Les psychopathologie: Paniek! Les 3

PANIEK EN ANGST LES 3
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
psychopathologieHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

PANIEK EN ANGST LES 3

Slide 1 - Tekstslide

Lessenserie 'paniek en angst'
In deze lessenserie van drie lessen, ga je zelf online aan de slag 
Inhoud online lessenserie:
Les 1: Je leert Aangeven wat er bedoeld wordt met de angststoornissen zoals die in de DSM-IV zijn beschreven
wat is een angststoornis 
Les 2: Je leert verpleegkundige diagnoses benoemen die kunnen voortvloeien uit de verschillende angststoornissen 
Les 3: Je leert welke interventies je kunt inzetten bij een                                  angststoornis          
                                                       Klik telkens door naar de volgende dia

Slide 2 - Tekstslide

Beste toekomstig verpleegkundigen,
In deze online lessenserie, bestaande uit drie lessen, ga je zelf online aan de slag door je te verdiepen in 'angst en paniekstoornissen'. Als vepleegkundige moet je een stoornis kunnen herkennen en een behandelpan kunnen opmaken.
Om deel te nemen aan deze online lessenserie moet je in het bezit zijn van de verplichte lieteratuur 'Psychiatrie in de verpleegkunde, 2016'.
Lesdoel: leren (her)kennen van een angststoornis, de verpleegkundige diagnose leren stellen en de bijpassende interventies kunnen inzetten

Slide 3 - Tekstslide

Les 3
Verpleegkundige diagnose stellen
Lesdoel les 3: Je leert welke interventies je kunt inzetten bij een angststoornis

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een interventie
Interventies zijn methoden en technieken die je gebruikt om het gedrag van de cliënt te veranderen en hun omstandigheden te beïnvloeden. Het doel is de kwaliteit van het leven van de cliënt/samenleving te veranderen.

Het maakt je bewust van eigen handelen als hulpverlener en maakt je vaardiger in de omgang met de cliënt.
Door het inzetten van een interventie bied je de cliënt de mogelijkheid hun situatie positief te veranderen

Slide 5 - Tekstslide

Tijdens deze les maken we gebruik van de website van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Ga naar de volgende website en onderzoek

                                                              Klik door naar de volgende pagina

Slide 6 - Tekstslide

Onderzoek
  1. Welke behandelmethoden worden er weergegeven op de website van de GGZ?

Cognitieve gedragstherapie
  1. Wat houdt cognitieve gedragstherapie in?
  2. Wat is het verschil tussen cognitieve therapie en gedragstherapie

                                                                                  Klik verder voor de volgende opdracht

Slide 7 - Tekstslide

Antwoorden

  1. Angststoornis Behandeling, Cognitieve Gedragstherapie, EMDR, Hartcoherentie Training ,Alpha Stim en E-Health
Cognitieve gedragstherapie
1. Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van gedragstherapie en gesprekstherapie.
Het is een van de meest toegepaste behandelvormen in nederland.
De gedragstherapie gaat ervanuit dat de 'gekleurde bril' waardoor hij dingen ziet de negatieve gevoelens en gedragspatroon bezorgen en niet de gebeurtenissen zelf.
2. Bij gedragstherapie staat wel het gedrag centraal.  Erwordt eerst samen met de client
het problematische gedrag en de omstandigheden waarin die voorkomen in kaart gebracht.
3. 


Slide 8 - Tekstslide

Onderzoek
 Lees blz. 226 en 449  van het boek Psychiatrie in de verpleegkunde                                       
Bekijk het filmpje op de volgende pagina en beantwoord de volgende vragen:
1. stel een verpleegkundige diagnose volgens PES
2. welke verpleegkundige interventie kan er ingezet worden bij een paniekaanval?                                

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Antwoorden
Vraag 1.  
     P: angstig en gespannen, angst neemt toe naarmate eisen worden                          gesteld
      E: Beinvloedende factoren
           Zich bedreigd voelen, eerdere ervaringen, blootstellen  aan fobische                   prikkel
      S: Kenmerken en aanwijzingen
           zweten, gespannenheid, niet praten, hyperventilatie, weinig                                    oogcontact 
                                                                                                       Vraag 2 op volgende pagina

Slide 11 - Tekstslide

Vraag 2
  • Zorg voor rust en stel gerust, laat de patiënt niet alleen. Een verpleegkundige in de buurt stelt gerust.
  • Praat rustig en duidelijke en gebruik geen moeilijke woorden. Leg zo kort mogelijk uit wat er gaat gebeuren
  • Zorg voor zo weinig mogelijk zintuigelijke prikkels. Niet te veel licht, weinig mensen en eenvoudige inrichting
  • Volgens voorschrift van de arts kunnen kalmerende middelen worden toegediend. Let op vervelende bijwerkingen
  • Zoek, als de angst is afgenomen, samen met de patiënt naar de oorzaak van de aanval
  • Probeer op een rustig moment met de patiënt over traumas te praten en ondersteun hierin
  • Leer het proces te onderbreken door symptomen te herkennen. (ontspanningstechniek)

Slide 12 - Tekstslide

Test
Je hebt nu veel gelezen en gezien over depleegkundige interventies die je kunt inzetten bij een angst- of paniekstoornis.
Gebruik voor het beantoorden van de quizvragen de literatuur Psychologie in de verpleegkunde, 2016
blz.. 408 + 447
                                                                                      Klik verder voor de quiz

Slide 13 - Tekstslide

Welke interventie kun je inzetten bij angst/paniek
A
Wees vooral niet eerlijk dit brengt onrust
B
Stel doelen voor de toekomst
C
Zorg dat je kalm en rustig overkomt
D
Laat de patiënt zelf een arts bellen

Slide 14 - Quizvraag

"Laat merken dat je de patiënt accepteert door regelmatig even contact met hem te leggen"

Dit kun je vooral toepassen bij
A
Sociaal isolement
B
Machteloosheid
C
Angst
D
Vrees

Slide 15 - Quizvraag

Bij een obsessieve-compulsieve stoornis kun je als interventie inzetten:
A
Situaties ontlopen die gedachten oproepen
B
Bewust situaties opzoeken die gedachten oproepen

Slide 16 - Quizvraag

Bij een fobische stoornis kan als interventie worden ingezet
A
Angstaanjagende stimuli inzetten waardoor fobische respons langzaam afneemt
B
Kalmerende middelen toedienen en dan blootstellen aan angstaanjagende stimuli

Slide 17 - Quizvraag

Bij een generaliseerde angststoornis kun je als interventie inzetten
A
Cognitieve gedragstherapie
B
Meditatie

Slide 18 - Quizvraag

Bij een paniekaanval kun je als interventie inzetten
A
Cognitieve vaardigheden aanleren
B
Medicatie

Slide 19 - Quizvraag

Einde les 3 -> klik door voor reflectie

Slide 20 - Tekstslide

Reflecteren
Lesdoel:

Je weet welke interventies je kunt inzetten bij verschillende angststoornissen

Deze les zet aan tot zelfstudie en reflectie
l  EINDE LESSENSERIE  l 

Slide 21 - Tekstslide