Persoonsvorm

Persoonsvorm

WERKWOORDSPELLING

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsNT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1-5

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Persoonsvorm

WERKWOORDSPELLING

Wat is de datum vandaag? Hoe is het weer?


Lesdoelen:
- Ik herken de persoonsvorm in een zin/tekst.
- Ik weet hoe ik de persoonsvorm in de
de verleden tijd zet.

Start en lesdoelen

Persoonsvorm

Persoonsvorm is het belangrijkste werkwoord

  • Een PV is altijd een werkwoord.

    • Een PV is het enige woord in de zin dat verandert als je de zin in een andere tijd zet.

    • Een PV en onderwerp horen bij elkaar en hebben veranderen samen van aantal.

    • Als je de zin vragend maakt, komt de PV (vaak – niet altijd!) vooraan de zin te staan.

Voorbeeldzin

  • De voorzitter schorste de vergadering.

    • De voorzitter schorst de vergadering.

    • De voorzitters schorsten de vergadering.

    • Schorste de voorzitter de vergadering?

Meneer Tjeerd zingt in zijn lokaal.

A

Meneer Tjeerd

B

zingt

C

in

D

zijn lokaal

Vind jij horeca het leukste vak op school?

A

Vind

B

jij

C

leukste

D

school

Mevrouw Tessa heeft haar nagels in een nieuwe kleur gelakt.

A

Mevrouw Tessa

B

heeft

C

haar nagels

D

gelakt.

In de school staat een standbeeld van een man bij de kas.

A

In de

B

school

C

staat

D

man.

Mevrouw Suus maait het gras.

A

Mevrouw Suus

B

maait

C

het

D

gras

Vroeger had meneer Freek nog bruine haren.

A

Vroeger

B

had

C

meneer Freek

D

bruine haren

Mag je bij het vak bouw op je sandalen lopen?

A

Mag

B

bouw

C

sandalen

D

lopen

Persoonsvorm

Tegenwoordige Tijd:

Het hele werkwoord lopen werken

Stam = de ik-vorm (of stam - en) loop werk


Ik = stam loop werk

Je/jij = stam/ stam + t loopt werkt

Hij/zij/het = stam +t loopt werkt

Wij = hele werkwoord lopen werken



Uitzonderingen!

Stam van leven is: Leef of Lev?

-Sterke werkwoorden veranderen van klank:

  • Ik vecht, ik vocht, ik heb gevochten


-Zwakke werkwoorden veranderen niet van klank:

  • Ik werk, ik werkte, ik heb gewerkt


Sterke en zwakke werkwoorden

  1. De stam van het werkwoord

    1. Wat is de laatste letter van de stam?

    2. Zit de laatste letter in soft ketchup?

    3. Ja? Dan, stam + te(n)

Nee? Dan, stam + de(n)

Bijvoorbeeld:
werken - werk - werkten

Zwakke werkwoorden: Soft ketchup

  1. Ik baal omdat er van alles gebeur… is.

    1. Mijn vader verander… van baan.

    2. De vergro… foto is mooi geworden.

    3. Hij volleybal… op hoog niveau.

    4. Hij show… zijn nieuwe auto maar al te graag.

    5. Ik heb die tekst nu al voor de derde keer getyp…

    6. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, heeft hij nooit meer gedeal…


  1. Ik baal omdat er van alles gebeurd is.

    1. Mijn vader verandert van baan.

    2. De vergrote foto is mooi geworden.

    3. Hij volleybalt op hoog niveau.

    4. Hij showt zijn nieuwe auto maar al te graag.

    5. Ik heb die tekst nu al voor de derde keer getypt.

    6. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, heeft hij nooit meer gedeald.

Soft ketchup!


bedankt!