Clase 6 - 3H1/3H4 - miércoles 28 de octubre 2026

Clase 6 - 3H1/3H4 - miércoles 28 de octubre 2026
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Clase 6 - 3H1/3H4 - miércoles 28 de octubre 2026

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué hacemos hoy?
  • We krijgen onze cijfers terug & reflecteren hierop (10m)
  • Introductie op H3 (10m)
  • Blooket: bijv. naamwoorden + uiterlijk (20m)
  • Korte break (5m)
  • Oefenen met de nieuwe woordenschat &                                       jezelf beschrijven (25m)
  • Huiswerk (10m)

Slide 2 - Tekstslide

Toets inzien

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

¿Qué aprendemos en el Cap. 3?
Beschrijving geven van uiterlijk 
De plaats van het bijvoeglijk naamwoord, 
erachter en ervoor ;-)
Werkwoorden met een klinkerwisseling: 
o --> ue
Gebiedende wijs in de jij- en de u-vorm 

Slide 8 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord

Slide 9 - Tekstslide

Welke bijvoeglijke naamwoorden kennen we al/nog in het Spaans?

Slide 10 - Tekstslide

Bijvoeglijke naamwoorden

Slide 11 - Tekstslide

Woordenschat oefenen
play.blooket.com/play
bijvoeglijke naamwoorden + uiterlijk (A&B)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Hoe beschrijf je personen?
  • Soy (ik ben) .....................
  • (lang, kort, dik, dun, licht, donker, karaktereigenschappen)
  • Tengo (ik heb) ....................
  • (kleur van je ogen, lengte en kleur van je haar)
  • Llevo (ik 'draag') .........................
  • (baard, snor, sik, bril, etc.)

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Ejercicios 4a & 4b (WB blz. 90)

  • 4a: Maak de juiste combinaties qua woordenschat
  • 4b: Vul de ontbrekende woorden in (deze woorden kies je uit 4a)
timer
10:00
Gebruik de woordenlijst op blz. 121 (bron A+B)

Slide 16 - Tekstslide

Respuestas 4a
1
d (de ogen)
2
a (het blonde haar)
3
e (lang)
4
b (kort)
5
f (het haar)
6
i (de bril)
7
g (het jasje)
8
h (de broek)
9
c (knap)

Slide 17 - Tekstslide

Respuestas 4b
1
Esther tiene los ojos azules.
2
Esther lleva (=draagt) una chaqueta negra.
3
Clara lleva unos pantalones azules.
4
Esther tiene el pelo muy largo/corto y rubio.
5
Esther es muy guapa.
6
Esther lleva unas gafas.

Slide 18 - Tekstslide

Beschrijf jezelf

Soy (ik ben) .......................................
(lang, kort, dik, dun, licht, donker, karaktereigenschappen)
Tengo (ik heb) ....................
(kleur van je ogen, lengte en kleur van je haar)
Llevo (ik 'draag') .........................
(baard, snor, sik, bril, etc.)

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Tijd om huiswerk te maken



  • Aprender (L) woorden bron A&B (WB blz. 121) --> SP - NL (en/of via de Blooket)
  • Hacer (M): ejercicio 14a (WB blz. 99) 
miércoles 4 de noviembre

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide