3k1 + 3k2 How to use a dictionary

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

English online lesson 
After this lesson...
- you know how to use an English - Dutch dictionary
- you have practised using a dictionary. 


Today:
- How to use a dictionary (word web)
- Instruction
- different exerises to practice
- Evaluation and homework 

Slide 2 - Tekstslide

What do you think when you hear the word "dictionary"?

Slide 3 - Woordweb

Hoe 'lees' je een woordenboek. 
  1. Het woord dat je moet opzoeken.
  2. De uitspraak van het woord. 
  3. Het aantal woordsoorten wordt aangeven, in dit geval 2, zowel een zelfstandig naamwoord als een werkwoord.
  4. Woordsoort zoals bijvoorbeeld zelfstandig nw, werkwoord, bijvoeglijk naamwoor.
  5. Hier vul je het woord in dat je hebt opgezocht.
  6. Voorbeelden in het Engels worden schuingedrukt. 

Slide 4 - Tekstslide

Hoe gebruik je een woordenboek? 
Tips:
  • De woorden staan op alfabetische volgorde.
  • Gebruik de gidswoorden boven aan. Deze geven het 1e woord en het laatste woord van die pagina aan en helpen je beter zoeken naar het woord. 
  • Bedenk welke vertaling het meest logisch in de zin is.
  • Zoek naar de stam van het woord: zie volgende pagina.

Slide 5 - Tekstslide

Stam van het woord
It was extremely cold outside >   stam = extreme
He wore a green jacket               >   stam = wear 
She pedalled neary 160 km.     >    stam = pedal 
He is untouchable.                        >   stam = touch   
They are talking too much.         >   stam = talk


Slide 6 - Tekstslide

spreekwoorden/gezegdes
Als je een spreekwoord of gezegde tegenkomt, ga je zoeken op een steekwoord uit het spreekwoord. 

on the other hand 
beggar belief 
easy come, easy go 
lead a dog's life


Slide 7 - Tekstslide

Guess the word 
Het raden van een woord is ook een vaardigheid die je kunt ontwikkelen. Zo hoef je niet elke keer het woordenboek erbij te pakken.  
Je kan de betekenis soms uit een zin halen, het woord kan op het Nederlands lijken of misschien herken je al een deel van het woord. 

Slide 8 - Tekstslide

Put in alphabetical order:
W F O L D V

Slide 9 - Open vraag

Which word comes 3rd when put in alphabetical order?
consult, construct, consider, consumer, constrain, connect

Slide 10 - Open vraag

Which word comes 3rd when put in alphabetical order?
treat, together, threat, thong ,throat, tight

Slide 11 - Open vraag

Which word will NOT be in your dictionary in this particular form?

Slide 12 - Tekstslide

She walks to work every day.

Slide 13 - Open vraag

The soup is colder than usual.

Slide 14 - Open vraag

They are the friendliest people on earth.

Slide 15 - Open vraag

Put the following words in alphabetical order.

Slide 16 - Tekstslide

1
2
3
4
5
6
7
8
9
abandon
abominable
afternoon
agency
airport 
airship
ahead
ashtonishing 
astronomy

Slide 17 - Sleepvraag

Antwoord van de sleepvraag was:
abandon, 
abominable, 
afternoon, 
agency, 
ahead, 
airport, 
airship, 
ashtonishin,
astronomy.

Slide 18 - Tekstslide

Geef van deze woorden de stam:
1. fantastically
2. considered
3. unrealistically

Slide 19 - Open vraag

Wat is de stam van het woord, de woordsoort en de betekenis van het woord 'accurately' in de volgende zin.
"They tried to accurately count the penguin population."

Slide 20 - Open vraag

'Hold your horses!'
Wat betekent dit en op welk woord heb je gezocht?

Slide 21 - Open vraag

"Hit the sack'
Wat betekent dit en op welk woord heb je gezocht?

Slide 22 - Open vraag

What did you think of this class?
A
It was great!
B
It was alright!
C
It was difficult.
D
I need more practise...

Slide 23 - Quizvraag

1. Wat is de woordsoort?
2. Wat is de stam van het woord (niet bij alle woorden van toepassing)
3. Wat is de betekenis?
4. Onder welk woord heb je gezocht? (bij gezegdes) 

1. A leopard can't change its spots.
2. We also highly recommend that you are careful when slicing and dicing your ingredients
3. You must tick YES on your card to declare them.
4. While the commemorative Trail of Tears Motorcycle ride brings thousands of bikers together. 
5. Sow one's wild oats.
6. Start a business from scratch
7. Her idea decreases fidgeting amongst her students.
8.  Not only did she fashion a hook from a material she’d never previously encountered.. 

Slide 24 - Tekstslide