Wie hoort bij wie?
Wie hoort bij wie?
Afspraken
Lachen mag, iemand uitlachen niet.
We laten elkaar uitpraten.
Wat iemand vertelt, vertel je niet door aan iemand anders.
Je mag alles vragen.
Je vertelt alleen wat je wil vertellen.
Lesdoel
Je kent de verschillende banden binnen je eigen familie.
Je weet dat er verschillende soorten relaties en gezinnen bestaan.
Je kent de begrippen trouwen, samenwonen en scheiden.
Mensen horen bij elkaar op verschillende manieren
Opdracht
De juf heeft allemaal kaartjes.
Daarop staan mensen.
Zijn deze mensen familie? Of niet?
Sorteer ze in twee rijen
Familie Geen familie
mijn familie
geen familie
Wie hoort bij je familie?
FAMILIE stamboom
Verschillende gezinnen
Opdracht
Bekijk de plaatjes.
Waar zie je een gezin?
Zet een een omheen.
Er zijn verschillende gezinnen en dat is oké!
Samen, trouwen en scheiden
samenwonen trouwen scheiden
We hebben vandaag gekeken naar familie en verschillende gezinnen.
Wat weet je er nog van?
We hebben vandaag gekeken naar familie en verschillende gezinnen.
Wat weet je er nog van?
Je vader, moeder, broer, zus, oom, tante, neef en nicht zijn familie van je.
Er zijn verschillende soorten gezinnen en dat is oké!