Grenzen herkennen & aangeven

Grenzen herkennen & aangeven
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
SovaMiddelbare schoolvmbo, mavo, havoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Grenzen herkennen & aangeven

Slide 1 - Tekstslide

Wat leer je deze les
Je eigen persoonlijke grenzen herkennen.

Grenzen van anderen respecteren.

Grenzen duidelijk en respectvol aangeven in verschillende situaties.

Slide 2 - Tekstslide

“Iedereen heeft persoonlijke grenzen: dingen die je wel of niet prettig vindt. Grenzen kunnen fysiek, emotioneel of digitaal zijn. Het is belangrijk dat je je eigen grenzen kent én die van anderen respecteert.”

Slide 3 - Tekstslide

“Kun je een voorbeeld noemen van een persoonlijke grens?”

Slide 4 - Open vraag

“Hoe voel je je als iemand jouw grens overschrijdt?”

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Video



Voorbeelden van overschrijding van grenzen

Iemand kom te dichtbij staan (fysiek)
Iemand die vragen stelt die ongemakkelijk zijn (emotioneel)
Iemand die jou spullen gebruikt zonder toestemming (digitaal/fysiek)

Slide 7 - Tekstslide

“Noem een situatie waarin jij je grens moest aangeven.”

Slide 8 - Open vraag

Iedereen heeft grenzen.


Respecteer die van anderen.

Zeg duidelijk en respectvol “nee” als iets niet prettig is.

Slide 9 - Tekstslide

Stellingen

Slide 10 - Tekstslide

Ik vind het moeilijk om "nee" te zeggen als ik iets niet wil.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 11 - Quizvraag

Ik kan mijn grenzen duidelijk aangeven.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 12 - Quizvraag

Het is nooit je eigen schuld als je slachtoffer wordt van grensoverschrijdend gedrag.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 13 - Quizvraag

Mijn grenzen worden gerespecteerd op school.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 14 - Quizvraag

Ik ken het handgebaar om aan te geven dat ik in nood ben en hulp nodig heb.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Het is grensoverschrijdend gedrag als je klasgenoot je steeds voor de grap op je billen slaat.
A
EENS
B
ONEENS
C
SOMS

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide