.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat vind jij: is Amerika een echte staat?
Wat vind jij: is Amerika een echte staat?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Non-interventiebeginsel
Soevereiniteitsbeginsel
De afspraak dat gelijkwaardige landen in Europa zich niet met elkaars interne aangelegenheden bemoeiden.

Slide 12 - Tekstslide

Zie pagina 95 in het lesboek van Seneca

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Lees de tekst bij opdracht 3
Turkije en Syrië
Al jarenlang woedt er een burgeroorlog in Syrië tussen enerzijds de regering van president Assad, gesteund door Rusland en CHina, en anderzijds de rebellen die worden gesteund door het Westen. De oorlog begon in maart 2011 toen de bevolking demonstreerde tegen de dictatuur van Assad. Bij deze protesten vielen duizenden doden. Aanvankelijk wilden geen enkel land daadwerkelijk ingrijpen om Assad of de rebellen te helpen. Pas toen in augustus 2013 burgers omkwamen door het gebruik van chemische wapens, dreigden de Verenigde Staten met militaire acties. Ondertussen zijn er ook verschillende groepen rebellen tegen elkaar gaan vechten en dat maakt de strijd nog ingewikkelder.

Slide 14 - Tekstslide

Zie pagina 89-90 van het opdrachtenboek mw-vwo-deel2


In welke situatie zijn landen wel bereid het
non-interventiebeginsel te schenden?
In welke situatie zijn landen wel bereid het non-interventiebeginsel te schenden?

Slide 15 - Open vraag

De vraag is bij een burgeroorlog uiteraard wie de legitieme regering is: dictator Assad of de bevolking die in opstand kwam. Als de regering om steun vraagt aan een bondgenoot, bijvoorbeeld Rusland, zien we dat niet als interventie, wel als de VS de rebellen steunen. Maar wanneer mensenrechten in het geding komen spreken we weer van uitzonderingen op het non-interventiebeginsel.
Functionalisme paradigma
  • De maatschappij is een organisme waarin de samenstellende delen elk een eigen functie vervullen. 
  • Conflicten zijn uitzonderingssituaties die ontstaan als het functioneren van de relaties tussen mensen of andere instanties niet goed verloopt.

Slide 16 - Tekstslide

Zie pagina 95 in het lesboek van Seneca
Conflict-paradigma
  • De maatschappij is een 'arena' waarin groepen en individuen voortdurend met elkaar strijden om macht. 
  • Conflicten fungeren als de motor van maatschappelijke verandering. Conflicten hebben te maken met tegengestelde belangen.

Slide 17 - Tekstslide

Zie pagina 96 in het lesboek van Seneca
Sociaalconstructivisme-paradigma
  • Men is geïnteresseerd in de betekenis die door verschillende actoren aan bepaalde gedragingen wordt gehecht.
  • Conflict- en samenwerkingssituaties worden bekeken aan de hand van handelingen van mensen in deze situaties.

Slide 18 - Tekstslide

Zie pagina 96 in het lesboek van Seneca
Rationele-actor-paradigma
  • De aandacht ligt bij het omgaan van mensen met personen of groepen die tegengestelde doelen of belangen hebben.
  • Conflicten kunnen een belangrijke vernieuwende functie hebben.

Slide 19 - Tekstslide

Zie pagina 96 in het lesboek van Seneca
Sleep de uitspraak naar het juiste paradigma.
Functionalisme- paradigma
Conflict- paradigma
Sociaalconstructivisme- paradigma
Rationele-actor- paradigma
Het is een probleem dat de hoge economische klasse anderen waarden en belangen heeft dan de lage economische klasse.
Er kunnen conflicten ontstaan op het moment dat premier Rutte zal opstappen en zijn functie tijdelijk niet vervuld wordt omdat de harmonie even uit evenwicht is.
De rijke man komt in conflict met de armere vrouw, omdat de vrouw vindt dat de man zijn geld meer moet besteden aan dingen waar anderen ook van profiteren.
"Ik vind het leerzaam om te horen hoe anderen naar conflicten kijken en hoe ze weer tot samenwerken komen".

