LES 8 en 9: Herhaling en voorbereiding toets

1 / 70
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 70 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar 
       
       Ga op de goede plek zitten 
       Pak je leerboek/ werkboek
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Stop je telefoon in het zakkie en in je tas 
      
timer
2:30

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Deze les gaan we ons voorbereiden op de toets. 
De toets gaat over H1 en H3.

H5 slaan we dus over. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  • ken het verschil tussen absolute en relatieve afstand
  • kun je rekenen met schaal

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
Wat weet je nog van de lessen voor de vakantie?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00
Voorkennis
H1
H3

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar ging H1 over?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als een kaart meer details geeft, ben je aan het .......?
Inzoomen
Uitzoomen

Slide 8 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke 4 onderdelen moet een kaart hebben?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Overzichtskaart

  • Geeft overzicht van een kaart;
  • Kaart geeft een indruk van een geheel gebied;
  • Wegen, parken, water, metrostations etc.; 



Thematische kaart

  • Heeft 1 of meerdere thema's
  • Bijvoorbeeld bevolkingsdichtheid of hoeveel Mac Donalds er zijn in Nederland


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzichtskaart



Thematische kaart

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Komt een oefenvraag.....


Ja, zo'n vraag zou echt op de toets kunnen komen.. 

Let dus goed op! 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor kaart is dit?
A
Thematische kaart
B
Overzichtskaart

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is dit een thematische kaart?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Absolute en relatieve afstand
We zeggen natuurlijk vaak: oh, ik wil niet zo ver fietsen

of: hey dat is dichtbij!

Dan hebben we het over afstand.

Maar hoe we deze afstand zien/ bereken/ noemen/ enzovoorts is of relatief of absoluut 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Absolute afstand

  • De afstand hemelsbreed gezien;
  • Je meet dus in 1 rechte lijn van punt A naar punt B;
  • Absolute afstand blijft altijd constant; 

Relatieve afstand

  • De afstand tussen twee punten dat je meet in bijvoorbeeld kilometers over de weg, in reistijd of in kosten; 
  • Relatieve afstand kan steeds veranderen: wanneer het bijvoorbeeld goedkoper is met de trein in plaats van de auto, of sneller is met het vliegtuig 


Slide 16 - Tekstslide

Eigen voorbeeld Turkije/ Istanbul gebruiken.

Goedkoper om met 5 man met de auto te gaan dan vliegen, maar vliegen is natuurlijk sneller. 

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen absolute en relatieve afstand?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met schaal
Een kaart is natuurlijk een verkleinde tekening van een gebied. Maar, het weergegeven gebied is natuurlijk veel groter dan op de kaart!

Om precies te weten hoeveel groter, rekenen we met schaal.. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

https://www.mijnrekensite.nl/schaal

Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
Opdracht 1
Sofiia ziet een plattegrond van haar woonplaats. Onderaan de plattegrond staat de schaalnotatie: 1 : 25.000. De afstand tussen Sofiia's huis en haar school is op de kaart 4 centimeter. Hoe ver woont Sofiia van haar school af in kilometers?

- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 22 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de kaart is 25.000 centimeter in werkelijkheid.
4 centimeter op de kaart is 4 x 25.000 = 100.000 centimeter.
100.000 centimeter = 1 kilometer.
Juul woont dus 1 kilometer van haar school af.

Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
Opdracht 2
Sara wil een uitvergrote tekening maken van een echte mier. De echte mier is 12 millimeter lang. De schaal van de tekening is 30 : 1 (mm). Hoeveel centimeter moet de mier op de tekening zijn?
 


- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 23 - Tekstslide

Antwoord:

1 millimeter in het het echt is 30 millimeter op de tekening.
De mier is in het echt 12 millimeter lang. Dat is dus 12 x 30 = 360 millimeter op de tekening.

360 millimeter is hetzelfde als 36 centimeter.

Het antwoord op de vraag is dus 36 centimeter.


Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
Opdracht 3
Achmed wil weten hoe lang een op schaal getekende auto in het echt is. De schaal van de tekening is 1 : 85. Het autootje op de tekening is 5 centimeter lang. Hoe lang is de auto in het echt?  


- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 24 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de tekening komt overeen met 85 centimeter in het echt.

5 centimeter op de tekening is dus 5 x 85 = 425 centimeter in het echt.

425 centimeter is hetzelfde als 4,25 meter.

De auto is dus 4,25 meter lang



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar 
       
       Ga op de goede plek zitten 
       Pak je leerboek/ werkboek
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Stop je telefoon in het zakkie en in je tas 
      
timer
2:30

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Deze les gaan we ons voorbereiden op de toets. 
De toets gaat over H1 en H3.

H5 slaan we dus over. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  • kun je rekenen met schaal

Slide 28 - Tekstslide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
Welke afstand is uitgedrukt in tijd, kosten of kilometers over de weg?
A
Relatieve afstand
B
Absolute afstand

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we dan de afstand die we hemelsbreed meten?
A
Absolute afstand
B
Relatieve afstand

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is schaal ook alweer?

Slide 31 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom rekenen we met schaal?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met schaal
Een kaart is natuurlijk een verkleinde tekening van een gebied. Maar, het weergegeven gebied is natuurlijk veel groter dan op de kaart!

Om precies te weten hoeveel groter, rekenen we met schaal.. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

https://www.mijnrekensite.nl/schaal

Dus.. hoe rekenen we met schaal?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met schaal
Van klein naar groot
Je ziet hieronder een tekening van een olifant. Deze olifant is natuurlijk kleiner gemaakt. Een echte olifant, op ware grootte, past niet op het blaadje. De olifant is dus op schaal getekend.

Hoe bereken je de schaal?
Onder de tekening zie je een streep staan. Die streep noem je de schaallijn. Je ziet dat bij de schaallijn een maat staat geschreven. Er staat dat de lengte van de lijn op het blaadje in het echt 1 meter is. Als je de lijn op het blaadje met een liniaal nameet, zie je dat hij 2 centimeter lang is.

Dat betekent het volgende: 2 centimeter op het blaadje is hetzelfde als 1 meter in het echt.







Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met schaal
Van groot naar klein. 
Kijk maar naar deze poster van een schattige hamster. 

Bij de schaallijn staat dat hij in het echt 1 centimeter is. Als we hem opmeten, zien we dat hij op de poster 5 centimeter is. Dat betekent het volgende: 5 centimeter op de poster is hetzelfde als 1 centimeter in het echt.

De volgende stap is opmeten hoe groot de hamster op de poster is. Als we er een liniaal langs leggen, meten we 25 centimeter.

25:5= 5 cm in het echt





Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen...
Rekenen met schaal blijft moeilijk. Het makkelijkste (en meest overzichtelijke) is als je een tabel maakt. 




Slide 38 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de kaart is 25.000 centimeter in werkelijkheid.
4 centimeter op de kaart is 4 x 25.000 = 100.000 centimeter.
100.000 centimeter = 1 kilometer.
Juul woont dus 1 kilometer van haar school af.

Oefenen...
Rekenen met schaal blijft moeilijk. Het makkelijkste (en meest overzichtelijke) is als je een tabel maakt. 
Bij een verhoudingstabel werkt het altijd zo: wat je aan de bovenkant doet, doe je aan de onderkant ook.





Slide 39 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de kaart is 25.000 centimeter in werkelijkheid.
4 centimeter op de kaart is 4 x 25.000 = 100.000 centimeter.
100.000 centimeter = 1 kilometer.
Juul woont dus 1 kilometer van haar school af.

Oefenen...
Jullie gaan nu aan de slag met het werkblad schaal berekenen; 
Je mag samenwerken met degene naast je;
Gebruik het metriekstelsel;
Daarna gaan we het klassikaal bespreken; 


SUCCES! 
timer
10:00

Slide 40 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de kaart is 25.000 centimeter in werkelijkheid.
4 centimeter op de kaart is 4 x 25.000 = 100.000 centimeter.
100.000 centimeter = 1 kilometer.
Juul woont dus 1 kilometer van haar school af.

Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
 
Opdracht 1
Sofiia ziet een plattegrond van haar woonplaats. Onderaan de plattegrond staat de schaalnotatie: 1 : 25.000. De afstand tussen Sofiia's huis en haar school is op de kaart 4 centimeter. Hoe ver woont Sofiia van haar school af in kilometers?

- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 41 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de kaart is 25.000 centimeter in werkelijkheid.
4 centimeter op de kaart is 4 x 25.000 = 100.000 centimeter.
100.000 centimeter = 1 kilometer.
Juul woont dus 1 kilometer van haar school af.

Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
Opdracht 2
Sara wil een uitvergrote tekening maken van een echte mier. De echte mier is 12 millimeter lang. De schaal van de tekening is 30 : 1 (mm). Hoeveel centimeter moet de mier op de tekening zijn?
 


- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 42 - Tekstslide

Antwoord:

1 millimeter in het het echt is 30 millimeter op de tekening.
De mier is in het echt 12 millimeter lang. Dat is dus 12 x 30 = 360 millimeter op de tekening.

360 millimeter is hetzelfde als 36 centimeter.

Het antwoord op de vraag is dus 36 centimeter.


Oefenen...
Schaal berekenen oefeningen
Opdracht 3
Achmed wil weten hoe lang een op schaal getekende auto in het echt is. De schaal van de tekening is 1 : 85. Het autootje op de tekening is 5 centimeter lang. Hoe lang is de auto in het echt?  


- Wat is de schaal?
- Wat is het eerste dat je gaat doen? 
- Uitrekenen! 



Slide 43 - Tekstslide

Antwoord:

1 centimeter op de tekening komt overeen met 85 centimeter in het echt.

5 centimeter op de tekening is dus 5 x 85 = 425 centimeter in het echt.

425 centimeter is hetzelfde als 4,25 meter.

De auto is dus 4,25 meter lang



Begrippen oefenen
We gaan oefenen met de begrippen van H1 en H3 via Blooket!

https://play.blooket.com/play

 


Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Wat is er nog lastig? 

Slide 45 - Tekstslide

In de slotfase van de les controleert de docent of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen de les, het proces en blikt vooruit. 
Waar wil je meer uitleg over?

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • ...
  • ...
  • ... 

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BEGRIPPEN UIT DEZE LES
...
...
...
...
...

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exit ticket (formatief evalueren)

Zie voorbeelden in de map TOOLS 
van de gedeelde map.

Slide 49 - Tekstslide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geΓ«valueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf
Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Eerst dacht ik...,
nu denk ik...

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de afgelopen les?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 52 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welk cijfer zou je jezelf geven voor aandacht tijdens deze les?
010

Slide 53 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Ben je blij met het resultaat?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 54 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welk cijfer zou je mij geven voor deze les?
010

Slide 55 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar 
       
       Ga op de goede plek zitten 
       Pak je leerboek/ werkboek
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Stop je telefoon in het zakkie en in je tas 
      
timer
2:30

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Laatste les voor de toetsweek

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  • ben je helemaal klaar  voor de toets :) 

Slide 59 - Tekstslide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
Leerstof
Wat moeten jullie leren voor de toets? 

- begrippen H1 en H3 (markeren welke);
- lesstof van H1 en H3;
- de onderwerpen die we hebben geoefend

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft er al geleerd voor de toets?
Ja!
Een beetje
Nee, nog niet

Slide 61 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Is nu duidelijk wat je moet leren?

Slide 62 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welke landschappen zien we? 

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luchtstreken
Tropen
Gematigde zone
Poolstreken

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De etages in het tropisch regenwoud
Van onder naar boven:

- weinig lichtval, weinig begroeiing
- daarboven jonge bomen;
- lianen (van tarzan/ jane);
- hoge bomen;

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 67 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Zonnestralen
De zon schijnt op de evenaar,
daar is het dus altijd warm


Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boomkap voor hout
Tropisch hardhout wordt gekapt voor meubels en kozijnen

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen oefenen

Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies