b1k recap les

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Recap les B1k

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel/wat gaan we doen?
  • Je weet hoe en waar je de 'possessive en personal pronouns' gebruikt.
  • Je weet waar je 'a' gebruikt en waar je 'an' gebruikt.
  • Kleine quiz

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possessive en Personal Pronouns

Slide 4 - Tekstslide

Vraag aan de klas : wat zijn de possessive pronouns en wat zijn de personal pronouns??
Personal Pronouns
Persoonlijke voornaamwoorden
2 Vormen:
  • Onderwerpsvorm: I, you, he/she/it, we, you, they
  • Voorwerpsvorm: Me, you, him, him/her/it, us, you, them



Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld zinnen vragen en geven
Wat is het verschil tussen onderwerpsvorm en voorwerpsvorm

voorwerpsvorm: als het persoonlijk voornaamwoord het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp in de zin is. Of na een voorzetsel. 
Voorbeelden
The witch knew magic. She turned the prince into a frog.
The children are playing outside. ___ are having fun.
My father is a painter. ___ is really good at it.
Miss Jongejan is my teacher. ___ is not a barber.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possessive pronouns
Bezittelijk voornaamwoorden
Met zelfstandig naamwoord:
My, your, his/her/its, our, your, their.

Zonder zelfstandig naamwoord:
Mine, yours, his/hers/its, ours, yours, theirs.

Slide 7 - Tekstslide

vragen: wat is een zelfstandignaamwoord
Voorbeelden
Your teacher is really nice. Really? I'd rather have yours.
Is that your bike? No, it's hers.
That is not our car. This is ours.
My schedule is different than yours.


Slide 8 - Tekstslide

Aan de klas vragen wat de possessive pronouns zijn in de zinnen



A en An

Slide 9 - Tekstslide

Vragen: wie weet nog waar A voor komt en waar An voor komt
A en An
De eerste letter van het woord KLINKT als een medeklinker: A
A house, a clock, a chicken, a uniform

De eerste letter van het woord KLINKT als een klinker: An
An event, an apple, an elephant, an hour

Slide 10 - Tekstslide

Vragen: wat is een medeklinker ook al weer???
Wijzen op uniform en hour want die zijn best 'raar'

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"That sounds like YOUR problem."
A
Personal
B
Possessive

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"Are YOU walking to school?"
A
Personal
B
Possessive

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"WE are going to have lunch."
A
Personal
B
Possessive

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"I thought that was YOURS!"
A
Personal
B
Possessive

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"Carla and Kim have left. THEY are going to the party!"
A
Personal
B
Possessive

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Personal or possessive pronoun?
"That was honestly THEIR fault."
A
Personal
B
Possessive

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
The children are screaming. ___ are frightened.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
The door is locked. ___ won't open.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
The books are old. ___ have been here for a while.

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
Lisa got a new dog. ___ dog is very lively!

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
You have lots of presents. The presents are ___

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het lege vak in!
I am from Zoetermeer. Most of ___ friends are from Zoetermeer, too.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ bookcase
A
A
B
An

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ uncle
A
A
B
An

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ strawberry
A
A
B
An

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ unicorn
A
A
B
An

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ tree
A
A
B
An

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ eye
A
A
B
An

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ euro
A
A
B
An

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ honest man
A
A
B
An

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ hour
A
A
B
An

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An?
__ house
A
A
B
An

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies