Mavo 2 - T3-T4: Grammar Review

Welcome M2C
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welcome M2C

Slide 1 - Tekstslide

Sit according to the class plan, please!
Zet mobiel telefonen in de telefoontas.

Slide 2 - Tekstslide

Today
  • Leesboek lenen* 
  • Grammar Thema 4 herhalen

Slide 3 - Tekstslide

Present Perfect
(voltooid tegenwoordige tijd) 
Page 57 TB

Slide 4 - Tekstslide

1. Je gebruikt de Present Perfect om; 
  • te zeggen dat iets in het verleden is begonnen en nu nog aan de gang is.
  • I have played soccer for three years. 

Slide 5 - Tekstslide

2. Je gebruikt de Present Perfect om ;

  • om te praten over ervaringen (in iemands leven) tot nu toe.
  • He has won two championships with this team. 

Slide 6 - Tekstslide

3. Je gebruikt de Present Perfect om;

  • te zeggen dat iets in de verleden is gebeurd en dat je daarvan nu het resultaat merkt. 
  • They didn't win  because they haven't worked as a team. 
Let op: Verklikwoorden
Dit zijn woorden die geeft aan hoe vaak of als iets ooit is gebeurd;
ever ( weleens)
never (nog nooit) 
already ( al)
yet (al)
before (voorheen)
recently (recentelijk)
Lately ( de laatste tijd)

See page 150 TB

Slide 7 - Tekstslide

Q2: Hoe maakt je een zin in de Present Perfect? 

have /has + werkwoord ( voltooid deelwoord)
 

Slide 8 - Tekstslide

I had been practicing....

Please fill out the worksheet with the correct forms

  • Present Perfect 
  • Present/ Past Simple
timer
7:00

Slide 9 - Tekstslide

Future Tense
(Toekomende tijd)

Slide 10 - Tekstslide

Waneer gebruik je de toekemende tijd?
  1. Van plan zijn = to be going to + hele werkwoord
        aan geven wat iemand van plan is of wat zeker zal gebeuren
als je een voorspelling doet en je weet zeker dat het gaat gebeuren. (bewijs)

Slide 11 - Tekstslide

Wanner gebruik je de toekomende tijd? 
 Toekomende tijd = will + hele werkwoord
   
 om te voorspellen dat iets in de toekomst gaat gebeuren  (zonder bewijs)
om iets wat spontaan besloten wordt zonder dat het zeker is  gepland of vastgelegd.
voor beloftes , aankondigingen en besluiten

Slide 12 - Tekstslide

will / are going to

I want to inform you about the football camp that we.......... visit with our students two weeks from now.
A
will
B
are going to

Slide 13 - Quizvraag

The bus ....... probably arrive around 7am.
A
will
B
is going to

Slide 14 - Quizvraag

I think we .......... have to get up early.
A
will
B
are going to

Slide 15 - Quizvraag

We .......... eat at a Little Chef around noon. I know the owner and I already discussed everything with him.
A
will
B
are going to

Slide 16 - Quizvraag

He ............ give us a discount, I think.
A
won't
B
isn't going to

Slide 17 - Quizvraag

............... I book a hostel , or do you want to drive through the night?
A
Will
B
Shall

Slide 18 - Quizvraag

What can I do better? 
Please revise your test and return them to the teacher!

Slide 19 - Tekstslide

1. WILL/WON'T + HELE WW 
I will see my friend after school.
(or: I'll see...)

Will I see my friend after school?

I won't see my friend after school.


2. TO BE+GOING TO+HELE WW
I am going to see my friend after .....
 (or: I'm going to see.....)

Am I going to see my friend after ....?

I am not going to see my friend after school.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link

Slide 22 - Tekstslide

Fill in the future tense:

Look at those clouds! it __________ rain
A
is going to
B
will

Slide 23 - Quizvraag

So you say everything ... ...
all right now. But how do you really know?
A
will be
B
is going to be

Slide 24 - Quizvraag


Which sentence fits best?
A
We're going to crash into that horse!
B
We're crashing into that horse!
C
We will crash into that horse!
D
Shall we crash into that horse?

Slide 25 - Quizvraag

Which sentence fits best?
A
I think it will rain in a couple of minutes.
B
It looks as if it is going to rain soon.
C
It is raining in 5 minutes.
D
It rains every day.

Slide 26 - Quizvraag

Use WILL to formulate a sentence about helping people.

Slide 27 - Open vraag

We are going to practice now....
Please fill out the worksheets with the correct forms of the Future Tense
timer
7:00

Slide 28 - Tekstslide

You are ready for the test!
Wat moet je leren voor de toets? 

Thema 4
  • Grammar 9 page 57
  • Grammar 10 page  61
  • Stones 9 & 10  pages 56 & 60

Slide 29 - Tekstslide