Stripfiguur tekenen 2

CARTOON
Vandaag gaan we een strip maken. 
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingKunst+2BasisschoolGroep 6,7

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

CARTOON
Vandaag gaan we een strip maken. 

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga je doen?
  1. Je kijkt terug op je schetst. 
  2.  Ben je tevreden met je schets? 
  3. We starten met een chronologisch verhaal. 

Slide 2 - Tekstslide

wat is een chronologisch verhaal?
Een schrijver speelt met de tijd om het verhaal spannend te maken. Worden de gebeurtenissen in de volgorde verteld waarin ze zich hebben afgespeeld dan noem je het een chronologisch verhaal. Maar als de tijd niet volgens de klok verloopt, is het verhaal niet-chronologisch.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe begint het verhaal? (wat zie je op het eerste plaatje?)

• Wie is de hoofdpersoon van het stripverhaal?

• Wat gebeurt er in het verhaal?

• Hoe eindigt het verhaal? (laatste plaatje?)

• Wat heeft de hoofdpersoon gedaan of geleerd?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Jouw stripfiguur
  1. Is jouw stripfiguur een mannetje of een vrouwtje? 
  2. Waar is het stripfiguur? In de stad, op een eiland of ergens anders?
  3. Wat doet jouw stripfiguur met jouw gekozen voorwerp?
  4. Welke emotie heeft jouw stripfiguur? Is hij/zij boos, verdrietig, blij of bang?
  5. Welke kleuren heeft jouw stripfiguur?

Slide 6 - Tekstslide

Dit is een voorbeeld van zo'n stripfiguur. 

Slide 7 - Tekstslide

Wat heb je nodig?
  1. Een grijs potlood en kleurpotloden
  2. Een gum
  3. A4 tekenpapier
  4. Creativiteit

Slide 8 - Tekstslide

Hoe?
1. Bepaal de pose van de stripfiguur. Wil je bijvoorbeeld een staande figuur of een zittende figuur tekenen?

2. Maak de basisvormen voor het lichaam en de ledematen. Gebruik cirkels voor de gewrichten en ovalen voor de spiermassa.
3. Teken de kleding van de stripfiguur. Denk aan de juiste verhoudingen en vormen van de kledingstukken.

3.  Voeg details toe aan het gezicht van de stripfiguur. Teken de ogen, neus en mond en bepaal de uitdrukking van het gezicht.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Tekstballonnen:

- Tekst in ballonnetjes lees je van links naar rechts, of van boven naar beneden.
- Schrijf eerst de tekst en teken daarna de ballon eromheen (klinkt logisch, maar vaak doe je het andersom en dan past de tekst (net) niet…).

- Stickers, masking tape, stukjes gekleurd papier of tekeningetjes kunnen ook prima dienst doen als tekstballon.
- Gaat het om een gedachte, teken dan kleine rondjes onder de tekstballon in plaats van een ‘steeltje’. En als het een telefoongesprek is, kun je het steeltje bijvoorbeeld in een flitsvorm tekenen.
Tekst kun je ook gewoon los bij personages schrijven, zonder tekstballon. Dan geef je met streepjes/pijltjes aan wie aan het woord is.
Emoties in tekst kun je op verschillende manieren weergeven: bijvoorbeeld door een bibberend lijntje te tekenen om een tekstballon – om aan te geven dat je moe bent, of schrijf de tekst eens in heel grote letters.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Veel plezier!
Ik ben benieuwd naar jullie creaties!

Slide 14 - Tekstslide