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd deze les?
Wat vind je nog lastig?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb ik geleerd deze les?
  • Ik weet wat staatsvorming is
  • Ik ken de kenmerken van staten
  • Ik begrijp op welke manier de verschillende paradigma's tegen conflict aankijken
Leerdoelen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De volgende Seneca-les gaat over:
Analyse van het statensysteem
Einde van de les 'Westfaalse statensysteem'

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'WOORDWEB RONDOM BEGRIP'

Slide 26 - Woordweb

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.

'vraag'
A

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


'Vraag'

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijkingen partijen/personen
Naam
Naam 
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 31 - Tekstslide

Vergelijking partijen/personen
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingen tussen twee partijen/personen. De afbeelding is simpel te vervangen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding

De afbeelding past zich aan aan de vorm. 
Mocht de naam te groot zijn voor het vlak, voel je dan vrij het lettertype kleiner te maken. 
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
Vergelijkingen meerdere partijen
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 32 - Tekstslide

Vergelijking partijen/personen
Ook in opdrachtvorm mogelijk! Zie vraagopties.
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingen tussen twee partijen/personen. De afbeelding is simpel te vervangen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding

De afbeelding past zich aan aan de vorm. 
Mocht de naam te groot zijn voor het vlak, voel je dan vrij het lettertype kleiner te maken. 
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 33 - Sleepvraag

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 

Slide 34 - Sleepvraag

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 

Slide 35 - Sleepvraag

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
I
I
I
I
I
1815
1830
1848
1917
1759
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 36 - Sleepvraag

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn afbeelding-sleepvraag Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
Tijden zijn simpel aan te passen door dubbel te klikken.
De afbeeldingen zijn aan te passen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.
I
I
I
I
I
1815
1830
1848
1917
1759

Slide 37 - Sleepvraag

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn afbeelding-sleepvraag Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
Tijden zijn simpel aan te passen door dubbel te klikken.
De afbeeldingen zijn aan te passen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 38 - Sleepvraag

Vergelijkingsvraag partijen/personen
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingsvraag tussen twee partijen/personen. De afbeeldingen zijn simpel te vervangen.
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.

NIET
WAAR
WAAR
Keuze 1
Keuze 2
Keuze 3
Keuze 4
Keuze 5
Keuze 6

Slide 39 - Sleepvraag

Door dubbel te klikken op de keuzes links en rechts is de tekst en kleur aan te passen naar wens
DEBAT
STRIJD

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

DEBAT
STRIJD
geweldloos verzet
aanslag
staking
oorlog
gijzeling
overleg
terrorisme

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

STRIJD
DEBAT
~
~
gijzeling
overleg
staking
aanslag
terrorisme
oorlog
geweldloos verzet

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

STRIJD
~
DEBAT
~

Slide 43 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

'Hier komt een bepaalde stelling van D.U'
A
JA/VOOR
B
NEE/TEGEN

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

'Hier komt een bepaalde stelling'
A
JA/VOOR
B
NEE/TEGEN

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

'Een stelling van D.U. waar leerlingen op kunnen reageren + docent verslepen'

Slide 46 - Woordweb

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
'Een stelling van D.U. waar leerlingen op kunnen reageren + docent verslepen'

Slide 47 - Woordweb

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
'Een stelling waar leerlingen open op kunnen reageren'

Slide 48 - Woordweb

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
Botsing Buschauffeurs en Arriva
ACTOR
ACTOR
WAARDE
BELANG
WAARDE
BELANG
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 49 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd deze les?
Wat vind je nog lastig?

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb ik geleerd deze les?
  • op welke manieren maatschappelijke problemen aangepakt worden.
  • wat een botsingenladder is.
  • wat het verschil is tussen strijd en debat.
  • hoe verschillende landen handelen.
Ik leerde...

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De volgende Seneca-Les gaat over:
Maatschappelijke Problemen
Einde van de les 'Dilemma's en Botsingen'

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies