5.1 les 2 wortels

5.1  les 2  Wortels
open je boek deel 2 op blz. 11 

timer
2:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

5.1  les 2  Wortels
open je boek deel 2 op blz. 11 

timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

vorige les X² is een vierkant
Wat heeft dit ook alweer te betekenen en hoe zou ik dit kunnen gebruiken ???

Slide 2 - Tekstslide

Eerst een stukje herhaling kwadraten "vierkant" les 1
Het symbool "X" wordt vaak gebruik bij de wiskunde. 
Eigenlijk staat het voor een getal wat je wilt "invullen".
Als er in de wiskunde een letter gekozen wordt dan zeg je eigenlijk we gaan het gebruiken op deze manier met deze letter.

Bijvoorbeeld: oppervlakte vierkant met zijde 3 (op plek "X" zetten)
formule oppervlakte vierkant = X²
oppervlakte vierkant: 3² 
oppervlakte vierkant: 9 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Kwadraat van 11 oftewel 11²
A
121
B
110
C
22

Slide 5 - Quizvraag

4 in het kwadraat is?
A
16
B
4
C
8
D
24

Slide 6 - Quizvraag

Het kwadraat van 9 oftewel 9²
A
18
B
64
C
81
D
99

Slide 7 - Quizvraag

Wat is het tegenoverstelde van een kwadraat?
A
Macht
B
Keer
C
Wortel
D
Delen

Slide 8 - Quizvraag

Het kwadraat van 8?
Zoek alle kwadraten met een uitkomst onder de 200
A
16
B
64
C
80
D
88

Slide 9 - Quizvraag


Wat is het kwadraat van 17?
A
196
B
225
C
289
D
324

Slide 10 - Quizvraag

Ik weet de oppervlakte van een vierkant maar niet de zijde!
Hoe kom ik daar achter??
oppervlakte vierkant =  zijde ("X") vierkant keer zijde ("X") vierkant uitgeschreven in letters: 
X keer X oftewel
de oppervlakte van een vierkant is dus eigen iets keer "zichzelf" doen.
Je komt achter het getal wat keer zichzelf is gedaan door de "Wortel"(  te nemen van de oppervlakte vierkant =  X² = 3² = 9
Eerst wortel intoetsen dan oppervlakte
Bijvoorbeeld:  "             "  en dan de "9" invoeren
Je zult zien dat het antwoord "3" is, 
De zijde van het vierkant is dus "3" (want 3 x zichzelf = 3 x 3 = 3² = 9) 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

2

Slide 13 - Video

01:17
Wat is het antwoord van
100=

Slide 14 - Open vraag

01:30
Welke keersom hoort bij
81=9

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

maken / huiswerk
blz. 11 t/m 13



maken
opdr. 13 t/m l2



timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide